Pagina 1
Openbaar Bewerking Datum 01/2025 Vervangt D-EOMHP01702-23_00NL Gebruiksaanwijzing D-EOMHP01702-23_01NL Water/water-koelmachine & warmtepomp R32-eenheden met scrollcompressoren EWWT~Q/ EWLT~Q/ EWHT~Q Vertaling van de originele gebruiksaanwijzing...
VEILIGHEIDSOVERWEGINGEN 1.1. Algemeen Installatie, opstarten en onderhoud van apparatuur kan gevaarlijk zijn als bepaalde factoren die specifiek zijn voor de installatie niet in acht worden genomen: werkdruk, aanwezigheid van elektrische componenten en spanningen en de installatielocatie (verhoogde sokkels en bebouwde constructies). Alleen goed gekwalificeerde installateurs en technici, die volledig zijn opgeleid voor het product, mogen de apparatuur veilig installeren en opstarten.
ALGEMENE BESCHRIJVING 2.1. Basisinformatie POL468.85/MCQ/MCQ is een systeem voor het regelen van lucht/watergekoelde koelmachines met één of twee circuits. POL468.85/MCQ/MCQ regelt het opstarten van de compressor die nodig is om de gewenste wateruittredetemperatuur van de warmtewisselaar te handhaven. In elke unitmodus kan het de werking van de condensors regelen om het juiste condensatieproces in elk circuit te handhaven door de juiste bypassopties te installeren.
Met een gewone webbrowser kan een pc verbinding maken met de controller van de unit door het IP-adres in te voeren. Wanneer er verbinding wordt gemaakt, moet er een gebruikersnaam en wachtwoord worden ingevoerd. Voer het volgende wachtwoord in om toegang te krijgen tot de webinterface: Username: Daikin Password: Daikin@Web 2.6.
3.3. Hoofdmenu en submenu's In deze tabel wordt de hele interfacestructuur weergegeven, van het hoofdmenu tot elke afzonderlijke parameter, inclusief de screensaverpagina's. Gewoonlijk bestaat de HMI uit pagina's met parameters die toegankelijk zijn via het hoofdmenu. In enkele gevallen is er een structuur op twee niveaus waarbij een pagina andere pagina's bevat in plaats van parameters; een duidelijk voorbeeld is de pagina [17] gewijd aan Scheduler management.
Pagina 9
Menu Label Parameters PSW- Subparameters niveau [08.09] Cond Pump 1 run hours N.V.T [08.10] Cond Pump 2 State N.V.T [08.11] Cond Pump 2 run hours N.V.T [9.00] Startup DT tHCO N.V.T Thermostatic [9.01] Shutdown DT N.V.T control [9.02] Stage up DT N.V.T [9.03] Stage down DT N.V.T...
Pagina 10
Menu Label Parameters PSW- Subparameters niveau [15.09] Cond DP transducer N.V.T Enable [15.10] Evap ShutOff Vlv Fback N.V.T [15.11] Cond ShutOff Vlv Fback N.V.T [15.12] SG Enable N.V.T [16] [16.00] Start Up DT MUSE N.V.T MUSE [16.01] Shut down DT N.V.T [16.02] Stage Up time N.V.T...
WERKING VAN DE EENHEID 4.1. Koeling Inschakelen De unitcontroller biedt verschillende functies om het starten/stoppen van de unit te beheren: Toetsenbord aan/uit Scheduler (tijd geprogrammeerd aan/uit) Netwerk aan/uit (optioneel met accessoire EKRSCBMS) Aan/uit-schakelaar unit 4.1.1. Toetsenbord aan/uit Met Toetsenbord Aan/Uit kan de unit worden in- of uitgeschakeld via de lokale controller. Indien nodig kan ook een enkel koudemiddelcircuit worden in- of uitgeschakeld.
4.1.4. Aan/uit-schakelaar unit Voor het opstarten van de unit is het verplicht om het elektrische contact tussen de klemmen te sluiten: XD-703 → UC- D1 (UNIT ON/OFF SWITCH). Deze kortsluiting kan worden gerealiseerd door: • Externe elektrische schakelaar • Kabel 4.2.
