Dixell
Dixell
Dixell
Dixell
4.5 AFBEELDEN EN WIJZIGEN VAN HET INSTELPUNT/SETPUNT
1.
De SET toets indrukken en onmiddellijk terug loslaten: het display beeldt de waarde van het
instelpunt af
2.
De SET LED begint te knipperen;
Om de Set waarde te veranderen, druk è è è è of à à à à binnen de 10sec.
3.
4.
Om het nieuwe instelpunt te bewaren, druk de SET toets opnieuw in of wacht 10sec.
4.6 HOE EEN MANUELE ONTDOOIING STARTEN
1.
Druk op de DEF toets gedurende meer dan 2sec en een ontdooiing wordt gestart.
4.7 TOEGANG TOT DE PARAMETERLIJST "PR1"
Ga als volgt te werk om de parameterlijst "Pr1" (gebruikerslijst) binnen te gaan:
1. Ga de programmatie mode binnen door op de Set en DOWN toets te drukken
gedurende enkele seconden (
2. Op het scherm wordt nu de eerste parameter van de lijkst "Pr1" afgebeeld.
4.8 TOEGANG TOT PARAMETERLIJST "PR2"
Ga als volgt te werk om de parameterlijst "Pr2" (gebruikerslijst) binnen te gaan:
1.
Ga naar level "Pr1".
Selecteer "Pr2" en druk de "SET" toets in.
2.
3.
Het label "PAS" knippert op het scherm gevolgd door "0 - -" met een knipperende nul.
Gebruik è è è è or à à à à om de code in te geven en bevestig telkens met "SET" . De code is "321".
4.
5.
Als de code correct werd ingegeven, hebt u toegang tot "Pr2" door nu nogmaals op "SET" te drukken.
Een andere mogelijkheid is het volgende: nadat u het toestel hebt ingeschakeld, kan u de Set en DOWN
toetsen indrukken binnen de 30 sec.
NOTA: iedere parameter in "Pr2" kan naar "Pr1" (gebruikersniveau) geplaatst worden door op "SET" + à à à à te
drukken. Als een parameter reeds in "Pr1" aanwezig is, zal de LED
4.9 EEN PARAMETER WIJZIGEN
1. Ga naar de programmeerfase.
2. Selecteer de gewenste parameter met de toetsen è è è è of à à à à .
3. Druk op "SET" om de waarde af te beelden (
4. Gebruik è è è è or à à à à om de waarde te wijzigen.
5. Druk op "SET" om de nieuwe waarde te bewaren en over te gaan naar de volgende parameter.
Verlaten: Druk op SET + UP of wacht gedurende 15sec zonder op een toets te drukken.
NOTA: De nieuwe waarde is opgeslagen in het toestel, ook al wordt de programmeerfase verlaten door time-
out.
4.10 HET TOETSENBORD BLOKKEREN
1.
Houdt de è è è è en de à à à à toetsen samen ingedrukt gedurende meer dan 3sec.
2.
De boodschap "POF" wordt afgebeeld en het toetsenbord is geblokkeerd. Nu is het enkel
nog mogelijk om de min/max temperatuur en het instelpunt te bekijken en het licht, de
auxiliaire uitgang en het toestel in- of uit te schakelen
HET TOETSENBORD DEBLOKKEREN
Houdt de è è è è en de à à à à toetsen tesamen ingedrukt gedurende meer dan 3sec.
4.11 STAND BY FUNCTIE
Door de ON/OFF toets in te drukken, toont het toestel "OFF" gedurende 5sec en staat het
ON/OFF LED op ON.
Gedurende de OFF status, worden alle relais uitgeschakeld en stopt de regeling; indien een
registratiesysteem verbonden is met deze regelaar, worden geen gegevens en alarms meer
opgeslagen.
N.B. Gedurende de OFF status zijn de Licht en de AUX knoppen actief.
4.12 DE SONDEWAARDEN ZIEN
1.
Ga naar level "Pr2".
2.
Selecteer de "Prd" parameter door è è è è of à à à à in te drukken.
3.
Houdt de "SET" toets ingedrukt om het "Pb1" label af te beelden afgewisseld met de Pb1
waarde.
4.
Gebruik de è è è è en de à à à à toetsen om de andere sondewaarden af te beelden.
