Download Print deze pagina
ABB i-bus KNX LGS/A 1.2 Producthandleiding
ABB i-bus KNX LGS/A 1.2 Producthandleiding

ABB i-bus KNX LGS/A 1.2 Producthandleiding

Luchtkwaliteitssensor met rtr
2CDC 508 179 D3101
24.11.2017
Producthandboek
ABB i-bus KNX®
LGS/A 1.2 Luchtkwaliteitssensor met RTR
loading

Samenvatting van Inhoud voor ABB i-bus KNX LGS/A 1.2

  • Pagina 1 2CDC 508 179 D3101 24.11.2017 │ Producthandboek ABB i-bus KNX® LGS/A 1.2 Luchtkwaliteitssensor met RTR...
  • Pagina 2 Inhoudsopgave Inhoudsopgave Opmerkingen over de handleiding ......................12 Veiligheid ..............................13 Gebruikte aanwijzing en symbolen ....................13 Beoogd gebruik ..........................14 Beoogd gebruik ..........................14 Doelgroep / personeelskwalificatie ....................15 2.4.1 Bediening ............................15 2.4.2 Installatie, inbedrijfname en onderhoud ..................15 Veiligheidsinstructies ........................16 Opmerkingen over milieubescherming .....................
  • Pagina 3 Inhoudsopgave Applicatie-/parameterbeschrijvingen ......................31 10.1 Toepassings-(applicatie)programma ..................... 31 10.2 Algemene instellingen ........................32 10.2.1 Algemene instellingen — In werking zenden .................32 10.2.2 Algemene instellingen — In werking cyclustijd [s] .................32 10.2.3 Algemene instellingen — Status aanvragen ..................32 10.2.4 Algemene instellingen — Status aanvragen met ................32 10.2.5 Algemene instellingen —...
  • Pagina 4 Inhoudsopgave 10.3.35 Regeling koelen ..........................48 10.3.36 Regeling koelen — soort stelgrootte ....................48 10.3.37 Regeling koelen — soort koeling ....................49 10.3.38 Regeling koelen — P-aandeel (x 0,1°C) ..................49 10.3.39 Regeling koelen — I-aandeel (min.) ....................49 10.3.40 Regeling koelen — geavanceerde instellingen ................50 10.3.41 Basisstand koelen ..........................51 10.3.42...
  • Pagina 5 Inhoudsopgave 10.3.78 Instellingen gewenste waarden — ingestelde temperatuur hittebescherming (°C) .......65 10.3.79 Instellingen gewenste waarden — displayelement toont ...............65 10.3.80 Instellingen gewenste waarden — displayelement toont ...............66 10.3.81 Instellingen gewenste waarden — actuele ingestelde waarde zenden .........66 10.3.82 Instellingen gewenste waarden — cyclisch zenden van actuele ingestelde temperatuur (min) ..............................66 10.3.83 Wijziging gewenste waarde ......................67...
  • Pagina 6 Inhoudsopgave 10.3.119 Fan-coil instellingen koelen ......................79 10.3.120 Fan-coil instellingen koelen — ventilatorstand 1-5 tot stelgrootte (0 - 255) koelen .......79 10.3.121 Fan-coil instellingen koelen — ventilatorstandbeperking koelen bij ecobedrijf ......79 10.3.122 Fan-coil instellingen koelen — max. ventilatorstand koelen bij ecobedrijf ........79 10.3.123 Zomercompensatie .........................80 10.3.124...
  • Pagina 7 Inhoudsopgave 10.4.40 CO2 — Procent onder drempel 1 ....................97 10.4.41 CO2 — Waarde onder drempel 1 (-255) ..................97 10.4.42 CO2 — Procent ..........................97 10.4.43 CO2 — Waarde ..........................97 10.4.44 CO2 — Procent ..........................97 10.4.45 CO2 — Waarde ..........................97 10.4.46 CO2 — Stelgrootte bij meetwaarde-uitval ..................98 10.4.47 CO2 —...
  • Pagina 8 Inhoudsopgave 10.5.36 Vochtigheid — Waarde max. stelgrootte ..................115 10.5.37 Vochtigheid — Stelgrootte bij meetwaardeuitval ................ 116 10.5.38 Vochtigheid — Waarde min. stelgrootte ..................117 10.5.39 Vochtigheid — Waarde max. stelgrootte ..................118 10.5.40 Vochtigheid — Stelgrootte meetwaardeuitval (0…255) .............. 118 10.6 Applicatie "Temperatuur"...
  • Pagina 9 Inhoudsopgave 10.9.7 Externe werkelijke temperatuur ....................132 10.9.8 Externe werkelijke temperatuur 2 ....................132 10.9.9 Storing werkelijke temperatuur ....................133 10.9.10 Actuele ingestelde waarde ......................133 10.9.11 Bedrijfsmodus ..........................134 10.9.12 Bedrijfsmodus overlappend ......................134 10.9.13 Raamcontact ..........................135 10.9.14 Aanwezigheidsmelder .........................
  • Pagina 10 Inhoudsopgave 10.10.11 R — stelgrootte (0...255) ...................... 147 10.10.12 R — stelgrootte stand 1 (prioriteit) ..................147 10.10.13 R — stelgrootte stand 1 (schakelobject) ................147 10.10.14 R — stelgrootte stand 2 (prioriteit) ..................147 10.10.15 R — stelgrootte stand 2 (schakelobject) ................147 10.10.16 R —...
  • Pagina 11 Inhoudsopgave 10.14 Communicatieobjecten "Luchtdruk" .................... 158 10.14.1 P — luchtdruk absoluut [Pa] ......................158 10.14.2 P — absolute luchtdruk opvragen ....................158 10.14.3 P — luchtdruk relatief [Pa] ......................158 10.14.4 P — relatieve luchtdruk opvragen ....................158 10.14.5 P — luchtdruksensorfout ......................159 10.14.6 P —...
  • Pagina 12 Voor schade die ontstaat door het niet in acht nemen van het handboek aanvaardt ABB geen aansprakelijkheid. Als u meer informatie nodig heeft of vragen heeft over het apparaat, wendt u zich tot ABB of bezoekt ons op internet: www.abb.com/knx Producthandboek 2CDC 508 179 D3101 │12...
  • Pagina 13 Toch bestaan er restrisico's. Om gevaren te vermijden, dient u de veiligheidsinstructies te lezen en op te volgen. Voor schade die ontstaat door het niet in acht nemen van de veiligheidsinstructies aanvaardt ABB geen aansprakelijkheid. Gebruikte aanwijzing en symbolen De volgende aanwijzingen wijzen op bijzondere gevaren in de omgang met het apparaat of...
  • Pagina 14 Ieder gebruik dat niet wordt genoemd in Hoofdstuk 2.2 “Beoogd gebruik“ op pagina 14 geldt als niet beoogd en kan leiden tot letsel en materiële schade. ABB is niet aansprakelijk voor schade die door niet beoogd gebruik van het apparaat ontstaat. Het risico draagt uitsluitend de gebruiker / exploitant.
  • Pagina 15 Veiligheid Doelgroep / personeelskwalificatie 2.4.1 Bediening Voor de bediening van het apparaat is geen speciale kwalificatie nodig. 2.4.2 Installatie, inbedrijfname en onderhoud De installatie, inbedrijfname en het onderhoud van het apparaat mogen uitsluitend worden uitgevoerd door erkende elektrotechnische installateurs. De elektrotechnische installateur moet dit handboek gelezen en begrepen hebben en de instructies opvolgen.
  • Pagina 16 Veiligheid Veiligheidsinstructies Gevaar – Elektrische spanning! Elektrische spanning! Levensgevaar en brandgevaar door elektrische spanning van 100 … 240 V. Bij direct of indirect contact met spanningsgeleidende delen ontstaat een gevaarlijke doorstroming van het lichaam. Elektrische schok, brandwonden of de dood kunnen het gevolg zijn. Werkzaamheden aan het 100 …...
  • Pagina 17 Opmerkingen over milieubescherming Opmerkingen over milieubescherming Milieu Denk aan de bescherming van het milieu! Oude elektrische en elektronische apparaten mogen niet bij het huishoudelijke afval worden gegooid. – Het apparaat bevat waardevolle grondstoffen die kunnen worden hergebruikt. Geef het apparaat daarom af bij een verzamelpunt voor afgedankte apparatuur.
  • Pagina 18 Opbouw en functie Opbouw en functie Afb. 1: Productoverzicht [1] Led CO2-concentratie [2] Led relatieve luchtvochtigheid Functies Het apparaat is een functionele testset met diverse instelmogelijkheden en wordt opgebouwd op de muur. Het apparaat bewaakt de luchtkwaliteit; bovendien kan het apparaat de ruimteklimaatregeling besturen.
  • Pagina 19 Opbouw en functie Interferentiebronnen De meetresultaten van het apparaat kunnen negatief worden beïnvloed door externe invloeden. Hieronder vindt u mogelijke interferentiebronnen: Tocht en luchtbeweging. ■ – Bijvoorbeeld door ramen, deuren, convectie, verwarming en personen. Opwarming of afkoeling. ■ – Bijvoorbeeld zonnestralen of de montage aan een buitenwand. Warmtebronnen.
  • Pagina 20 Technische gegevens Technische gegevens Benaming Waarde Voeding: 24 V DC (via buslijn) KNX-aansluiting: busaansluitklem, schroefloos Busdeelnemer: 1 (≤12 mA) Temperatuurbereik: -5 °C … +45 °C Opslagtemperatuur: -10 °C … +60 °C Beschermingsgraad: IP 20 Beschermingsklasse: Displaygrootte: 3,8 cm (1,5") 80,5 mm x 80,5 mm x 17 mm Afmetingen inbouwsokkel: (h x b x d).