Menu Parameter Omschrijving 00 (Cool LWT 1) Primair koelinstelpunt. 01 (Cool LWT 2) Secundair koelinstelpunt. 02 (Heat LWT 1) Primair verwarmingsinstelpunt. 03 (Heat LWT 2) Secundair verwarmingsinstelpunt. De verandering tussen primair en secundair instelpunt kan worden uitgevoerd met het dubbele instelpuntcontact . Het dubbele instelpuntontact werkt als volgt: ▪...
Menu Parameter Bereik Omschrijving 0 = Cool Gebruik dit instelpunt om de eenheidmodus op Keypad Cool/Heat HMI-niveau in te stellen als de optie Input switch 1 = Heat Source op HMI-niveau staat. Menu Parameter Bereik Omschrijving 0 = Cool Indien aanwezig, definieert Muse de bedrijfsmodus Muse system mode 1 = Heat van het systeem.
Geregelde temperatuur < instelpunt - Shut Geregelde temperatuur > instelpunt + Shut Laatste compressor Dn DT Dn DT stoppen Geregelde temperatuur < instelpunt - Stage Geregelde temperatuur > instelpunt + Stage Andere Dn DT Dn DT compressoren stoppen De onderstaande grafiek toont een kwalitatief voorbeeld van de opstartvolgorde van compressoren in de koelmodus. Grafiek 1- Opstartprocedure compressoren - Koelmodus De instellingen van de thermostaat zijn toegankelijk via menu [9]: Menu Parameter...
Menu Parameter Bereik Omschrijving als Eenheidsmodus = 1 of Minimumdruk voordat de compressor begint te (Low Pressure ontladen om de verdampingsdruk te verhogen Unload) 170÷800 [kPa] als Eenheidsmodus = 0 of 600÷800 [kPa] als Eenheidsmodus = 1 of Minimumdruk voordat de compressor begint te (Low Pressure ontladen om de verdampingsdruk te verhogen Hold)
4.6. Extern alarm Het externe alarm is een digitaal contact dat kan worden gebruikt om een abnormale toestand, afkomstig van een extern apparaat dat op de unit is aangesloten, door te geven aan de UC. Dit contact bevindt zich in de aansluitdoos van de klant en kan afhankelijk van de configuratie een eenvoudige gebeurtenis in het alarmlogboek of ook de stop van de eenheid veroorzaken.
Menu Parameter Bereik Omschrijving Geen Resetbron definiëren Type resetten 0-10V 0..10 Max Reset instelpunt. Het vertegenwoordigt de maximale (Max Reset) [°C] temperatuurvariatie die de selectie van de instelpuntresetlogica kan veroorzaken op de LWT. 0..10 Het vertegenwoordigt de "drempeltemperatuur" van de DT om de (Start Reset DT) [°C] LWT-instelpunteset te activeren, d.w.z.
Grafiek 3- Evap ∆T vs Actief instelpunt - Koelmodus (links)/Verwarmingsmodus (rechts) 4.9. IP-instelling controller De IP-instelling van de controller kan worden geopend via menu [13], waar het mogelijk is om te kiezen tussen een statisch of dynamisch IP en om het IP- en netwerkmasker handmatig in te stellen. Menu Parameter Subparameter Omschrijving N.V.T...
0-6 = niet aangesloten DoS werkelijke verbindingsstatus (State) 7 = aangesloten Om het DoS-hulpprogramma te kunnen gebruiken, moet de klant het serienummer aan Daikin doorgeven en zich abonneren op de DoS-service. Dan is het vanaf deze pagina mogelijk om: • De DoS-aansluiting starten/stoppen •...
→ → De bovenstaande parameters kunnen ook worden ingesteld in het Web HMI-pad " Main Menu Commission Unit Configuration 4.14. MUSE 4.14.1. Wat is MUSE MUSE is een ingebedde besturingslogica die maximaal 4 modulaire units beheert en zorgt voor efficiëntie en tevredenheid van de belasting van de installatieruimte.
