Alarmlijst
A-alarm
Bij een A-alarm gaat het rode lampje aan de voorkant
branden, wordt er een alarmpictogram weergegeven
en wordt het alarmrelais geactiveerd (als de AUX-uitgang
hiervoor is geselecteerd in menu 5.4). Voer eerst de
voorgestelde handelingen uit die op de display worden
weergegeven.
Afhankelijk van de instellingen in menu 5.1.4 kan de
warmtepomp stoppen met de productie van warmtap-
water en/of de ruimtetemperatuur verlagen om u te
wijzen op het feit dat er een alarm is opgetreden.
LET OP!
De alarmteksten op de display kunnen variëren
al naargelang het aantal warmtepompen dat
op het systeem is aangesloten.
Er kan onder andere tekst worden toegevoegd
die afhankelijk is van de warmtepomp waarvoor
het alarm geldt (EB10#, waarbij EB100 de master
is en EB101 – EB108 slave 1 – slave 8) en waar
in de warmtepomp het alarmgevende onder-
deel zich bevindt (bijvoorbeeld EP14, de onder-
ste compressormodule).
Alarmnr .
Alarmtekst op de
display
1
Sensorst. BT1
3
Sensorst. BT3
6
Sensorst. BT6
11
Sens.st. BT11
12
Sens.st. BT12
20*
Ft: AZ1-BT20
NIBE F1345
Oorzaak
Geen contact met de sensor.
(Temperatuursensor, buiten)
Geen contact met de sensor.
(Temperatuursensor, retour
verwarmingsmiddel)
Geen contact met de sensor.
(Temperatuursensor, produc-
tie warmtapwater)
Geen contact met de sensor.
(Temperatuursensor, bron-
vloeistof uit)
Geen contact met de sensor.
(Temperatuursensor, conden-
soraanvoer)
Geen contact met de sensor.
(Temperatuursensor, uitlaat-
lucht)
Resetten van het A-alarm
Alarmnummers 1-39 worden automatisch gereset
wanneer de betreffende sensor gedurende 60 seconden
geen storing geeft dan wel via handmatig resetten in
het alarmmenu.
Alarmnummers 40-53 worden handmatig gereset in het
alarmmenu.
Alarmnummer 54 wordt gereset door het resetten van
de motorbeveiliging en door het handmatig resetten
van het alarm in het alarmmenu.
Alarmnummers 55-57 worden handmatig gereset in het
alarmmenu.
Alarmnummers 70-99 worden automatisch gereset als
de communicatie wordt hervat.
Werking warmtepomp.
Berekende aanvoertemp. is
ingesteld op min. aanvoer
Compressor geblokkeerd tij-
dens productie warmtapwa-
ter. "Max. condensoraan-
voer" is ingesteld op "max.
retour".
Productie warmtapwater is
geblokkeerd.
Compressor geblokkeerd.
Compressor geblokkeerd.
Circulatiepomp (AZ1-GP2) in
FLM is geblokkeerd.
Kan de volgende oorzaken
hebben:
■
Open circuit of kortsluiting
sensoringang.
■
Defecte sensor
■
Open circuit of kortsluiting
sensoringang.
■
Defecte sensor
■
Open circuit of kortsluiting
sensoringang.
■
Defecte sensor
■
Open circuit of kortsluiting
sensoringang.
■
Defecte sensor
■
Open circuit of kortsluiting
sensoringang.
■
Defecte sensor
■
Open circuit of kortsluiting
sensoringang.
■
Defecte sensor
Hoofdstuk 5 |
Storingen in comfort
53