Symbool
Drogen. In deze stand wordt de luchtvochtigheid
verlaagd met een minimale temperatuurdaling.
De temperatuur en de ventilatorsnelheid worden
automatisch ingesteld en kunnen niet met de
controller worden geregeld.
Drogen is niet mogelijk als de kamertemperatuur te
laag is.
Auto. In de automatische stand schakelt de
binnenunit automatisch tussen verwarmen en koelen,
zoals bepaald door het instelpunt.
6.2.2
Speciale verwarmingsbedrijfsstanden
Werking
Ontdooien
Om een verlies van het verwarmingsvermogen door
ijsvorming in de buitenunit te voorkomen, schakelt
het systeem automatisch over naar de ontdooistand.
In de ontdooistand wordt de ventilator van de
binnenunit stilgelegd en verschijnt het volgende
symbool op het thuisscherm:
Na ongeveer 6 tot 8 minuten wordt de normale
werking hervat.
Warme start Bij warme start wordt de ventilator van de binnenunit
stilgelegd en verschijnt het volgende symbool op het
thuisscherm:
6.2.3
Uitblaasrichting regelen
De volgende uitblaasrichtingen kunnen worden ingesteld:
Richting
Vaste stand. De binnenunit
blaast de lucht uit in 1 van 5
vaste standen.
Draaien. De binnenunit wisselt af
tussen de 5 standen.
Auto. De uitblaasrichting van de
binnenunit verandert afhankelijk
van de door een
bewegingssensor gedetecteerde
beweging.
INFORMATIE
Afhankelijk van de lay-out en organisatie van het systeem,
is de automatische stand niet beschikbaar.
INFORMATIE
Voor de instelprocedure van de uitblaasrichting, zie de
uitgebreide
handleiding
gebruikersinterface.
FXFN-B
CO₂ VRV-systeemairconditioner
3P672850-2C – 2024.11
Bedrijfsstand
Beschrijving
Scherm
of
de
handleiding
van
de
7 Onderhoud en service
Automatische uitblaasregeling
Koelen
▪ Als de kamertemperatuur lager
is dan het instelpunt voor
koelen
op
de
controller
(inclusief automatische stand).
▪ Als
de
binnenunits
in
de
continue stand draaien en de
uitblaasrichting omlaag is.
▪ Als de binnenunits lange tijd ononderbroken draaien en de
uitblaasrichting horizontaal is.
WAARSCHUWING
Raak NOOIT de luchtuitlaat of horizontale kleppen aan
terwijl de draaiklep in werking is. Uw vingers kunnen
geklemd geraken of de unit kan onklaar geraken.
OPMERKING
Gebruik de klep bij voorkeur niet in de horizontale stand.
Anders kan er zich vocht of stof gaan afzetten op het
plafond of op de klep.
6.2.4
Luchtstroom met actieve circulatie
Gebruik luchtstroom met actieve circulatie om de kamer sneller te
verwarmen of te koelen.
INFORMATIE
Voor de instelprocedure van de luchtstroom met actieve
circulatie, zie de uitgebreide handleiding of de handleiding
van de gebruikersinterface.
6.3
Gebruik van het systeem
INFORMATIE
Om de bedrijfsstand, de uitblaasrichting, luchtstroom met
actieve circulatie of andere instellingen in te stellen, zie de
uitgebreide handleiding of de gebruiksaanwijzing van de
gebruikersinterface.
7
Onderhoud en service
7.1
Voorzorgsmaatregelen voor
onderhoud en service
VOORZICHTIG
Zie
"3 Veiligheidsinstructies voor de
alle gerelateerde veiligheidsinstructies.
OPMERKING
Voer
NOOIT
zelf
servicewerkzaamheden aan de unit uit. Vraag hier een
erkend servicetechnicus voor. Als eindgebruiker mag u wel
het luchtfilter, het aanzuigrooster, de luchtuitblaas en de
buitenpanelen reinigen.
OPMERKING
Dit onderhoud MOET worden uitgevoerd door een erkend
installateur of een servicetechnicus.
Laat het onderhoud minstens één keer per jaar uitvoeren.
De
geldende
wetgeving
onderhoudsintervallen vereisen.
Montagehandleiding en gebruiksaanwijzing
Verwarmen
▪ Bij het starten.
▪ Als
de
kamertemperatuur
hoger is dan het instelpunt
voor
verwarmen
op
de
controller
(inclusief
automatische stand).
▪ Bij het ontdooien.
gebruiker" [ 4 5] voor
een
inspectie
van
of
kan
evenwel
kortere
9