  • Pagina 21 Aansluiting, inbouw / montage Aansluiting, inbouw / montage Gevaar – Elektrische spanning! Installeer de apparaten uitsluitend wanneer u over de vereiste elektronische kennis en ervaring beschikt. Door een niet vakkundig uitgevoerde installatie brengt u het eigen leven en ■ dat van de gebruikers van de elektrische installatie in gevaar. Door een niet vakkundig uitgevoerde installatie kan aanzienlijke materiële ■...
  • Pagina 22 Aansluiting, inbouw / montage Montageplaats Voor een correcte inbedrijfname dient u op de volgende punten te letten: Het apparaat moet op een hoogte ■ van ca. 150 cm van de vloer en 50 cm van een deurpost worden geïnstalleerd. 50 cm 150 cm Afb.
  • Pagina 23 Aansluiting, inbouw / montage Dit geldt ook voor de montage op ■ een buitenmuur. – Lage buitentemperaturen beïnvloeden de temperatuurregeling. Afb. 6: Montageplaats – buitenmuur Een directe bevochtiging van de ■ ruimtetemperatuurregelaar met vloeistoffen vermijden. Afb. 7: Montageplaats – bevochtiging met vloeistof Net als warmtestralen van elektrische ■...
  • Pagina 24 Aansluiting, inbouw / montage Montage Waarschuwing! – Beschadiging van het apparaat door gebruik van harde voorwerpen! De kunststofonderdelen van het apparaat zijn kwetsbaar. – Trek het behuizingsdeksel alleen met de hand eraf. – Gebruik in geen geval een schroevendraaier of een soortgelijk hard voorwerp om het op te tillen.
  • Pagina 25 Aansluiting, inbouw / montage 3. Schroef de opbouwbehuizing met twee schroeven [A] aan de muur vast. 4. Sluit de kabels op de opbouwbehuizing aan. – Voor de aansluitingen zie hoofdstuk 6.3 “Elektrische aansluiting“ op pagina 26. 5. Plaats het behuizingsdeksel op de opbouwbehuizing.
  • Pagina 26 Aansluiting, inbouw / montage Elektrische aansluiting 24 V DC Afb. 9: Elektrische aansluiting Producthandboek 2CDC 508 179 D3101 │26...
  • Pagina 27 Inbedrijfname Inbedrijfname Om het apparaat in bedrijf te kunnen nemen, moet een fysiek adres worden toegewezen. De toekenning van het fysieke adres en het instellen van de parameters gebeurt met behulp van de Engineering Tool Software (ETS). Opmerking De apparaten zijn producten in het KNX-systeem en voldoen aan de KNX- richtlijnen.
  • Pagina 28 Inbedrijfname 7.1.3 Groepsadres(sen) toewijzen De groepsadressen worden toegewezen in combinatie met de ETS. 7.1.4 Applicatieprogramma kiezen De applicatie wordt via de ETS op het apparaat geladen. 7.1.5 Applicatieprogramma differentiëren Met de ETS kunnen verschillende functies gerealiseerd worden. Gedetailleerde parameterbeschrijvingen, zie hoofdstuk 10 “Applicatie-/parameterbeschrijvingen“ op pagina 31.
  • Pagina 29 Bediening Bediening Met de led aan de voorzijde van het apparaat kan de overschrijding van een bepaald CO - en vochtigheidsniveau worden aangegeven. De drempels kunnen in het applicatieprogramma worden geparametriseerd. In de applicatie kunnen twee drempelwaarden voor CO en vochtigheid worden opgegeven. Zolang de waarden onder de eerste drempelwaarde liggen, brandt de led voor deze waarde groen.
  • Pagina 30 Onderhoud Onderhoud Reiniging Let op! – Beschadiging van apparatuur! Door het inspuiten met reinigingsmiddelen kunnen deze door de spleten in ■ het apparaat dringen. – Spuit geen reinigingsmiddelen direct op het apparaat. Door agressieve reinigingsmiddelen bestaat het gevaar dat het oppervlak ■...
  • Pagina 31 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Toepassings-(applicatie)programma Applicatie-/parameterbeschrijvingen 10.1 Toepassings-(applicatie)programma Het volgende applicatieprogramma is beschikbaar: Applicatieprogramma LGS/A 1.2: Luchtkwaliteitssensor met RTR Het applicatieprogramma voor de ruimtetemperatuurregelaar bevat de hieronder aangegeven applicaties. KNX-applicatie Algemene instellingen Ruimtetemperatuurregelaar Relatieve luchtvochtigheid Temperatuur Dauwpunt Luchtdruk Afhankelijk van de gekozen applicatie,geeft de Engineering Tool Software "ETS" verschillende parameters en communicatieobjecten aan.
  • Pagina 32 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Algemene instellingen 10.2 Algemene instellingen 10.2.1 Algemene instellingen — In werking zenden Opties: Inactief Zendt '0' Zendt '1' Het communicatieobject "In werking zenden" dient ter informatie dat de regelaar nog werkt. Via deze parameter wordt vastgelegd welke waarde het communicatieobject "In werking zenden" als "levenssignaal"...
  • Pagina 33 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Algemene instellingen 10.2.5 Algemene instellingen — Zendvertraging na terugkeer busspanning … in s Opties: Instelmogelijkheid tussen 2 – 255 seconden Via deze parameter kan het uitzenden van de uitgangswaarde na een terugkeer van de busspanning worden vertraagd. Dat wil zeggen dat pas na afloop van een vertragingstijd een telegram wordt verzonden.
  • Pagina 34 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Applicatie ‘RTR’ 10.3 Applicatie ‘RTR’ 10.3.1 Algemeen — Apparaatfunctie Opties: Enkel apparaat Masterapparaat – Individueel apparaat: Het apparaat wordt in een ruimte individueel voor de ruimtetemperatuurregeling van vast ingestelde temperatuurwaarden ingezet. – Masterapparaat: in een ruimte bevinden zich minimaal twee kamerthermostaten. Eén apparaat moet daarbij het masterapparaat en andere als slave- apparaten/temperatuursensoren worden geparametreerd.
  • Pagina 35 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Applicatie ‘RTR’ 10.3.3 Algemeen — Bedrijfsmodus na reset Opties: Comfort Stand-by Ecobedrijf Koelen met extra stand Vorst-/hittebeveiliging In de bedrijfsmodus na reset werkt het apparaat na een herstart zolang totdat eventueel een nieuwe bedrijfsmodus door bediening van het apparaat of communicatieobjecten worden ingesteld.
  • Pagina 36 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Applicatie ‘RTR’ 10.3.6 Regeling verwarmen Opmerking Alleen beschikbaar als de parameter ‘apparaatfunctie’ ofwel op ‘enkel apparaat’ of ‘masterapparaat’ en de parameter ‘regelaarfunctie’ ofwel op ‘verwarmen’, ‘verwarmen met extra stand’, ‘verwarmen en koelen’ of ‘verwarmen en koelen met extra standen’ staat. 10.3.7 Regeling verwarmen —...
  • Pagina 37 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Applicatie ‘RTR’ 10.3.8 Regeling verwarmen — soort verwarming Opties: PI continu, 0 – 100% en PI PWM, aan/uit: Oppervlak (bijvoorbeeld vloerverwarming) 4°C 200 min ■ Convector (bijvoorbeeld radiator) 1,5°C 100min ■ Vrije configuratie ■ Fan-coil: Fan-coil 4°C 90min ■ Vrije configuratie ■...
  • Pagina 38 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Applicatie ‘RTR’ 10.3.10 Regeling verwarmen — I-aandeel (min.) Opties: Instelmogelijkheid tussen 0 – 255 Het I-aandeel staat voor de nasteltijd van een regeling. Het integrale aandeel zorgt ervoor dat de kamertemperatuur langzaam de gewenste waarde nadert en deze uiteindelijk ook bereikt. Afhankelijk van het gebruikte installatietype moet de nasteltijd verschillende groottes aannemen.
  • Pagina 39 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Applicatie ‘RTR’ 10.3.12 Basisstand verwarmen Opmerking Niet beschikbaar als de parameter ‘geavanceerde instellingen’ onder ‘regeling verwarmen’ op ‘ja’ staat. 10.3.13 Basisstand verwarmen — statusobject verwarmen Opties: – De parameter schakelt het communicatieobject ‘status verwarmen’ vrij. 10.3.14 Basisstand verwarmen — werking stelgrootte Opties: Normaal Omgekeerd...
  • Pagina 40 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Applicatie ‘RTR’ 10.3.16 Basisstand verwarmen — stelgrootteverschil voor zenden van stelgrootte verwarmen Opties: 10 % Alleen cyclisch zenden De stelgroottes van de continue PI-regelaar 0 ... 100% worden niet na iedere berekening verstuurd, maar alleen als uit de berekening een waardeverschil t.o.v. de laatste verstuurde waarde resulteert, waarbij het versturen bovendien zinvol is.
  • Pagina 41 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Applicatie ‘RTR’ 10.3.19 Basisstand verwarmen — max. stelgrootte (0..255) Opties: Instelmogelijkheid tussen 0 – 255 De maximale stelgrootte van de PI-regelaar geeft de maximale waarde aan die de regelaar uitgeeft. Als een maximale waarde lager dan ‘255’ wordt gekozen, wordt deze waarde niet overschreden, ook als de regelaar een hogere stelgrootte berekend heeft.
  • Pagina 42 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Applicatie ‘RTR’ 10.3.21 Regeling extra stand verwarmen Opmerking Alleen beschikbaar als de parameter ‘apparaatfunctie’ ofwel op ‘enkel apparaat’ of ‘masterapparaat’ en de parameter ‘regelaarfunctie’ ofwel op ‘verwarmen met extra stand’ of op ‘verwarmen en koelen met extra standen’ staat. 10.3.22 Regeling extra stand verwarmen —...
