C C C C C
/ / / / /
ODES
ODES
ODES
ODES
ODES
A A A A A
PIN-
PIN-
PIN-
PIN-
PIN-
LLE
LLE
LLE
CODES
CODES OF
CODES
OF KAARTEN
OF
OF
KAARTEN
KAARTEN
KAARTEN UITWISSEN
LLE
LLE
CODES
CODES
OF
KAARTEN
Hiermee worden alle codes/kaarten verwijderd.
Hiermee worden alle codes/kaarten verwijderd.
Hiermee worden alle codes/kaarten verwijderd.
Hiermee worden alle codes/kaarten verwijderd.
Hiermee worden alle codes/kaarten verwijderd.
1. 1. 1. 1. 1. Voer de Installateurscode in.
Druk dan op de "#" toets.
2. 2. 2. 2. 2. Toets "8" in, gevolgd door
"99".
3. 3. 3. 3. 3. Druk op de" " -toets.
4. 4. 4. 4. 4. Verlaat het programma door
op de "#" -toets te drukken.
E E E E E
ÉN
ÉN
ÉN
ÉN GEBRUIKERSNUMMER
ÉN
GEBRUIKERSNUMMER
GEBRUIKERSNUMMER
GEBRUIKERSNUMMER
GEBRUIKERSNUMMER UITWISSEN
Hiermee wordt één code/kaart verwijderd.
Hiermee wordt één code/kaart verwijderd.
Hiermee wordt één code/kaart verwijderd.
Hiermee wordt één code/kaart verwijderd.
Hiermee wordt één code/kaart verwijderd.
1. 1. 1. 1. 1. Voer de Installateurscode in.
Druk dan op de "#" toets.
2. 2. 2. 2. 2. Toets "9" in.
3. 3. 3. 3. 3. Voer een gebruikersnummer
in, dat een tweecijferig getal
moet zijn tussen 01 en 99
(bijvoorbeeld,
gebruikerscode 2 is "02").
4. 4. 4. 4. 4. Druk op de " " -toets.
5. 5. 5. 5. 5. Verlaat het programma door
op de "#" -toets te drukken.
B B B B B
I I I I I
EP
EP
EP
EPAAL
EP
AAL
AAL
AAL
AAL DE
DE
DE
DE
DE
1. 1. 1. 1. 1. Druk op de "0" toets.
2. 2. 2. 2. 2. Voer Installateurscode "00"
in.
3. 3. 3. 3. 3. Voer een nieuwe
Installateurscode in. De
code moet liggen tussen 1
en 8 cijfers.
4. 4. 4. 4. 4. Bevestig de code door op
" " te drukken.
5. 5. 5. 5. 5. Verlaat het programma door
op de "#" -toets te drukken.
Voorbeeld
Voorbeeld
Voorbeeld
Voorbeeld
Voorbeeld
van
het
Installateurscode 123456:
Toets in: 0 00
123456
H H H H H
I I I I I
ET
ET
ET WIJZIGEN
WIJZIGEN
WIJZIGEN V V V V V AN
WIJZIGEN
AN
AN DE
AN
DE
DE
DE
NST
NST
NSTALLA
ALLA
ALLA
ALLATEURSCODE
ET
ET
WIJZIGEN
AN
DE
NST
NST
ALLA
1. 1. 1. 1. 1. Sluit de voedingsspanning
van het bediendeel af.
2. 2. 2. 2. 2. Zet Jumper J1 in positie
"AAN". Zie de afbeelding
van de aansluitingen.
3. 3. 3. 3. 3. Sluit het bediendeel weer op
de voedingsspanning aan.
4. 4. 4. 4. 4. Zet Jumper J1 terug in
positie "UIT".
5. 5. 5. 5. 5. Bepaal de Installateurscode.
All manuals and user guides at all-guides.com
KARTEN
KARTEN WISSEN
KARTEN
WISSEN
WISSEN
WISSEN
KARTEN
KARTEN
WISSEN
UITWISSEN
UITWISSEN
UITWISSEN
UITWISSEN
De gele LED licht op en een lange
pieptoon weerklinkt.
Bij elke toetsaanslag klinkt er een
korte en een lange peiptoon.
Er klinken twee korte pieptonen.
Er klinkt een korte pieptoon en de
gele LED gaat uit.
UITWISSEN
UITWISSEN
UITWISSEN
UITWISSEN
De gele LED licht op en een lange
pieptoon weerklinkt.
Bij elke toetsaanslag klinkt een korte
pieptoon.
Er klinkt een korte pieptoon na elke
toetsaanslag.
Er klinken twee korte pieptonen.
Er klinkt een korte pieptoon en de
gele LED gaat uit.
NSTALLA
NST
NST
NST
NST
ALLA
ALLA
ALLA
ALLATEURSCODE
TEURSCODE
TEURSCODE
TEURSCODE
TEURSCODE
De gele LED op het bediendeel
ACL599 gaat aan, waarna een aantal
pieptonen klinken.
Er worden twee korte pieptonen
afgegeven door het ACL599
bediendeel.
programmeren
van
een
#
TEURSCODE
TEURSCODE
TEURSCODE
TEURSCODE
Er klinkt een korte pieptoon en de
gele LED gaat uit.