5.
Druk "SET" om naar de volgende parameter te gaan.
5. PARAMETERLIJST
REGULATIE
Hy
Differential: (0,1÷25,5°C; 1÷45°F): Differentieel voor het setpunt, altijd een positieve waarde.
Compressor Cut IN bij setpunt plus differentieel (Hy). Compressor Cut OUT wanneer de temperatuur het
setpunt bereikt.
÷ ÷ ÷ ÷
LS
Minimum set point limit: (-50,0°C
SET; -58°F÷SET) Onderste begrenzing voor het setpunt.
÷ ÷ ÷ ÷
US Maximum set point limit: (SET
110°C; SET÷230°F) Bovenste begrenzing voor het setpunt.
OdS Outputs activation delay at start up: (0÷255 min) Deze functie is uitgevoerd bij het opstarten van het
toestel en remt elke uitgangsactivatie gedurende de tijd vastgelegd in de parameter. (Het licht kan aan
zijn)
AC Anti-short cycle delay: (0÷30 min) Het interval tussen het stoppen en het herstarten van de
compressor.
CCt Thermostat override: (0min ÷23h 50min) Laat toe de lengte van de continue cyclus vast te leggen. Kan
bijvoorbeeld gebruikt worden wanneer de ruimte is gevuld met nieuwe producten.
Con Compressor ON time with faulty probe: (0÷255 min) Tijd gedurende dewelke de compressor werkt als
de ruimtesonde defect is. Als COn=0 zal de compressor altijd uit staan.
XW260L.doc
Installing and Operating Instructions
Installing and Operating Instructions
Installing and Operating Instructions
Installing and Operating Instructions
en
beginnen te knipperen).
aan zijn.
en
LED beginnen te knipperen)
COF Compressor OFF time with faulty probe: (0÷255 min) Tijd gedurende dewelke de compressor niet
werkt als de ruimtesonde defect is. Als Con=0 zal de compressor altijd aan staan.
DISPLAY
CF
Temperature measurement unit: °C = Celsius; °F = Fahrenheit. Als de meeteenheid veranderd is,
moeten het instelpunt en de waarden van sommige parameters gewijzigd worden.
rES Resolution (for °C): (in = 1°C; de = 0,1°C) afbeelden met decimale punten is toegelaten.
de = 0,1°C
in = 1 °C
Lod Local display : selecteer welke sonde wordt afgebeeld door het toestel:
P1 = Thermostaatsonde
P2 = Verdampingssonde
P3 = auxiliaire sonde
1r2 = verschil tussen P1 en P2 (P1-P2)
Red Remote display : selecteer welke sonde wordt afgebeeld door de afbeelding op afstand (XW-REP):
P1 = Thermostaat sonde
P2 = Verdampingssonde
P3 = auxiliaire sonde
1r2 = verschil tussen P1 en P2 (P1-P2)
ONTDOOIING
tdF Defrost type:
rE = elektrische warmer (Compressor UIT)
rT = thermostaat ontdooiing. Tijdens de ontdooiingstijd "MdF", schakelt de warmer AAN en UIT volgens
de temperatuur van de verdamper en de "dtE" waarde.
in = heet gas (Compressor en ontdooiingsrelais AAN)
EdF Defrost mode:
in = interval mode. Het ontdooiing begint wanneer de "Idf" tijd verlopen is.
Sd = Smartfrost mode. De IdF tijd (interval tussen ontdooiingen) verhoogt enkel wanneer de
compressor ingeschakeld is (zelfs niet achtereenvolgens) en enkel als de temperatuur van de verdamper
minder is dan de waarde in "SdF" (set punt voor SMARTFROST).
SdF Set point for SMARTFROST: (-30
toelaat (interval tussen ontdooiingen) in SMARTFROST mode.
dtE Defrost termination temperature: (-50,0÷110,0°C; -58÷230°F) (werkt enkel wanneer de
verdampingssonde aanwezig is) bepaald de temperatuur gemeten door de verdampingssonde die het
einde van de ontdooiing veroorzaakt.
IdF Interval between defrosts: (1÷120h) Bepaald het tijdsinterval tussen het begin van twee
ontdooiingscycli.