  • Pagina 43 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Applicatie ‘RTR’ 10.3.23 Regeling extra stand verwarmen — soort extra verwarming Opties: PI continu, 0-100% en PI PWM, aan/uit: Oppervlak (bijvoorbeeld vloerverwarming) 4°C 200 min ■ Convector (bijvoorbeeld radiator) 1,5°C 100min ■ Vrije configuratie ■ Fan-coil: Fan-coil 4°C 90min ■...
  • Pagina 44 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Applicatie ‘RTR’ 10.3.25 Regeling extra stand verwarmen — I-aandeel (min) Opties: Instelmogelijkheid tussen 0 – 255 Het I-aandeel staat voor de nasteltijd van een regeling. Het integrale aandeel zorgt ervoor dat de kamertemperatuur langzaam de gewenste waarde nadert en deze uiteindelijk ook bereikt. Afhankelijk van het gebruikte installatietype moet de nasteltijd verschillende groottes aannemen.
  • Pagina 45 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Applicatie ‘RTR’ 10.3.28 Extra stand verwarmen Opmerking Niet beschikbaar als de parameter ‘geavanceerde instellingen’ onder ‘regeling extra stand verwarmen’ op ‘ja’ staat. 10.3.29 Extra stand verwarmen — werking stelgrootte Opties: Normaal Omgekeerd Met de werking van de stelgrootte wordt de stelgrootte aangepast aan stroomloos geopende (normaal) of stroomloos gesloten (invers) kleppen.
  • Pagina 46 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Applicatie ‘RTR’ 10.3.31 Extra stand verwarmen — stelgrootteverschil voor zenden stelgrootte verwarmen Opties: 10 % Alleen cyclisch zenden De stelgroottes van de continue PI-regelaar 0 ... 100% worden niet na iedere berekening verstuurd, maar alleen als uit de berekening een waardeverschil t.o.v. de laatste verstuurde waarde resulteert, waarbij het versturen bovendien zinvol is.
  • Pagina 47 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Applicatie ‘RTR’ 10.3.34 Extra stand verwarmen — basisbelasting min. stelgrootte (0..255) Opties: Instelmogelijkheid tussen 0 – 255 De minimale stelgrootte van de PI-regelaar geeft de minimale waarde aan die de regelaar uitgeeft. Als de minimale waarde groter dan nul is gekozen, wordt deze waarde niet onderschreden, ook als de regelaar een lagere stelgrootte heeft berekend.
  • Pagina 48 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Applicatie ‘RTR’ 10.3.35 Regeling koelen Opmerking Alleen beschikbaar als de parameter ‘apparaatfunctie’ ofwel op ‘enkel apparaat’ of ‘masterapparaat’ en de parameter ‘regelaarfunctie’ ofwel op ‘koelen, ‘koelen met extra stand’, ‘verwarmen en koelen’ of ‘verwarmen en koelen met extra standen’ staat. 10.3.36 Regeling koelen —...
  • Pagina 49 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Applicatie ‘RTR’ 10.3.37 Regeling koelen — soort koeling Opties: PI continu, 0-100% en PI PWM, aan/uit: Oppervlak (bijvoorbeeld koelplafond) 5°C 240min ■ Vrije configuratie ■ Fan-coil: Fan-coil 4°C 90min ■ Vrije configuratie ■ Er zijn twee voorgeprogrammeerde koeltypen (oppervlak of fan-coil) beschikbaar voor de gebruiker.
  • Pagina 50 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Applicatie ‘RTR’ 10.3.40 Regeling koelen — geavanceerde instellingen Opties: Deze parameter schakelt extra functies en communicatieobjecten vrij, bijvoorbeeld ‘basisstand koelen’. Producthandboek 2CDC 508 179 D3101 │50...
  • Pagina 51 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Applicatie ‘RTR’ 10.3.41 Basisstand koelen Opmerking Niet beschikbaar als de parameter ‘geavanceerde instellingen’ onder ‘regeling koelen op ‘ja’ staat. 10.3.42 Basisstand koelen — statusobject koelen Opties: De parameter schakelt het communicatieobject ‘status koelen vrij. 10.3.43 Basisstand koelen — werking stelgrootte Opties: Normaal Omgekeerd...
  • Pagina 52 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Applicatie ‘RTR’ 10.3.45 Basisstand koelen — cyclisch zenden van stelgrootte (min) Opties: Instelmogelijkheid tussen 1 – 60 minuten De door het apparaat gebruikte actuele stelgrootte kan cyclisch naar de bus worden verzonden. Opmerking Deze parameter is alleen beschikbaar als de parameter ‘soort stelgrootte’ ofwel op ‘2-punts 1 bit, aan/uit’, ‘2-punts 1 byte, 0/100%’, ‘PI continu, 0-100%’...
  • Pagina 53 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Applicatie ‘RTR’ 10.3.48 Regeling extra stand koelen Opmerking Alleen beschikbaar als de parameter ‘apparaatfunctie’ ofwel op ‘enkel apparaat’ of ‘masterapparaat’ en de parameter ‘regelaarfunctie’ ofwel op ‘koelen met extra stand’ of op ‘verwarmen en koelen met extra standen’ staat. Opties: 2-punts 1 bit, uit/aan 2-punts 1 byte, 0/100%...
  • Pagina 54 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Applicatie ‘RTR’ 10.3.49 Regeling extra stand koelen — soort koeling Opties: PI continu, 0-100% en PI PWM, aan/uit: Oppervlak (bijvoorbeeld koelplafond) 5°C 240min ■ Vrije configuratie ■ Fan-coil: Fan-coil 4°C 90min ■ Vrije configuratie ■ Er zijn twee voorgeprogrammeerde koeltypen (oppervlak of fan-coil) beschikbaar voor de gebruiker.
  • Pagina 55 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Applicatie ‘RTR’ 10.3.51 Regeling extra stand koelen — I-aandeel (min) Opties: Instelmogelijkheid tussen 0 – 255 Het I-aandeel staat voor de nasteltijd van een regeling. Het integrale aandeel zorgt ervoor dat de kamertemperatuur langzaam de gewenste waarde nadert en deze uiteindelijk ook bereikt. Afhankelijk van het gebruikte installatietype moet de nasteltijd verschillende groottes aannemen.
  • Pagina 56 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Applicatie ‘RTR’ 10.3.53 Extra stand koelen Opmerking Niet beschikbaar als de parameter ‘geavanceerde instellingen’ onder ‘regeling extra stand koelen op ‘ja’ staat. 10.3.54 Extra stand koelen — werking stelgrootte Opties: Normaal Omgekeerd Met de werking van de stelgrootte wordt de stelgrootte aangepast aan stroomloos geopende (normaal) of stroomloos gesloten (invers) kleppen.
  • Pagina 57 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Applicatie ‘RTR’ 10.3.56 Extra stand koelen — stelgrootteverschil voor zenden stelgrootte koelen Opties: 10 % De stelgroottes van de continue PI-regelaar 0 ... 100% worden niet na iedere berekening verstuurd, maar alleen als uit de berekening een waardeverschil t.o.v. de laatste verstuurde waarde resulteert, waarbij het versturen bovendien zinvol is.
  • Pagina 58 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Applicatie ‘RTR’ 10.3.59 Extra stand koelen — basisbelasting min. stelgrootte (0..255) Opties: Instelmogelijkheid tussen 0 – 255 De minimale stelgrootte van de PI-regelaar geeft de minimale waarde aan die de regelaar uitgeeft. Als de minimale waarde groter dan nul is gekozen, wordt deze waarde niet onderschreden, ook als de regelaar een lagere stelgrootte heeft berekend.
  • Pagina 59 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Applicatie ‘RTR’ 10.3.60 Instellingen basisbelasting Opmerking Alleen beschikbaar als de parameter ‘apparaatfunctie’ ofwel op ‘enkel apparaat’ of ‘masterapparaat’ en de parameter ‘regelaarfunctie’ ofwel op ‘verwarmen met extra stand, ‘koelen met extra stand’, ‘verwarmen en koelen’ of ‘verwarmen en koelen met extra standen’ staat. 10.3.61 Instellingen basisbelasting —...
  • Pagina 60 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Applicatie ‘RTR’ 10.3.62 Gecombineerd verwarmen en koelen Opmerking Alleen beschikbaar als de parameter ‘apparaatfunctie’ ofwel op ‘enkel apparaat’ of ‘masterapparaat’ en de parameter ‘regelaarfunctie’ ofwel op ‘verwarmen en koelen of op ‘verwarmen en koelen met extra standen’ staat. 10.3.63 Gecombineerd verwarmen en koelen — omschakeling verwarmen/koelen Opties: Automatisch Alleen via object...
  • Pagina 61 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Applicatie ‘RTR’ 10.3.65 Gecombineerd verwarmen en koelen — uitgave stelgrootte verwarmen en koelen Opties: Via 1 object Via 2 objecten Via deze parameter wordt ingesteld of de stelgrootte via één of twee objecten aan de airco- aktor wordt verstuurd. Als de airco-aktor afzonderlijke stelgrootte-ingangen voor verwarmen en koelen heeft of als er afzonderlijke aktoren worden gebruikt, moet de optie ‘via 2 objecten’...
  • Pagina 62 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Applicatie ‘RTR’ 10.3.67 Instellingen gewenste waarde 10.3.68 Instellingen gewenste waarde — gewenste waarde verwarmen comfort = gewenste waarde koelen comfort Opties: Met deze parameter wordt de werkwijze van de wijziging gewenste waarde geparametreerd. – ja: het apparaat heeft één gewenste waarde voor verwarmen en koelen in de comfort,odus . De omschakeling naar verwarmen vindt plaats bij onderschrijding van de gewenste waarde minus hysteresis.
