in de modus Autostand bevinden. De weergave gebeurt
in uur:min.
8.2.2 Dagtemperatuur instellen
Menu → Installateurniveau → Systeem Configuratie [CV 1
----] → Dagtemperatuur
– Met deze functie kunt u de gewenste dagtemperatuur
van het CV-circuit instellen.
8.2.3 Nachttemperatuur instellen
Menu → Installateurniveau → Systeem Configuratie [CV 1
----] → Nacht temperatuur
– Met deze functie kunt u de gewenste nachttemperatuur
van het CV-circuit instellen.
De nachttemperatuur is de temperatuur waarop de verwar-
ming in tijden van geringe warmtebehoefte (bijv. 's nachts)
verlaagd moet worden.
8.2.4 Gewenste aanvoertemperatuur aflezen
Menu → Installateurniveau → Systeem Configuratie [CV 1
----] → Aanvoertemp. Gew.
– Met deze functie kunt u de gewenste aanvoertempera-
tuur van het CV-circuit aflezen.
0020135475_01 calorMATIC 332 Installatiehandleiding
Bedienings- en weergavefuncties 8
8.2.5 Status van speciale modi aflezen
Menu → Installateurniveau → Systeem Configuratie [CV 1
----] → Bijzondere functie
– Met deze functie kunt u vaststellen of voor een CV-circuit
actueel een speciale modus (bijzondere functie), zoals
bijv. Party enz. actief is.
8.3
Code voor installateurniveau veranderen
Menu → Installateurniveau → Code veranderen
– Met de functie kunt u de toegangscode voor het bedie-
ningsniveau Installateurniveau veranderen.
Als de code niet meer beschikbaar is, moet u de thermo-
staat op de fabrieksinstelling terugzetten om op nieuw toe-
gang tot het installateurniveau te verkrijgen.
17