MdF (Maximum) duration of defrost: (0÷255 min) Als P2P = n, geen verdampingssonde, het bepaald de
duur van de ontdooiing, als P2P = y, einde van de ontdooiing is gebaseerd op de temperatuur, het
bepaald de maximumduur van de ontdooiing.
dFd Display during defrost:
rt = reële temperatuur;
it = gelezen temperatuur aan het begin van de ontdooiing
Set = set punt;
dEF = "dEF" label;
dEG = "dEG" label;
dAd Defrost display time out: (0
het moment waarbij de werkelijke temperatuur terug afgebeeld wordt.
Fdt Drain down time: (0÷60 min.) tijdsinterval tussen het bereiken van de temperatuur op het einde van de
ontdooiing en het herstellen van de normale situatie. Deze tijd laat de verdamper toe waterdruppels te
elimineren die zich hebben kunnen vormen tengevolge van de ontdooiing.
dPO First defrost after start-up:
y = Onmiddellijk;
n = na de IdF tijd
dAF Defrost delay after fast freezing: (0min÷23h 50min) tijd tussen het beëindigen van de
snelkoelingscyclus en de eerstvolgende ontdooiing.
VENTILATOREN
FnC Fan operating mode:
C-n = werkt met de compressor, is uitgeschakeld tijdens de ontdooiing;
C-y = werkt met de compressor, is ingeschakeld tijdens de ontdooiing;
O-n = continue mode, UIT tijdens de ontdooiing;
O-y = continue mode, AAN tijdens de ontdooiing;
Fnd Fan delay after defrost: (0÷255 min) het tijdsinterval tussen het einde van de ontdooiing en de start van
de verdampingsventilatoren.
FSt Fan stop temperature: (-50÷110°C; -58÷230°F) bepalen van de temperatuur, gedetecteerd door de
verdampingssonde, waarbij de ventilator altijd UIT is.
ALARMS
ALC Temperature alarm configuration
rE = High en Low alarm verbonden met het setpunt.
Ab = High en Low alarm verbonden met de absolute temperatuur.
ALU High temperature alarm setting:
÷ ÷ ÷ ÷
ALC= rE, 0
50°C or 90°F
÷
ALC= Ab, ALL
110°C or 230°F
Als deze temperatuur is bereikt en na de ALd vertragingstijd is het HA alarm ingeschakeld.
ALL Low temperature alarm setting:
÷ ÷ ÷ ÷
ALC = rE , 0
50 °C or 90°F
÷ ÷ ÷ ÷
ALC = Ab , - 50°C or -58°F
Als deze temperatuur is bereiktt en na de Ald vertragingstijd is het LA alarm ingeschakeld.
AFH Temperature alarm and fan differential: (0,1÷25,5°C; 1÷45°F) Interventie differentieel van het
temperatuur alarm setpunt en het ventilatorregulatie setpunt, altijd positief.
ALd Temperature alarm delay: (0÷255 min) tijdsinterval tussen het detecteren en het geven van het
alarmsignaal.
dAO Delay of temperature alarm at start-up: (0min÷23h 50min) tijdsinterval tussen het detecteren van het
temperatuur alarm na het opstarten van het toestel en het alarmsignaal.
EdA Alarm delay at the end of defrost: (0
temperatuuralarm op het einde van de ontdooiing en het alarmsignaal.
dot Delay of temperature alarm after closing the door : (0
temperatuuralarm te signaleren na het sluiten van de deur.
doA Open door alarm delay:(0÷255 min) vertraging tussen het detecteren van de open deur en zijn
alarmsignaal: het bericht "dA" wordt knipperend afgebeeld.
nPS Pressure switch number: (0
het alarmsignaal afgaat (I2F= PAL).
XW260L
rel.1.0 - - - - cod. 1592009020
rel.1.0
cod. 1592009020
rel.1.0
rel.1.0
cod. 1592009020
cod. 1592009020
÷
÷
30 °C/ -22
86 °F) temperatuur van de verdamper die de IdF telling
÷
255 min) Bepaald de maximum tijd tussen het einde van de ontdooiing en
ALU
÷
255 min) tijdsinterval tussen het detecteren van het
÷
255 min) Tijdsvertraging om het
÷
15) Aantal activaties van de drukschakelaar tijdens het "did" interval, vóór
2/5