  • Pagina 63 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Applicatie ‘RTR’ 10.3.70 Instellingen gewenste waarden — ingestelde temperatuur comfort verwarmen en koelen (°C) Opties: Instelmogelijkheid tussen 10 – 40 Vastleggen van de comforttemperatuur voor verwarmen en koelen bij afwezigheid. Opmerking Deze parameter is alleen beschikbaar als de parameter ‘regelaarfunctie’ op ‘verwarmen en koelen’...
  • Pagina 64 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Applicatie ‘RTR’ 10.3.73 Instellingen gewenste waarden — verlaging eco verwarmen (°C) Opties: Instelmogelijkheid tussen 0 – 15 Vastleggen van de temperatuur bij afwezigheid in de verwarmingsmodus. Bij apparaten met display wordt deze modus aangegeven met het eco-symbool. 10.3.74 Instellingen gewenste waarden — ingestelde temperatuur vorstbeveiliging (°C) Opties: Instelmogelijkheid tussen 5 –...
  • Pagina 65 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Applicatie ‘RTR’ 10.3.77 Instellingen gewenste waarden — verhoging eco koelen (°C) Opties: Instelmogelijkheid tussen 0 – 15 Vastleggen van de temperatuur bij afwezigheid in de koelmodus. Bij apparaten met display wordt deze modus aangegeven met het eco-symbool. Opmerking Deze parameter is alleen beschikbaar als de parameter ‘regelaarfunctie’ op ‘koelen, ‘koelen met extra stand’, ‘verwarmen en koelen’...
  • Pagina 66 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Applicatie ‘RTR’ 10.3.80 Instellingen gewenste waarden — displayelement toont Opties: Actuele ingestelde waarde Relatieve gewenste waarde Op het display wordt naar keuze de absolute of de relatieve gewenste waarde aangegeven. – actuele ingestelde waarde: de gewenste waarde wordt bij apparaten met display als absolute temperatuur weergegeven, bijvoorbeeld 21,0 °C.
  • Pagina 67 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Applicatie ‘RTR’ 10.3.83 Wijziging gewenste waarde 10.3.84 Wijziging gewenste waarde — max. handmatige verhoging bij verwarming (0 - 15°C) Opties: Instelmogelijkheid tussen 0 – 15 Door deze waarde kan een beperking van de handmatige verhoging in de verwarmingsmodus worden gerealiseerd. Opmerking Deze parameter is alleen beschikbaar als de parameter ‘regelaarfunctie’...
  • Pagina 68 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Applicatie ‘RTR’ 10.3.87 Wijziging gewenste waarde — max. handmatige verlaging bij koelen (0 - 15°C) Opties: Instelmogelijkheid tussen 0 – 15 Door deze waarde kan een beperking van de handmatige verlaging in de koelmodus worden gerealiseerd. Opmerking Deze parameter is alleen beschikbaar als de parameter ‘regelaarfunctie’ op ‘koelen, ‘koelen met extra stand’, ‘verwarmen en koelen’...
  • Pagina 69 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Applicatie ‘RTR’ 10.3.90 Wijziging gewenste waarde — resetten van de handmatige verstelling via object Opties: Bij activering kan via een afzonderlijk object de handmatige waarde-instelling op ieder moment worden gewist. Toepassingsvoorbeeld: resetten van de handmatige verstelling van alle zich in een kantoorgebouw bevindende apparaten met een klok in het systeem.
  • Pagina 70 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Applicatie ‘RTR’ 10.3.92 Temperatuurdetectie 10.3.93 Temperatuurdetectie – ingangen temperatuurdetectie Opties: Interne meting Externe meting Gewogen meting De ruimtetemperatuur kan op het apparaat gemeten of middels het communicatieobject via de bus verzonden worden. Daarnaast is er de gewogen meting waarbij tot drie temperatuurwaarden (1 x intern, 2 x extern) als gemiddelde waarde als ingangsgrootte voor de regeling dienen.
  • Pagina 71 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Applicatie ‘RTR’ 10.3.96 Temperatuurdetectie – weging externe meting (0..100%) Opties: Instelmogelijkheid tussen 0 – 100 Vastleggen van de weging van de externe meting van 0 tot 100%. Opmerking Deze parameter is alleen beschikbaar als de parameter ‘ingangen gewogen temperatuurdetectie’ op ‘interne en externe meting’ of ‘2x externe meting’ of ‘interne en 2x externe meting’...
  • Pagina 72 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Applicatie ‘RTR’ 10.3.100 Temperatuurdetectie – vergelijkingswaarde voor interne temperatuurmeting (x 0,1°C) Opties: Instelmogelijkheid tussen 1 – 100 Iedere plaats van inbouw heeft andere fysieke voorwaarden (binnen- of buitenwand, lichtbouw of massieve wand etc.). Om de op de plaats van inbouw heersende werkelijke temperatuur als meetwaarde van het apparaat te gebruiken, moet op de plaats van inbouw door een externe vergeleken en/of geijkte thermometer een temperatuurmeting worden uitgevoerd.
  • Pagina 73 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Applicatie ‘RTR’ 10.3.102 Temperatuurdetectie — bedrijfsmodus bij storing Opties: Koelen Verwarmen Als de meting van de werkelijke temperatuur uitvalt, kan het apparaat de bedrijfsmodus verwarmen/koelen niet meer zelf bepalen. Daarom wordt hier de bedrijfsmodus gekozen die het beste past voor de bescherming van het gebouw. Opmerking Deze parameter is alleen beschikbaar als de parameter ‘regelaarfunctie’...
  • Pagina 74 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Applicatie ‘RTR’ 10.3.104 Alarmfuncties 10.3.105 Alarmfuncties — condenswateralarm Opties: Bij gebruik van een fan-coil kan tijdens de werking condenswater ontstaan door te sterke afkoeling of een te hoge luchtvochtigheid. Het daarmee gepaard gaande condensaat wordt meestal in een bak opgevangen. Om de container te beschermen tegen overlopen en zo het apparaat en/of het gebouw te beschermen tegen schade, meldt deze de overschrijding van de maximale vulstand aan het object ‘condenswateralarm’...
  • Pagina 75 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Applicatie ‘RTR’ 10.3.107 Alarmfuncties — temperatuur vorstalarm HVAC- en RHCC-status (°C) Opties: Instelmogelijkheid tussen 0 – 15 De objecten RHCC-statue en HVAC-status en beschikken over een vorstalarm-bit. Als de ingangstemperatuur van de regelaar daalt tot onder de hier geparametreerde temperatuur, wordt de vorstalarm-bit in de statusobjecten ingesteld.
  • Pagina 76 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Applicatie ‘RTR’ 10.3.109 Fan-coil instellingen - ventilatorstanden Opmerking Deze parameter is alleen beschikbaar als de parameter ‘apparaatfunctie’ op ‘enkel apparaat’ of ‘masterapparaat’ staat, en de parameter ‘soort stelgrootte’ op ‘fan-coil’ staat. 10.3.110 Fan-coil instellingen - ventilatorstanden — aantal ventilatorstanden Opties: 3 standen 5 standen...
  • Pagina 77 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Applicatie ‘RTR’ 10.3.112 Fan-coil instellingen - ventilatorstanden — standenuitgave Opties: Bij handmatige bediening en automaat Alleen bij handmatige bediening Met deze parameter wordt ingesteld wanneer de ventilatorstandenwaarden worden uitgegeven: ofwel alleen bij de handmatige instelling van ventilatorstanden of ook in de automatische modus.
  • Pagina 78 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Applicatie ‘RTR’ 10.3.115 Fan-coil instellingen verwarmen Opmerking Deze parameter is alleen beschikbaar als de parameter ‘apparaatfunctie’ op ‘enkel apparaat’ of ‘masterapparaat’ staat, en de parameter ‘soort stelgrootte’ op ‘fan-coil’ staat. Bovendien moet de parameter ‘regelaarfunctie’ ofwel op ‘verwarmen’, ‘verwarmen met extra stand’, ‘verwarmen en koelen’ of op ‘verwarmen en koelen met extra standen’...
  • Pagina 79 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Applicatie ‘RTR’ 10.3.119 Fan-coil instellingen koelen Opmerking Deze parameter is alleen beschikbaar als de parameter ‘apparaatfunctie’ op ‘enkel apparaat’ of ‘masterapparaat’ staat, en de parameter ‘soort stelgrootte’ op ‘fan-coil’ staat. Bovendien moet de parameter ‘regelaarfunctie’ ofwel op ‘koelen, ‘koelen met extra stand’, ‘verwarmen en koelen’ of op ‘verwarmen en koelen met extra standen’...
  • Pagina 80 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Applicatie ‘RTR’ 10.3.123 Zomercompensatie 10.3.124 Zomercompensatie — zomercompensatie Opties: Om energie te sparen en om het temperatuurverschil bij het betreden en verlaten van een gebouw met airconditioning binnen aangename grenzen te houden, zou in de zomer bij hoge buitentemperaturen een te sterke verlaging van de kamertemperatuur moeten worden voorkomen (zomercompensatie volgens DIN 1946).
  • Pagina 81 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Applicatie ‘RTR’ 10.3.125 Zomercompensatie — (laagste) begintemperatuur voor zomercompensatie (°C) Opties: Instelmogelijkheid tussen -127 – 127 Met de parameter wordt een waarde vastgelegd voor de laagste buitentemperatuurwaarde, tot welke temperatuurwaarde de instelwaardecorrectie (zomercompensatie) op grond van een te hoge buitentemperatuur wordt uitgevoerd. Opmerking Deze parameter is alleen beschikbaar, als de parameter ‘zomercompensatie’...
  • Pagina 82 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Applicatie ‘RTR’ 10.3.127 Zomercompensatie — (hoogste) eindtemperatuur voor zomercompensatie (°C) Opties: Instelmogelijkheid tussen -127 – 127 Met de parameter wordt een waarde vastgelegd voor de hoogste buitentemperatuurwaarde, vanaf welke de instelwaardecorrectie (zomercompensatie) op grond van een te hoge buitentemperatuur wordt uitgevoerd. Opmerking Deze parameter is alleen beschikbaar, als de parameter ‘zomercompensatie’...