Attentie:
Attentie:
Attentie:
Attentie: Een aantal opeenvolgende pieptonen geven aan dat u onjuiste
Attentie:
toetsaanslagen of ander onjuiste handelingen hebt verricht.
A A A A A
/ / / / /
AN
AN
AN
AN
AN
UITSCHAKELFUNCTIE
UITSCHAKELFUNCTIE
UITSCHAKELFUNCTIE
UITSCHAKELFUNCTIE
UITSCHAKELFUNCTIE
Aan- en uitschakelen is alleen mogelijk indien de ACL599 gecombineerd
wordt met een tweede ACL700 proximity-lezer en kaarten of
proxsleutels.
P P P P P
A A A A A
/ / / / /
ROGRAMMEREN
ROGRAMMEREN
ROGRAMMEREN
ROGRAMMEREN V V V V V AN
ROGRAMMEREN
AN
AN
AN
AN
AN
AN
AN
AN
AN
UITSCHAKELFUNCTIE VOOR
UITSCHAKELFUNCTIE
UITSCHAKELFUNCTIE
UITSCHAKELFUNCTIE
UITSCHAKELFUNCTIE
GEBRUIKER
GEBRUIKER
GEBRUIKER
GEBRUIKER
GEBRUIKER
Programmeer eerst gebruikers van kaarten zoals hierboven
beschreven. Zie: "Programmeren van een kaart of proxsleutel".
T T T T T
A A A A A
/ / / / /
OEKENNEN
OEKENNEN V V V V V AN
OEKENNEN
OEKENNEN
OEKENNEN
AN
AN
AN
AN EEN
EEN
EEN
EEN
EEN
AN
AN
AN
AN
AN
UITSCHAKELFUNCTIE
UITSCHAKELFUNCTIE
UITSCHAKELFUNCTIE AAN
UITSCHAKELFUNCTIE
UITSCHAKELFUNCTIE
GEBRUIKER
GEBRUIKER
GEBRUIKER
GEBRUIKER
GEBRUIKER
1. 1. 1. 1. 1. Voer de Installateurscode in.
Druk dan op de "#" toets.
2. 2. 2. 2. 2. Toets "4" in.
3. 3. 3. 3. 3. Voer het tweecijferige
gebruikersnummer in, dat
moet liggen tussen 01 en 99
(bijvoorbeeld,
gebruikerscode 2 is "02").
4. 4. 4. 4. 4. Voer "1" in om de Aan/
uitschakelfunctie te
activeren voor dit
gebruikersnummer. Voer
dan "0" in om de Aan/
uitschakelfunctie te de-
activeren voor dit
gebruikersnummer.
5. 5. 5. 5. 5. Druk op de " " -toets.
6. 6. 6. 6. 6. Voor het beëindigen van het
programma drukt u op de "#"
-toets.
P P P P P
ROGRAMMEREN V V V V V AN
ROGRAMMEREN
ROGRAMMEREN
ROGRAMMEREN
ROGRAMMEREN
AN EEN
AN
AN
AN
1. 1. 1. 1. 1. Voer de Installateurscode in.
Toets en dan "#".
2. 2. 2. 2. 2. Toets "7" in.
3. 3. 3. 3. 3. Ken het relais toe aan de
Uitgangsknop:
Druk op "1" voor relais 1
Druk op "2" voor relais 2
Druk op "1" en "2" voor
beide relais 1 en 2
4. 4. 4. 4. 4. Druk op de " " -toets.
5. 5. 5. 5. 5. Voor het beëindigen van het
programma drukt u op de "#"
-toets.
B B B B B
EËINDIGEN
EËINDIGEN
EËINDIGEN V V V V V AN
EËINDIGEN
EËINDIGEN
AN
AN
AN HET
AN
HET
HET
HET PROGRAMMA
HET
PROGRAMMA
PROGRAMMA
PROGRAMMA
PROGRAMMA
Het programma kan te allen tijde
beëindigd worden door op de "#"
toets te drukken.
VOOR
VOOR
VOOR EEN
VOOR
EEN
EEN
EEN
EEN
AAN
AAN EEN
AAN
AAN
EEN
EEN
EEN
EEN
De gele LED licht op en een lange
pieptoon weerklinkt.
Er klinkt een korte pieptoon.
Bij elke toetsaanslag wordt een korte
pieptoon afgegeven.
Er klinken twee korte pieptonen op
het bediendeel en op de lezer. Relais
2 zal worden geactiveerd indien een
kaart of een proxsleutel gedurende
ongeveer 3 seconden wordt
aangeboden aan de proximity lezer.
Indien Relais 2 is geactiveerd, is
Relais 1 geblokkeerd.
Er klinken twee korte pieptonen.
Er klinkt een korte pieptoon en de
gele LED gaat uit.
EEN
EEN UITGANGS
EEN
EEN
UITGANGS
UITGANGS
UITGANGS
UITGANGS DRUKKNOP
DRUKKNOP
DRUKKNOP
DRUKKNOP
DRUKKNOP
De gele LED licht op en een lange
pieptoon weerklinkt.
Er klinkt een korte pieptoon
Bij elke toetsaanslag klinkt er een
korte pieptoon.
Er klinken twee korte pieptonen.
Er klinkt een korte pieptoon en de
gele LED gaat uit.
De gele LED op het ACL599
bediendeel gaat uit en er klinkt een
korte pieptoon.
NL
NL
NL
NL
NL
9