Achteraanzicht
Indicatielampjes
20
Stroom-
Stroom-
schakelaar
poort
Aan/uit-schakelaar — hiermee zet u de scanner aan en uit.
Netaansluiting — hiermee sluit u de voedingskabel aan op de scanner.
USB-poort — via deze poort wordt de scanner met de computer
verbonden.
SCSI-poorten — met de 50-pins, high-density aansluitingen kunt u een
SCSI-verbinding met de scanner maken.
Terminatorschakelaar — hiermee kunt u SCSI-beëindiging in- of
uitschakelen wanneer de scanner zich in het midden of aan het eind
van een SCSI-keten bevindt.
SCSI ID-keuzeknop — hiermee kunt u een bepaalde apparaat-ID aan
de scanner toewijzen.
De automatische invoermodule heeft drie indicatielampjes.
Wanneer u de scanner aanzet, gaan alle drie de lampjes even branden
en vervolgens knipperen terwijl een aantal zelftests wordt uitgevoerd.
De lampjes knipperen.
Stroom (groen) — blijft branden wanneer de scanner is ingeschakeld.
Gereed (groen)
• knippert terwijl de lampjes opwarmen
• gaat branden wanneer de scanner gereed is voor het scannen
• brandt niet wanneer de scanner in de modus stand-by staat
Fout (rood)—gaat branden of knipperen wanneer er een fout is opgetreden.
OPMERKING: Wanneer de scanner zich in de Energy Star-
energiebesparingsmodus bevindt, zijn alle
indicatielampjes uit.
SCSI-poorten
aansluiting
USB-poort
schakelaar
SCSI-ID
keuzeknop
A-61527_nl mei 2006