  • Pagina 83 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Applicatie "CO2" 10.4 Applicatie "CO2" 10.4.1 CO2 — CO2 Sensor Opties: Inactief Actief De parameter activeert de CO -sensor. De dienovereenkomstige communicatieobjecten worden in de ETS weergegeven. 10.4.2 CO2 — Meetwaardecorrectie Opties: 500 ppm 450 ppm 400 ppm 350 ppm 300 ppm 250 ppm 200 ppm...
  • Pagina 84 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Applicatie "CO2" 10.4.4 CO2 — CO2 waarde zenden bij wijziging (mm:ss) Opties: Inactief Bij een wijziging van 10 ppm Bij een wijziging van 20 ppm Bij een wijziging van 50 ppm Bij een wijziging van 100 ppm Bij een wijziging van 150 ppm Bij een wijziging van 200 ppm Bij een wijziging van 250 ppm Bij een wijziging van 300 ppm...
  • Pagina 85 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Applicatie "CO2" 10.4.6 CO2 — Externe meetwaarde Opties: Actief Inactief Via de parameter kan een verdere externe meetwaarde bij de meting worden betrokken. 10.4.7 CO2 — Aandeel Opties: Met 10% meerekenen Met 20% meerekenen Met 30% meerekenen Met 40% meerekenen Met 50% meerekenen Met 60% meerekenen Met 70% meerekenen...
  • Pagina 86 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Applicatie "CO2" 10.4.8 CO2 — CO2 drempel 1 (led oranje) Opties: 400 ppm 450 ppm 500 ppm 550 ppm 600 ppm 650 ppm 700 ppm 750 ppm 800 ppm 850 ppm 900 ppm 950 ppm 1000 ppm 1050 ppm 1100 ppm 1150 ppm 1200 ppm...
  • Pagina 87 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Applicatie "CO2" 10.4.9 CO2 — CO2 drempel 2 (led rood) Opties: Gelijk aan drempel 1 Drempel 1+50 ppm Drempel 1+100 ppm Drempel 1+150 ppm Drempel 1+200 ppm Drempel 1+250 ppm Drempel 1+300 ppm Drempel 1+350 ppm Drempel 1+400 ppm Drempel 1+450 ppm Drempel 1+500 ppm Drempel 1+550 ppm...
  • Pagina 88 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Applicatie "CO2" 10.4.11 CO2 — Wijziging van ingestelde basiswaarde via bus toestaan Opties: De voor de eerste drempel gedefinieerde ingestelde basiswaarde kan via de KNX-bus door bijv. een visualisering worden geoptimaliseerd. 10.4.12 CO2 — Stelgrootte uitvoerformaat Opties: Schakelcommando Prioriteit Procent Byte Scène...
  • Pagina 89 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Applicatie "CO2" 10.4.14 CO2 — Stelgrootte zenden bij omschakeling Opties: Inactief Bij een wijziging van 1% Bij een wijziging van 2% Bij een wijziging van 3% Bij een wijziging van 4% Bij een wijziging van 5% Bij een wijziging van 6% Bij een wijziging van 7% Bij een wijziging van 8% Bij een wijziging van 9%...
  • Pagina 90 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Applicatie "CO2" 10.4.15 CO2 — Stelgrootte zenden bij omschakeling Opties: Inactief Bij een wijziging van 1 Bij een wijziging van 2 Bij een wijziging van 5 Bij een wijziging van 10 Bij een wijziging van 15 Bij een wijziging van 20 Bij een wijziging van 25 Bij een wijziging van 30 Bij een wijziging van 35...
  • Pagina 91 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Applicatie "CO2" 10.4.17 CO2 — Hysterese (symmetrisch) Opties: 50 ppm 100 ppm 150 ppm 200 ppm 250 ppm 300 ppm De ingestelde basiswaarde is voorzien van een hysterese. Bij het over-/onderschrijden van de geparametreerde hysteresewaarde wordt de dienovereenkomstige waarde verzonden. 10.4.18 CO2 —...
  • Pagina 92 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Applicatie "CO2" 10.4.19 CO2 — Schakelcommando onder drempel 1 Opties: De parameter definieert welke toestand na het onderschrijden van drempelwaarde 1 moet worden verzonden. 10.4.20 CO2 — Schakelcommando boven drempel 1 Opties: De parameter definieert welke toestand na het overschrijden van drempelwaarde 1 moet worden verzonden.
  • Pagina 93 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Applicatie "CO2" 10.4.24 CO2 — Stelgrootte bij meetuitval Opties: Prioriteit beëindigen Uit met prioriteit AAN met prioriteit Mocht zich een storing of uitval van de interne of externe meting voordoen, dan kan via deze parameter een gedefinieerd schakelcommando worden verzonden. 10.4.25 CO2 —...
  • Pagina 94 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Applicatie "CO2" 10.4.27 CO2 — Schakelcommando onder drempel 2 Opties: De parameter definieert welke toestand na het onderschrijden van drempelwaarde 2 moet worden verzonden. 10.4.28 CO2 — Schakelcommando boven drempel 2 Opties: De parameter definieert welke toestand na het overschrijden van drempelwaarde 2 moet worden verzonden.
  • Pagina 95 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Applicatie "CO2" 10.4.32 CO2 — Stelgrootte bij meetuitval Opties: Prioriteit beëindigen Uit met prioriteit AAN met prioriteit Mocht zich een storing of uitval van de interne of externe meting voordoen, dan kan via deze parameter een gedefinieerd schakelcommando worden verzonden. 10.4.33 CO2 —...
  • Pagina 96 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Applicatie "CO2" 10.4.35 CO2 — Schakelcommando boven drempel 3 Opties: De parameter definieert welke toestand na het overschrijden van drempelwaarde 3 moet worden verzonden. 10.4.36 CO2 — Stelgrootte bij meetuitval Opties: Mocht zich een storing of uitval van de interne of externe meting voordoen, dan kan via deze parameter een gedefinieerd schakelcommando worden verzonden.
  • Pagina 97 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Applicatie "CO2" 10.4.40 CO2 — Procent onder drempel 1 Opties: 0-100 De parameter definieert welke waarde na het onderschrijden van drempelwaarde 1 moet worden verzonden. 10.4.41 CO2 — Waarde onder drempel 1 (-255) Opties: 0-255 De parameter definieert welke waarde na het overschrijden van drempelwaarde 2 moet worden verzonden.
  • Pagina 98 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Applicatie "CO2" 10.4.46 CO2 — Stelgrootte bij meetwaarde-uitval Opties: 100% Mocht zich een storing of uitval van de interne of externe meting voordoen, dan kan via deze parameter een gedefinieerde waarde worden verzonden. 10.4.47 CO2 — Proportioneel bereik Opties: 100 ppm 200 ppm 300 ppm...
  • Pagina 99 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Applicatie "CO2" 10.4.48 CO2 — Naregeltijd (15…240min) Opties: 15-240 Bij een PI-regeling voor de aansturing van bijv. een ventilator kan op het I-aandeel van de regeling invloed worden uitgeoefend door de vastgelegde waarden. 10.4.49 CO2 — Waarde min. stelgrootte Opties: Door de parameter kan invloed worden uitgeoefend op de stelgrootte voor de aansturing van bijv.
  • Pagina 100 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Applicatie "CO2" 10.4.50 CO2 — Waarde max. stelgrootte Opties: 100% Door de parameter kan invloed worden uitgeoefend op de stelgrootte voor de aansturing van bijv. de ventilator of ventilatieklep. Door de maximale begrenzing kan direct invloed worden uitgeoefend op bijv. de ventilatorklep, zodat een compleet openlopen van de ventilatorklep kan worden begrensd.
  • Pagina 101 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Applicatie "Relatieve luchtvochtigheid" 10.5 Applicatie "Relatieve luchtvochtigheid" 10.5.1 Vochtigheid — Relatieve luchtvochtigheid sensor Opties: Inactief Actief De parameter activeert de relatieve luchtvochtigheid-sensor. De dienovereenkomstige communicatieobjecten worden in de ETS weergegeven. 10.5.2 Vochtigheid — Meetwaardecorrectie (offset) Opties: Via de parameter kan een correctie van de gemeten luchtvochtigheid-waarde worden uitgevoerd.
  • Pagina 102 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Applicatie "Relatieve luchtvochtigheid" 10.5.4 Vochtigheid — Relatieve luchtvochtigheid zenden bij wijziging Opties: Inactief Bij een wijziging van 1% RV Bij een wijziging van 2% RV Bij een wijziging van 3% RV Bij een wijziging van 4% RV Bij een wijziging van 5% RV Bij een wijziging van 6% RV Bij een wijziging van 7% RV Bij een wijziging van 8% RV...
  • Pagina 103 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Applicatie "Relatieve luchtvochtigheid" 10.5.5 Vochtigheid — Relatieve luchtvochtigheid cyclisch zenden Opties: Inactief Om de minuut Om de 2 minuten Om de 3 minuten Om de 4 minuten Om de 5 minuten Om de 10 minuten Om de 15 minuten Om de 20 minuten Om de 45 minuten Om het uur...
  • Pagina 104 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Applicatie "Relatieve luchtvochtigheid" 10.5.7 Vochtigheid — Aandeel Opties: Met 10% meerekenen Met 20% meerekenen Met 30% meerekenen Met 40% meerekenen Met 50% meerekenen Met 60% meerekenen Met 70% meerekenen Met 80% meerekenen Met 90% meerekenen Alleen externe meetwaarde gebruiken Via de parameter wordt het wegingsaandeel van de via een KNX-communicatieobject opgenomen externe meetwaarde vastgelegd.
