Anleitung_Split_5000_C_H_NL:_
elektrische vaste aansluiting van het apparaat dient
die via een voorziening met tenminste 3 mm
scheidingsafstand (b.v. LS-schakelaar
(leidingbeschermschakelaar)) van het net te zijn
gescheiden.
Breng eerst de elektrische verbinding tussen het
binnenapparaat en het buitenapparaat en daarna de
netaansluiting tot stand. Vergewis u er zich van dat
de gehele installatie spanningvrij is. Beveilig de
installatie tegen herinschakelen.
A. Keuze plaats van montage
Toestel binnen
1. De openingen waar de lucht binnen komt en
buiten gaat mogen niet bedekt zijn, zodat de
lucht in de hele kamer verspreid kan worden.
2. Monteer het toestel binnen zo dat er slechts een
korte afstand is door de muur tussen het toestel
binnen en buiten.
3. Let erop dat de drainagebuis geen buigingen
vertoont en zonder stijging naar buiten gelegd
kan worden.
4. Vermijd het plaatsen naast een warmtebron,
hoge luchtvochtigheid of ontvlambaar gas.
5. Kies een plaats die stabiel genoeg is voor de
montage, zodat het toestel niet aan trillingen
blootgesteld wordt.
6. Zorg ervoor dat de montage ordelijk en netjes
uitgevoerd wordt.
7. Zorg ervoor dat er voldoende plaats is voor
latere herstellings- en servicewerkzaamheden.
8. Het toestel moet minstens 1 m van elektrische
toestellen en installaties verwijderd zijn, vb. TV,
radio, computer, enz.
9. Kies een plaats waar het toestel makkelijk te
bereiken is, om een filter schoon te maken of te
vervangen.
10. De maximumafstand bij standaarduitrusting
bedraagt 5 m tussen het binnen- en
buitenapparaat. Die maximaal mogelijke lengte
van de koelmiddelleiding bedraagt 10 m bij een
maximaal toegestaan hoogteverschil van 5 m.
11. Directe zonnestralen moeten vermeden worden.
Toestel buiten
1. Kies een plaats waar de buren niet gestoord
worden door geluiden of naar buiten geblazen
lucht.
2. Kies een plaats waar zeker voldoende
luchttoevoer aanwezig is.
3. De openingen waar de lucht binnen komt en
buiten gaat mogen niet afgedekt zijn.
4. De plaats moet voldoende stabiel zijn voor
montage en trillingen.
5. Er mag geen gevaar bestaan wegens brandbaar
18.01.2008
11:37 Uhr
Seite 19
gas of vrijkomend gas door corrosie.
6. Zorg ervoor dat de installatie volgens de
voorschriften geplaatst wordt.
7. De montage dient tenminste 20 cm boven de te
verwachten sneeuwhoogte te gebeuren. Er
maag geen sneeuw in het buitenapparaat
binnendringen.
8. De voor de installatie voorziene wand moet
stabiel zijn en het gewicht van het apparaat
kunnen dragen.
9. Het toestel mag ook bij hevige windstoten geen
schade oplopen.
10. Let op een goede verluchting en stofvrije
omgeving, directe regenval en zonnestralen
moeten vermeden worden.
11. Monteer de installatie vast op een
onderconstructie om verhoogd lawaai en
trillingen te vermijden.
Let op:
Volgende punten kunnen tot storingen leiden.
Neem contact op met uw servicepartner, zodat er
zich later geen storingen voordoen.
Volgende montageplaatsen moeten worden
vermeden
Een plaats waar olie (machineolie) opgeslagen
wordt.
Een plaats met een hoog zoutgehalte.
Een plaats met zwavelbronnen, bv. zones met
kuurbaden.
Een plaats waar radiozenders en
versterkingsantennes, lastoestellen of medische
toestellen gebruikt worden.
Een plaats waar het toestel buiten direct
blootgesteld wordt aan zonlicht. In dit geval dient
u voor schaduw te zorgen. Deze schaduw mag
ook de luchtstroom niet hinderen.
Een plaats in de buurt van warmte- en
dampbronnen.
Een plaats met sterke stofontwikkeling.
Een plaats waar openbaar verkeer is.
Een plaats met andere abnormale
omstandigheden.
Let op!
De richting van de uitgeblazen lucht moet met de
hoofdwindrichting overeenkomen.
De installatie mag niet op plaatsen met
agressieve lucht werken.
De minimumafstanden moeten in acht genomen
worden (zie Belangrijke montageaanwijzingen).
Het binnen- en buitenapparaat mag alleen
horizontaal worden geïnstalleerd mits
gebruikmaking van een waterpas. Aan het einde
van de montage dient u te controleren of de
NL
19