4.15. Aansluitkit & GBS-aansluiting De UC heeft twee toegangspoorten voor communicatie via het Modbus RTU / BACnet MSTP of Modbus / BACnet TCP-IP protocol: RS485-poort en Ethernet-poort. Terwijl de RS485-poort exclusief is, is het op de TCP-IP-poort mogelijk om tegelijkertijd in Modbus en BACnet te communiceren. Het Modbus-protocol is standaard ingesteld op de RS485-poort, terwijl de toegang tot alle andere functies van BACnet MSTP/TCP-IP en Modbus TCP-IP wordt ontgrendeld door EKRSCBMS te activeren.
0-4.194.302 Definieert drie minder 0-(-.---.XXX) BN (Device ID) significante cijfers van Device ID, die in een BACnet-netwerk worden gebruikt als unieke identificatie van specifiek apparaat. apparaat-ID voor elk apparaat moet uniek zijn in het hele BACnet- netwerk. 0-65535 Definieert het meest significante 0-(X-.---) (BN Port) cijfer van BacNET UDP Port.
Pagina Parameter Bereik Omschrijving afhankelijk van de werkelijke werking van de eenheid. 0...4 waarde vertegenwoordigt (SG Staat) werkelijke status die door SG Gateway verzonden wordt: uitgeschakeld/SG communicatiefout 1 = (Planner omzeilen om uit te schakelen) 2 = (normale werking) 3 = (Instelpunt2 forceren) 4 = (Planner omzeilen om in te schakelen) &...
Pagina 29
Pagina Parameter Bereik Omschrijving 0 = No 0 = Geen actie 1 = Partial (Restore 1 = PLC herstelt XXXX 2 = Full Parameters) 2 = PLC herstelt alle parameters Uit = Modbus Disable (Terminal Resistor klemweerstand On = Enable Enable) uitgeschakeld Aan= Modbus...
ALARMEN EN PROBLEEMOPLOSSING De UC beschermt de unit en de onderdelen tegen schade in abnormale omstandigheden. Elk alarm wordt geactiveerd wanneer de abnormale bedrijfsomstandigheden een onmiddellijke stop van het hele systeem of subsysteem vereisen om potentiële schade te voorkomen. Wanneer er een alarm optreedt, wordt het juiste waarschuwingspictogram ingeschakeld. •...
Pagina 31
Type alarm HMI-code Alarm in kaart brengen Oorzaak Oplossing ▪ Neem contact op met UnitOff Fault U017 PVM in alarm uw plaatselijke dealer ▪ Controleer of er water kan stromen (open alle kleppen in het circuit) ▪ Controleer de UnitOff CondFlow U019 Storing watercircuit aansluiting van de...
Pagina 32
Type alarm HMI-code Alarm in kaart brengen Oorzaak Oplossing ▪ Controleer of er water kan stromen (open alle kleppen in het circuit) ▪ Controleer de EvDp4SkidFlt U031 Storing watercircuit aansluiting van de bedrading ▪ Neem contact op met uw plaatselijke dealer ▪...
▪ Controleer de bedrading Temperatuursensor niet van de sensor Cir1Off LiquidTsenf C118 ▪ gedetecteerd Neem contact op met uw plaatselijke dealer ▪ Mechanische Neem contact op met Cir1Off MHP C120 HOGEDRUKSCHAKELAAR uw plaatselijke dealer ▪ Controleer de bedrading Temperatuursensor niet van de sensor Cir1Off Comp2DishTsenf C125...
Pagina 34
Opmerkingen D-EOMHP01702-23_01NL 34/35...
Pagina 35
Deze handleiding vormt een technische ondersteuning en betekent geen bindend contract voor Daikin Applied Europe S.p.A. Daikin Applied Europe S.p.A. heeft dit document naar zijn beste weten opgesteld. Er wordt geen expliciete of impliciete garantie verstrekt met betrekking tot de volledigheid, de nauwkeurigheid, de betrouwbaarheid of de geschiktheid van de inhoud, de producten en de diensten die in dit document worden vermeld.