  • Pagina 105 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Applicatie "Relatieve luchtvochtigheid" 10.5.11 Vochtigheid — Stelgrootte zenden bij omschakeling Opties: Inactief Actief Bij elke wissel van de toestand tussen Inactief/Actief wordt de desbetreffende stelgrootte verzonden. 10.5.12 Vochtigheid — Stelgrootte zenden bij omschakeling Opties: Inactief Bij een wijziging van 1% Bij een wijziging van 2% Bij een wijziging van 3% Bij een wijziging van 4%...
  • Pagina 106 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Applicatie "Relatieve luchtvochtigheid" 10.5.13 Vochtigheid — Stelgrootte zenden bij omschakeling Opties: Inactief Bij een wijziging van 1 Bij een wijziging van 2 Bij een wijziging van 5 Bij een wijziging van 10 Bij een wijziging van 15 Bij een wijziging van 20 Bij een wijziging van 25 Bij een wijziging van 30 Bij een wijziging van 35...
  • Pagina 107 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Applicatie "Relatieve luchtvochtigheid" 10.5.15 Vochtigheid — Hysterese (symmetrisch) Opties: De ingestelde basiswaarde is voorzien van een hysterese. Bij het over-/onderschrijden van de geparametreerde hysteresewaarde wordt de dienovereenkomstige waarde verzonden. Producthandboek 2CDC 508 179 D3101 │107...
  • Pagina 108 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Applicatie "Relatieve luchtvochtigheid" 10.5.16 Vochtigheid — RV drempel 1 Opties: Via de drempel 1 wordt de eerste basiswaarde gedefinieerd vanaf welke een reactie, bijv. "Ventilatorstand 1", moet worden geactiveerd. 10.5.17 Vochtigheid — Schakelcommando onder drempel 1 Opties: Definitie welke toestand na het onderschrijden van drempelwaarde 1 moet worden verzonden. Producthandboek 2CDC 508 179 D3101 │108...
  • Pagina 109 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Applicatie "Relatieve luchtvochtigheid" 10.5.18 Vochtigheid — Schakelcommando boven drempel 1 Opties: Definitie welke toestand na het overschrijden van drempelwaarde 1 moet worden verzonden. 10.5.19 Vochtigheid — Stelgrootte bij meetuitval Opties: Mocht zich een storing of uitval van de interne of externe meting voordoen, dan kan via deze parameter een gedefinieerd schakelcommando worden verzonden.
  • Pagina 110 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Applicatie "Relatieve luchtvochtigheid" 10.5.23 Vochtigheid — Sperobject Opties: Inactief Actief De complete functie van de sensor kan via deze parameter en via het dienovereenkomstige communicatieobject met een 1 worden geblokkeerd. De deactivering gebeurt door de waarde 0. 10.5.24 Vochtigheid — RV drempel 2 Opties: Gelijk aan drempel 1 Drempel 1+1%...
  • Pagina 111 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Applicatie "Relatieve luchtvochtigheid" 10.5.25 Vochtigheid — Schakelcommando onder drempel 2 Opties: Definitie welke toestand na het onderschrijden van drempelwaarde 2 moet worden verzonden. 10.5.26 Vochtigheid — Schakelcommando boven drempel 2 Opties: Definitie welke toestand na het overschrijden van drempelwaarde 2 moet worden verzonden. Producthandboek 2CDC 508 179 D3101 │111...
  • Pagina 112 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Applicatie "Relatieve luchtvochtigheid" 10.5.27 Vochtigheid — RV drempel 3 Opties: Gelijk aan drempel 2 Drempel 2+1% Drempel 2+2% Drempel 2+3% Drempel 2+4% Drempel 2+5% Drempel 2+6% Drempel 2+7% Drempel 2+8% Drempel 2+9% Drempel 2+10% Drempel 2+11% Drempel 2+12% Drempel 2+13% Drempel 2+14% Drempel 2+15% Drempel 2+16%...
  • Pagina 113 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Applicatie "Relatieve luchtvochtigheid" 10.5.29 Vochtigheid — Schakelcommando boven drempel 3 Opties: Definitie welke toestand na het overschrijden van drempelwaarde 3 moet worden verzonden. 10.5.30 Vochtigheid — Prioriteit onder drempel 3 Opties: Prioriteit beëindigen Uit met prioriteit AAN met prioriteit Definitie welke toestand na het onderschrijden van drempelwaarde 3 moet worden verzonden.
  • Pagina 114 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Applicatie "Relatieve luchtvochtigheid" 10.5.34 Vochtigheid — Naregeltijd (15…240min) Opties: 15-240 Via de drempel 1 wordt de eerste basiswaarde gedefinieerd vanaf welke een reactie, bijv. "Ventilatorstand 3", moet worden geactiveerd. 10.5.35 Vochtigheid — Waarde min. stelgrootte Opties: De parameter definieert welke waarde onder of na het onderschrijden van drempelwaarde 3 moet worden verzonden.
  • Pagina 115 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Applicatie "Relatieve luchtvochtigheid" 10.5.36 Vochtigheid — Waarde max. stelgrootte Opties: 100% De parameter definieert welke waarde boven of na het overschrijden van drempelwaarde 3 moet worden verzonden. Producthandboek 2CDC 508 179 D3101 │115...
  • Pagina 116 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Applicatie "Relatieve luchtvochtigheid" 10.5.37 Vochtigheid — Stelgrootte bij meetwaardeuitval Opties: 100% Bij drempel 1 (basiswaarde) wordt de geparametreerde waarde van de 3e drempel opgeteld vanaf welke een reactie, bijv. "Ventilatorstand 3", moet worden geactiveerd. Producthandboek 2CDC 508 179 D3101 │116...
  • Pagina 117 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Applicatie "Relatieve luchtvochtigheid" 10.5.38 Vochtigheid — Waarde min. stelgrootte Opties: De parameter definieert welke waarde onder of na het onderschrijden van drempelwaarde 3 moet worden verzonden. Producthandboek 2CDC 508 179 D3101 │117...
  • Pagina 118 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Applicatie "Relatieve luchtvochtigheid" 10.5.39 Vochtigheid — Waarde max. stelgrootte Opties: De parameter definieert welke waarde boven of na het overschrijden van drempelwaarde 3 moet worden verzonden. 10.5.40 Vochtigheid — Stelgrootte meetwaardeuitval (0…255) Opties: 0-255 Mocht zich een storing of uitval van de interne of externe meting voordoen, dan kan via deze parameter een gedefinieerde waarde worden verzonden.
  • Pagina 119 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Applicatie "Temperatuur" 10.6 Applicatie "Temperatuur" 10.6.1 Temperatuur — Temperatuur sensor Opties: Inactief Actief De parameter activeert de temperatuur-sensor. De dienovereenkomstige communicatieobjecten worden in de ETS weergegeven. 10.6.2 Temperatuur — Meetwaardecorrectie [0,1K], (-5K….+5K) Opties: -50 … 50 Via de parameter kan een correctie van de gemeten temperatuurwaarde worden uitgevoerd. De gecorrigeerde waarde wordt op het apparaat weergegeven en op de KNX-bus verzonden.
  • Pagina 120 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Applicatie "Temperatuur" 10.6.4 Temperatuur — Temperatuur zenden bij wijziging Opties: Inactief Bij een wijziging van 0,1K Bij een wijziging van 0,2K Bij een wijziging van 0,5K Bij een wijziging van 1,0K Bij een wijziging van 1,5K Bij een wijziging van 2,0K Bij een wijziging van 2,5K Bij een wijziging van 3,0K Bij een wijziging van 3,5K...
  • Pagina 121 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Applicatie "Temperatuur" 10.6.5 Temperatuur — Temperatuur cyclisch zenden Opties: Inactief Om de minuut Om de 2 minuten Om de 3 minuten Om de 4 minuten Om de 5 minuten Om de 10 minuten Om de 15 minuten Om de 20 minuten Om de 45 minuten Om het uur Om de 2 uur...
  • Pagina 122 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Applicatie "Dauwpunt" 10.7 Applicatie "Dauwpunt" 10.7.1 Dauwpunt — Dauwpunt sensor Opties: Inactief Actief De parameter activeert de dauwpunt-sensor. De dienovereenkomstige communicatieobjecten worden in de ETS weergegeven. 10.7.2 Dauwpunt — Dauwpunt-temp. zenden bij wijziging Opties: Inactief Bij een wijziging van 0,1K Bij een wijziging van 0,2K Bij een wijziging van 0,5K Bij een wijziging van 1,0K...
  • Pagina 123 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Applicatie "Dauwpunt" 10.7.3 Dauwpunt — Dauwpunt-temp. cyclisch zenden Opties: Inactief Om de minuut Om de 2 minuten Om de 3 minuten Om de 4 minuten Om de 5 minuten Om de 10 minuten Om de 15 minuten Om de 20 minuten Om de 45 minuten Om het uur Om de 2 uur...
  • Pagina 124 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Applicatie "Dauwpunt" 10.7.5 Dauwpunt — Dauwpunt alarm voorijling Opties: Zonder Als vóór het bereiken van het dauwpunte het alarm moet worden geactiveerd, dan kan via deze parameter de voorijling worden ingesteld. Daardoor kan bijv. een ventilator vóór het bereiken van het dauwpuntalarm worden geactiveerd, zodat de alarmsituatie wordt vertraagd of zich helemaal niet voordoet.
  • Pagina 125 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Applicatie "Dauwpunt" 10.7.9 Dauwpunt — Telegramtype voor dauwpuntalarm Opties: Schakelcommando Prioriteit Procent Byte Scène Via de parameter wordt de uitvoerwaarde bij het actief zijn van het dauwpuntalarm gedefinieerd. 10.7.10 Dauwpunt — Schakelcommando bij dauwpuntalarm Opties: De parameter definieert welke toestand bij het dauwpuntalarm moet worden verzonden. 10.7.11 Dauwpunt —...
