Download Inhoudsopgave Inhoud Print deze pagina

MSA Alpha Series Gebruikshandleiding pagina 22

Inhoudsopgave
alphaSCOUT
Hibernatiemodus
Als een alphaSCOUT waarschijnlijk gedurende enige tijd niet gebruikt wordt, is het aan
te bevelen deze in een hibernatiemodus te zetten. Dit verhoogt de levenduur van de
batterij aanzienlijk.
Hiervoor is een speciaal geprogrammeerde sleepTAG gelogd op de alphaSCOUT
( sectie 4). Daarna zal de alphaSCOUT niet langer reageren op het radiosignaal van
de alphaMITTER waaraan deze gekoppeld kan zijn. Deze is in de hibernatiemodus.
Het kan weer in werking worden gezet door de RESET-knop in te drukken, de
koppelingsprocedure te starten, of in te loggen met een alphaTAG ( sectie 6).
In de hibernatiemodus wordt alle informatie (koppelingsgegevens, naam, team-naam)
behouden.
Desgewenst kan de alphaSCOUT automatisch in de hibernatiemodus gaan als deze
langer dan 30 minuten wordt uitgeschakeld. Om deze optie te selecteren, moet u
"AutoSLEEP" in de alphaLINK module tikken en de instelling in de alphaSCOUT laden.
Pieper
Als een alarmsituatie ontstaat tijdens een sessie, kunnen personen die niet in de
onmiddellijke nabijheid van de alphaBASE zijn, worden geïnformeerd over de situatie
door dit systeem.
Dit gebeurt door het starten van een alphaSCOUT met een beeperTAG. Op het scherm
verschijnt "BEEP".
Alarmcondities worden hoorbaar en zichtbaar aangegeven ("een vluchtende man").
Het hoorbare alarm kan uitgeschakeld worden door twee keer de gele reset-knop in te
drukken, terwijl het visuele signaal alleen gereset wordt aan het einde van het alarm.
Door de PC-software te gebruiken is het mogelijk om in het menu in te stellen
SYSTEM – SETTINGS - SCBA MONITORING
op welk soort alarm de alphaSCOUT reageert.
Behalve de pieperfunctie blijft het evacuatiealarm nog steeds gehandhaafd. De
activering van het bewegingsalarm wordt geselecteerd als de beeperTAG wordt
geschreven.
Bij de programmering van de beeperTAG kan worden gekozen of de
bewegingsalarmfunctie actief is of niet.
Companion
Door een CompanionTAG in te voeren, wordt de alphaSCOUT geactiveerd zonder
ademluchtinformatie te ontvangen van een alphaMITTER.
De alphaSCOUT werkt dus onafhankelijk van de ademhalingsbeschermingsapparatuur.
CO
"
" verschijnt op het display en alle andere bekende functies blijven in werking.
Als iemand met een SCBA zonder een alphaMITTER moet worden
gecontroleerd door het systeem, moet u de bijbehorende alphaSCOUT in de
Companion-modus starten en met de rechter knop klikken op het zwarte
helmpictogram. Klik op "start" en voer de naam van de persoon en de
cilindermaat in. Hierdoor worden de functies van een companionSCOUT en
handmatige monitoring gecombineerd tot één entiteit op het scherm en in de
rapporten.
22
alpha persoonlijk netwerk
MSA
NL
Inhoudsopgave
loading

Inhoudsopgave