2. Selecteer
Bluetooth
actief is, wordt het pictogram
Als u de Bluetooth–functie gedurende langere tijd niet gebruikt, kunt u de functie uitschakelen om
energie te besparen.
3. Selecteer
Zoeken naar audiotoebehoren
en selecteer het apparaat dat u met de telefoon wilt verbinden,
of selecteer
Gekoppelde apparaten
druk op
Nieuw
om elk Bluetooth–apparaat binnen het bereik weer te geven. Ga naar een apparaat
en druk op Koppelen.
4. Voer het Bluetooth–wachtwoord van het apparaat in om het apparaat af te stemmen op ('paren')
en verbinden met de telefoon. Start de bewerking met het apparaat. U hoeft dit wachtwoord
uitsluitend op te geven wanneer u het apparaat voor het eerst aansluit.
Bluetooth–verbinding
Druk op
Menu
en selecteer achtereenvolgens Instellingen,
•
Actief apparaat
om te controleren welke Bluetooth–verbinding actief is. Als u de verbinding met
het geselecteerde apparaat wilt sluiten, drukt u op
•
Gekoppelde apparaten
gepaard zijn. Ga naar het gewenste apparaat. Als u de paring met het geselecteerde apparaat wilt
verwijderen, drukt u op Verwijd..
Druk op
Verbind
om verbinding te maken met het geselecteerde apparaat, of druk op
volgende mogelijkheden, afhankelijk van de status van het apparaat en de Bluetooth–verbinding.
Selecteer
•
Korte naam toewijzen
zichtbaar is).
en
Aan
om de Bluetooth–functie te activeren. Als een Bluetooth–verbinding
bovenaan in het display weergegeven.
om te zoeken naar compatibele Bluetooth–audioapparaten
om te zoeken naar Bluetooth–apparaten binnen het bereik en
om een lijst weer te geven met de Bluetooth–apparaten die met de telefoon
om het geselecteerde apparaat een korte naam te geven (die alleen voor u
Connectiviteit
Verbreek
verb..
Copyright © 2004 Nokia. All rights reserved.
en Bluetooth. Selecteer
Opties
voor de
106