  • Pagina 126 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Applicatie "Dauwpunt" 10.7.14 Dauwpunt — Scène bij dauwpuntalarm (1…64) Opties: 1-64 Definitie welke scène tussen 1-64 bij het dauwpuntalarm moet worden verzonden. 10.7.15 Dauwpunt — Schakelcommando bij einde dauwpuntalarm Opties: Als er bij het object geen sprake meer is van het dauwpuntalarm, dan kan via deze parameter worden gedefinieerd welke toestand moet worden verzonden.
  • Pagina 127 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Applicatie "Luchtdruk" 10.8 Applicatie "Luchtdruk" 10.8.1 Luchtdruk — Luchtdruk sensor Opties: Inactief Actief De parameter activeert de luchtdruk-sensor. De dienovereenkomstige communicatieobjecten worden in de ETS weergegeven. 10.8.2 Luchtdruk — Fout luchtdrukregelaar Opties: Melden Niet melden Als bij de sensor een fout wordt gedetecteerd, dan kan deze op de KNX worden verzonden. 10.8.3 Luchtdruk —...
  • Pagina 128 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Applicatie "Luchtdruk" 10.8.4 Luchtdruk — Absolute luchtdruk cyclisch zenden Opties: Inactief Om de minuut Om de 2 minuten Om de 3 minuten Om de 4 minuten Om de 5 minuten Om de 10 minuten Om de 15 minuten Om de 20 minuten Om de 45 minuten Om het uur Om de 2 uur...
  • Pagina 129 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Applicatie "Luchtdruk" 10.8.6 Luchtdruk — Relatieve luchtdruk cyclisch zenden Opties: Inactief Om de minuut Om de 2 minuten Om de 3 minuten Om de 4 minuten Om de 5 minuten Om de 10 minuten Om de 15 minuten Om de 20 minuten Om de 45 minuten Om het uur Om de 2 uur...
  • Pagina 130 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Communicatieobjecten – KT 10.9 Communicatieobjecten – KT 10.9.1 Stelgrootte verwarmen Nummer Naam Objectfunctie Gegevenstype 1. Schakelen Stelgrootte verwarmen Uitgang (stelgrootte verwarmen/koelen) 2. Procent (0..100%) Beschrijving 1. Met het object wordt een schakelende ventielklep bediend, bijvoorbeeld een thermo- elektrische ventielklep die door een schakel-/verwarmingsaktor wordt aangestuurd. 2.
  • Pagina 131 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Communicatieobjecten – KT 10.9.4 Extra stand koelen Nummer Naam Objectfunctie Gegevenstype 1. Schakelen Extra stand koelen Uitgang 2. Procent (0..100%) Beschrijving 1. Met het object wordt een schakelende ventielklep bediend, bijvoorbeeld een thermo- elektrische ventielklep die door een schakel-/verwarmingsaktor wordt aangestuurd. 2.
  • Pagina 132 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Communicatieobjecten – KT 10.9.6 Werkelijke temperatuur Nummer Naam Objectfunctie Gegevenstype 2-byte 1. Werkelijke temperatuur Uitgang zwevendekommawaard 2-byte 2. Werkelijke temperatuur Uitgang zwevendekommawaard gewogen 1. Het object geeft de met de vergelijkingswaarde aangepaste, gemeten (ruimte-)temperatuur uit. 2. Het object geeft de temperatuurwaarde uit die uit de detectie en weging van interne en tot twee externe temperaturen wordt berekend.
  • Pagina 133 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Communicatieobjecten – KT 10.9.9 Storing werkelijke temperatuur Nummer Naam Objectfunctie Gegevenstype 1. Storing werkelijke temperatuur Uitgang Schakelen 2. Storing werkelijke temperatuur Uitgang Schakelen (master) Als één van de geparametreerde ingangstemperaturen langer dan de bewakingstijd niet beschikbaar zijn, wisselt de regelaar naar de storingsmodus. De storingsmodus wordt met de waarde 1 naar de bus verzonden.
  • Pagina 134 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Communicatieobjecten – KT 10.9.11 Bedrijfsmodus Nummer Naam Objectfunctie Gegevenstype 1. Bedrijfsmodus In-/uitgang HVAC-modus 2. Bedrijfsmodus (master) In-/uitgang HVAC-modus Het object ‘bedrijfsmodus’ ontvangt de in te stellen bedrijfsmodus als 1-byte-waarde. Daarbij betekent de waarde 1 ‘comfort’, de waarde 2 ‘stand-by’, de waarde 3 ‘economy’ en de waarde 4 ‘vorst-/hittebeveiliging’.
  • Pagina 135 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Communicatieobjecten – KT 10.9.13 Raamcontact Nummer Naam Objectfunctie Gegevenstype 1. Raamcontact Ingang Schakelen 2. Raamcontact (master/slave) Ingang Schakelen Het object signaleert met de waarde 1 aan de regelaar dat een raam geopend is. Als er geen ander object met een hogere prioriteit aanwezig is, wordt met de melding ‘raamcontact’ de regelaar op de gewenste waarde vorst-/hittebeveiliging ingesteld.
  • Pagina 136 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Communicatieobjecten – KT 10.9.16 Status koelen Nummer Naam Objectfunctie Gegevenstype Status koelen Uitgang Schakelen De kamerthermostaat stuurt via het object ‘status koelen een AAN-telegram op het moment dat hij zich in de actieve koelmodus bevindt. Als de regeling zich in de inactieve zone tussen verwarmen en koelen bevindt of in de verwarmingsmodus, stuurt de kamerthermostaat een UIT-telegram naar het ‘status koelen’-object.
  • Pagina 137 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Communicatieobjecten – KT 10.9.19 Fan-coil handmatig Nummer Naam Objectfunctie Gegevenstype 1. Fan-coil handmatig Uitgang Schakelen 2. Fan-coil handmatig (master) Uitgang Schakelen Door het 1-bit-communicatieobject kan een fan-coil-aktor in de handmatige of terug in de automatische ventilatormodus worden gezet. In de automatische fan-coil modus van de fan-coil- aktor wordt het ventilatortoerental in de fan-coil-aktor uit de stelgrootte bepaald.
  • Pagina 138 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Communicatieobjecten – KT 10.9.21 Status fan-coil stand Nummer Naam Objectfunctie Gegevenstype 2-byte Status fan-coil stand In-/uitgang zwevendekommawaard Via het object ‘status fac-coil stand’ ontvangt de kamerthermostaat de ventilatorstand die de fan-coil-aktor op dat moment uitvoert. 10.9.22 Ventilatorstand 1 Nummer Naam Objectfunctie Gegevenstype...
  • Pagina 139 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Communicatieobjecten – KT 10.9.26 Ventilatorstand 5 Nummer Naam Objectfunctie Gegevenstype Ventilatorstand 5 Uitgang Schakelen Via het 1-bit communicatieobject wordt de actieve toestand (1) van de ventilatorstand uitgegeven, de andere ventilatorstanden zijn afhankelijk van de parametrering gedeactiveerd (0). Als de ventilatorstand inactief is, bevindt zich de waarde (0) op het object. 10.9.27 Ingestelde basiswaarde Nummer Naam...
  • Pagina 140 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Communicatieobjecten – KT 10.9.30 Condenswateralarm Nummer Naam Objectfunctie Gegevenstype 1. Condenswateralarm Ingang Schakelen 2. Condenswateralarm Ingang Schakelen (master/slave) Via het 1-bit communicatieobject wordt de regelaar in de condenswater-alarmmodus gezet. Daarmee wordt de actuele ingestelde waarde op de gewenste waarde van de hittebescherming ingesteld, zodat een beschadiging van de bouwsubstantie door overlopen van de condensaat- opvangbak wordt vermeden.
  • Pagina 141 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Communicatieobjecten – KT 10.9.32 Zomercompensatie actief Nummer Naam Objectfunctie Gegevenstype Zomercompensatie actief Uitgang Schakelen Via het 1-bit communicatieobject wordt via de bus weergegeven of de zomercompensatie actief (1) of inactief (0) is. Als deze actief is, wordt de ingestelde temperatuur voor de koelmodus door de zomercompensatiefunctie verhoogd.
  • Pagina 142 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Communicatieobjecten – KT 10.9.35 Display-verlichting Nummer Naam Objectfunctie Gegevenstype Display-verlichting In-/uitgang Schakelen Met het 1-bit communicatieobject wordt door de waarde (1) de display-verlichting geactiveerd en met de waarde (0) gedeactiveerd. Opmerking Deze functie wordt vooral gebruikt in ruimtes waarin de verlichting 's nachts als storend ervaren wordt, bijvoorbeeld in hotel- of slaapkamers.
  • Pagina 143 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Communicatieobjecten – KT 10.9.39 Gewenste waarde bevestigen Nummer Naam Objectfunctie Gegevenstype 1. Gewenste waarde bevestigen In-/uitgang Procent (0..100%) (master) Het 1-byte communicatieobject moet met het bijbehorende slave-communicatieobject voor de synchronisatie van de apparaten in master-/slavebedrijf worden verbonden. 10.9.40 Verwarmen/koelen vraag Nummer Naam Objectfunctie...
  • Pagina 144 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Communicatieobjecten – KT 10.9.43 Ventilatorstand bevestigen Nummer Naam Objectfunctie Gegevenstype 1. Ventilatorstand bevestigen In-/uitgang Procent (0..100%) (master) Het 1-byte communicatieobject moet met het bijbehorende slave-communicatieobject voor de synchronisatie van de apparaten in master-/slavebedrijf worden verbonden. 10.9.44 Regelaarstatus RHCC Nummer Naam Objectfunctie Gegevenstype...
