4. Wanneer de test is voltooid, drukt u kort op
Het groene aan/uit-lampje gaat uit.
Wanneer de automatische uitschakeling is
uitgeschakeld, blijft de stroomtang werken tot het
niveau van de batterijspanning < 1,2 V is.
Nulpuntinstelling gelijkstroom
De uitgangsnulpuntverschuiving van de stroom van de
stroomtang kan veranderen als gevolg van restmagnetisme
en andere omgevingsomstandigheden.
De DC-uitgangsstroom op nul instellen:
1. Zorg ervoor dat de stroomtang zich uit de buurt van
stroomvoerende geleiders bevindt.
2. Druk kort op F.
Wanneer het groene aan/uit-lampje snel knippert, is de
nulpuntinstelling voltooid. Wanneer het rode aan/uit-
lampje snel knippert, is de nulpuntinstelling mislukt.
De stroomtang kan een uitgangsstroom van
> -6 A DC of < 6 A DC op nul instellen.
Automatische uitschakeling
Om batterijvermogen te besparen, heeft de stroomtang een
automatische uitschakelingsfunctie en een slaapmodus.
Wanneer Automatische uitschakeling is uitgeschakeld, blijft
de stroomtang aan en gaat deze niet naar de slaapmodus.
Zie
Werking met Automatische uitschakeling
6
Opmerking
Opmerking
O
.
uitgeschakeld.