Wanneer de opname wordt gestart via de app, verschijnt de opname-
interface op de actiecamera.
Als u de opname wilt stoppen, kunt u dat doen via de app of door te
drukken op de knop
voor het verbreken van de verbinding. Nadat u
op de knop
of
hebt gedrukt om
de knop
om naar de interface voor het wachten op de verbinding te
gaan.
Als de wifiverbinding wordt verbroken tijdens de opname, gaat de
actiecamera door met opnemen en gaat deze naar de interface voor offline
opnemen. Als u de opname wilt stoppen, drukt u op de knop
selecteren of de opname al dan niet moet worden gestopt. Nadat u op de
knop
of
hebt gedrukt om
om naar de interface voor het wachten op de verbinding te gaan.
De wifiverbinding wordt automatisch verbroken als u het scherm van het
smart-apparaat niet aanraakt binnen drie minuten na het begin van de
opname. De actiecamera zal echter doorgaan met opnemen.
te selecteren, drukt u op
om te
te selecteren, drukt u op de knop
Elke SP360-camera wordt geleverd met een standaard fabrieks-wifi-
wachtwoord dat willekeurig en uniek is voor die camera en niet verandert,
tenzij u het wachtwoord opnieuw wilt instellen met een nieuw willekeurig
gegenereerd wachtwoord. Als u het wifi-wachtwoord in uw SP360 wilt
wijzigen van het toegewezen, unieke fabriekswachtwoord, kunt u dit
doen door de instelling Reset te selecteren en te gebruiken. Als "Reset" is
geselecteerd, wordt een nieuw willekeurig wachtwoord gegenereerd en
opgeslagen in de camera totdat het wordt gewijzigd of als u de functie
"Reset" opnieuw gebruikt. (Raadpleeg de Reset-instructies op pagina 18).
De actiecamera verbinden met een smart-apparaat met NFC
1. Schakel de NFC-modus in op uw smart-apparaat.
2. Gebruik uw smart-apparaat om de NFC-markering op de actiecamera licht
aan te raken. Als het smart-apparaat een waarschuwingstoon of trilling
weergeeft, betekent dit dat de verbinding is gelukt.
3. De app opent automatisch op uw smart-apparaat.
De NFC-functie zal alleen beschikbaar zijn als het scherm van het smart-
apparaat is ontgrendeld.
Nadat de verbinding tussen uw smart-apparaat met een actiecamera is
gelukt, en u een andere actiecamera gebruikt om hetzelfde smart-apparaat
aan te raken, wordt de vorige verbinding vervangen.
25