  • Pagina 145 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Communicatieobjecten "CO2" 10.10 Communicatieobjecten "CO2" 10.10.1 CO — CO -waarde [ppm] Nummer Naam Objectfunctie Gegevenstype (DPT) : CO -waarde [ppm] Uitgang Value_AirQuality De door het apparaat gemeten CO -waarde staat via het communicatieobject ter beschikking. 10.10.2 CO — CO -waarde opvragen Nummer Naam...
  • Pagina 146 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Communicatieobjecten "CO2" 10.10.6 CO R — sperobject Nummer Naam Objectfunctie Gegevenstype (DPT) R: sperobject Ingang Enable Door ontvangen van de waarde "1" wordt de gehele KNX-communicatie van de CO -sensor geblokkeerd en neemt niet meer deel aan de KNX-buscommunicatie. Het deblokkeren gebeurt door ontvangen van de waarde "0".
  • Pagina 147 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Communicatieobjecten "CO2" 10.10.11 CO R — stelgrootte (0...255) Nummer Naam Objectfunctie Gegevenstype (DPT) R: stelgrootte (0...255) Uitgang Value_1_Ucount Als deze uitgang is geparametreerd, dan wordt na het overschrijden van de geparametreerde drempel de bijbehorende waarde verzonden. 10.10.12 CO R — stelgrootte stand 1 (prioriteit) Nummer Naam Objectfunctie...
  • Pagina 148 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Communicatieobjecten "CO2" 10.10.16 CO R — stelgrootte stand 3 (prioriteit) Nummer Naam Objectfunctie Gegevenstype (DPT) R: stelgrootte stand 3 Uitgang Switch_Control (prioriteit) Elke stand van de stelgrootte kan met een gedefinieerde 2-bit-waarde worden geparametreerd. Als de bijbehorende stand wordt overschreden, dan wordt de waarde via het object uitgegeven. 10.10.17 CO R —...
  • Pagina 149 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Communicatieobjecten "Relatieve luchtvochtigheid" 10.11 Communicatieobjecten "Relatieve luchtvochtigheid" 10.11.1 rF — luchtvochtigheidswaarde [%] Nummer Naam Objectfunctie Gegevenstype (DTP) RV: luchtvochtigheidswaarde [%] Uitgang Value_Humidity De door het apparaat gemeten relatieve luchtvochtigheid staat via het communicatieobject ter beschikking. 10.11.2 rF — Luchtvochtigheidswaarde 1 byte [%] Nummer Naam Objectfunctie...
  • Pagina 150 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Communicatieobjecten "Relatieve luchtvochtigheid" 10.11.5 rF — sensorfout Nummer Naam Objectfunctie Gegevenstype (DTP) rV: sensorfout Uitgang Bool Als een defect van de sensor optreedt of krijgt de KNX-bus geen actuele waarde ter beschikking gesteld, dan wordt een telegram met de waarde "1" naar de bus verzonden. Een telegram met de waarde "0"...
  • Pagina 151 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Communicatieobjecten "Relatieve luchtvochtigheid" 10.11.9 RFR — sperobject drempel 1 Nummer Naam Objectfunctie Gegevenstype (DTP) RFR: sperobject drempel 1 Ingang Enable Door ontvangen van de waarde "1" wordt de drempel 1 geblokkeerd en neemt niet meer deel aan de KNX-buscommunicatie. Het deblokkeren gebeurt door ontvangen van de waarde "0". 10.11.10 RFR —...
  • Pagina 152 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Communicatieobjecten "Relatieve luchtvochtigheid" 10.11.14 RFR — stelgrootte stand 1 (prioriteit) Nummer Naam Objectfunctie Gegevenstype (DTP) RFR: stelgrootte stand 1 Uitgang Switch_Control (prioriteit) Elke stand van de stelgrootte kan met een gedefinieerde 2-bit-waarde worden geparametreerd. Als de bijbehorende stand wordt overschreden, dan wordt de waarde via het object uitgegeven. 10.11.15 RFR —...
  • Pagina 153 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Communicatieobjecten "Relatieve luchtvochtigheid" 10.11.19 RFR — stelgrootte stand 3 (schakelobject) Nummer Naam Objectfunctie Gegevenstype (DTP) RFR: stelgrootte stand 3 Uitgang Switch (schakelobject) Elke stand van de stelgrootte kan met een gedefinieerde 1-bit-waarde worden geparametreerd. Als de bijbehorende stand wordt overschreden, dan wordt de waarde via het object uitgegeven. 10.11.20 RFR —...
  • Pagina 154 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Communicatieobjecten "Temperatuurvoeler" 10.12 Communicatieobjecten "Temperatuurvoeler" 10.12.1 T — vorstalarm Nummer Naam Objectfunctie Gegevenstype (DTP) T: vorstalarm Uitgang Bool Bij het onderschrijden van de geparametreerde temperatuur staat de waarde "1" ter beschikking van het communicatieobject "vorstalarm". Het alarm wordt bij overschrijden met de waarde "0" weer opgeheven.
  • Pagina 155 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Communicatieobjecten "Temperatuurvoeler" 10.12.5 T — temperatuurwaarde opvragen Nummer Naam Objectfunctie Gegevenstype (DTP) T - temperatuurwaarde opvragen Ingang Trigger Als de externe waarde niet cyclisch wordt verzonden of als er sprake is van een reset van het apparaat, dan wordt de externe waarde via dit object opgevraagd. 10.12.6 T —...
  • Pagina 156 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Communicatieobjecten "Dauwpunt" 10.13 Communicatieobjecten "Dauwpunt" 10.13.1 DEWP — dauwpuntalarm actief (0...100%) Nummer Naam Objectfunctie Gegevenstype (DPT) DEWP: dauwpuntalarm actief Uitgang Scaling (0...100%) Als deze uitgang is geparametreerd, dan wordt na het overschrijden van de geparametreerde drempel de bijbehorende waarde verzonden. 10.13.2 DEWP —...
  • Pagina 157 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Communicatieobjecten "Dauwpunt" 10.13.5 DEWP — dauwpuntalarm actief scène (1...64) Nummer Naam Objectfunctie Gegevenstype (DPT) DEWP: dauwpuntalarm actief Uitgang SceneNumber scène (1...64) Als deze uitgang is geparametreerd, dan wordt na het overschrijden van de geparametreerde drempel het bijbehorende scènenummer verzonden en daarmee de gewenste scène gestart. 10.13.6 DEWP —...
  • Pagina 158 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Communicatieobjecten "Luchtdruk" 10.14 Communicatieobjecten "Luchtdruk" 10.14.1 P — luchtdruk absoluut [Pa] Nummer Naam Objectfunctie Gegevenstype (DPT) P: luchtdruk absoluut [Pa] Uitgang Value_Pres De door het apparaat gemeten absolute luchtdruk (de luchtdruk op de gemeten montageplek) staat via het communicatieobject ter beschikking. 10.14.2 P —...
  • Pagina 159 Applicatie-/parameterbeschrijvingen Communicatieobjecten "Luchtdruk" 10.14.5 P — luchtdruksensorfout Nummer Naam Objectfunctie Gegevenstype (DPT) P: luchtdruksensorfout Uitgang Bool Als een defect van de sensor optreedt of krijgt de KNX-bus geen actuele waarde ter beschikking gesteld, dan wordt een telegram met de waarde "1" naar de KNX-bus verzonden. Een telegram met de waarde "0"...
  • Pagina 160 Index Communicatieobjecten "Luchtdruk" Index Basisstand verwarmen — cyclisch zenden van stelgrootte (min) ........40 Aan/uit vraag ..........142 Basisstand verwarmen — hysteresis (x 0,1°C) ..39 Aansluiting, inbouw / montage ......21 Basisstand verwarmen — max. stelgrootte (0..255) .. 41 Aanwezigheidsmelder ........
  • Pagina 161 Index CO2 — Sperobject.......... 93 Dauwpuntalarm ........... 139 CO2 — Stelgrootte bij meetuitval ..92, 93, 94, 95, 96 DEWP — dauwpuntalarm actief (0...100%) ... 156 CO2 — Stelgrootte bij meetwaarde-uitval ..... 98 DEWP — dauwpuntalarm actief (0...255) ..... 156 CO2 — Stelgrootte cyclisch zenden ..... 90 DEWP —...
  • Pagina 162 Index Fan-coil instellingen verwarmen — max. Instellingen gewenste waarden — verhoging eco ventilatorstand verwarmen bij ecobedrijf ..78 koelen (°C) ..........65 Fan-coil instellingen verwarmen — ventilatorstand Instellingen gewenste waarden — verhoging 1-5 tot stelgrootte (0 - 255) verwarmen .... 78 stand-by koelen (°C) ........
  • Pagina 163 Index Regeling extra stand verwarmen — soort extra Temperatuur — Temperatuur sensor ....119 verwarming ..........43 Temperatuur — Temperatuur zenden bij wijziging . 120 Regeling extra stand verwarmen — soort stelgrootte 42 Temperatuurdetectie — bedrijfsmodus bij storing ... 73 Regeling extra stand verwarmen —...
  • Pagina 164 Index Vochtigheid — Schakelcommando boven Wijziging gewenste waarde — max. handmatige drempel 1 ..........109 verlaging bij koelen (0 - 15°C) ....... 68 Vochtigheid — Schakelcommando boven Wijziging gewenste waarde — max. handmatige drempel 2 ..........111 verlaging bij verwarming (0 - 15°C) ....67 Vochtigheid —...
  • Pagina 165 6710 BC Ede voorafgaande melding. Bij bestellingen gelden de Frankeneng 15 overeengekomen gedetailleerde 6716 AA Ede opgaven. ABB aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid voor www.BUSCH-JAEGER.com eventuele fouten of onvolledige info.bje@de.abb.com gegevens in dit document. Centrale verkoopservice: Wij behouden ons alle rechten op Tel.: +49 2351 956-1600...