Handmatige scherpstelling
1 Open het scherm van de handmatige scherpstelling.
>
[2]
2 Raak [D] aan.
Raak [D] nogmaals aan als u de camcorder weer autofocus wilt laten
gebruiken.
3 Raak [F] of [E] aan en houd dit symbool ingedrukt om scherp
te stellen.
• De getoonde scherpstelafstand verandert als u de scherpstelling
wijzigt. De scherpstelafstand wordt circa 2 seconden weergegeven.
U kunt met de optie 1
selecteren welke afstandsmaat u wilt gebruiken om weer te geven.
• Het midden van het scherm wordt vergroot om u te helpen
gemakkelijker scherp te stellen. U kunt deze functie ook uitschakelen
met de optie 1
• Als u wilt scherpstellen op verafgelegen onderwerpen zoals bergen
of vuurwerk, raakt u [F] aan en houdt u dit symbool ingedrukt totdat
de scherpstelafstand in G verandert.
4 Raak [X] aan om voor de geselecteerde afstand de scherpstelling
te vergrendelen.
Tijdens handmatige scherpstelling wordt [D] op het scherm getoond.
Touch AF
1 Open het scherm van de handmatige scherpstelling.
>
[2]
2 Raak een onderwerp aan dat zich binnen het <-kader bevindt.
• Het symbool Touch AF (I) gaat knipperen en de camcorder stelt
automatisch scherp op het onderwerp of het punt dat u op het
scherm hebt aangeraakt.
• Raak [D] nogmaals aan als u de camcorder weer autofocus wilt
laten gebruiken.
• U kunt desgewenst verder handmatig scherpstellen (stap 3 in de
vorige procedure).
74
Geavanceerd opnemen
[< Focus]
>
q
>
p
>
[< Focus]
>
[Weergegeven eenheden]
[Focushulp].