22
nl | Concepten
Venster Alarmbeeld
1.
2.
3.
4.
5.
6.
Auto pop-up-alarmen
Alarmen kunnen worden geconfigureerd voor automatische weergave (pop-up) in het venster
Alarmbeeld, afhankelijk van de prioriteit van het alarm. Aan de schermen voor live-weergave en
afspeelweergave van elke gebruikersgroep zijn eveneens prioriteiten toegewezen. Wanneer
alarmen worden ontvangen met een hogere prioriteit dan die van het scherm van de gebruiker,
wordt het alarm automatisch weergegeven in de alarmrij in het venster Alarmbeeld. Wanneer
het venster Alarmbeeld op dat moment niet wordt weergegeven, vervangt het automatisch het
beeldvenster voor live-beelden of opnames op de voor alarmen ingeschakelde monitor.
Auto pop-up-alarmen worden weergegeven in het venster Alarmbeeld, maar worden niet
automatisch geaccepteerd. Ze kunnen tegelijkertijd op de beeldschermen van meerdere
gebruikers worden weergegeven. Als een gebruiker een auto pop-up-alarm accepteert, wordt
het uit de alarmlijst en alarmweergaven van alle andere gebruikers verwijderd.
2022-05 | V01 | Operator Client
Om alarmvideobeelden weer te geven, vervangt het venster Alarmbeeld het beeldvenster
voor live-beelden of afspelen op de monitor die voor weergave van het alarm is
geconfigureerd.
Voor elk alarm is er een rij beelddeelvensters. Aan elk alarm kunnen maximaal 5
beelddeelvensters worden toegewezen. Deze beelddeelvensters kunnen live-
videobeelden, opgeslagen beelden of plattegronden weergeven.
Bij een monitorgroep kan elk alarm camera's oproepen op een rij van monitoren. Het
aantal camera's in de rij wordt beperkt door het aantal kolommen in de monitorgroep.
Monitoren in de rij die niet worden gebruikt voor alarmvideobeelden kunnen zo worden
geconfigureerd dat ze hun huidige beeld of een leeg scherm weergeven.
Alarmen met een hoge prioriteit worden eerder weergegeven op beide monitorrijen en de
Operator Client-alarmrijen van het werkstation dan alarmen met een lagere prioriteit.
Als het venster Alarmbeeld geheel is gevuld met rijen alarmbeelden en een aanvullend
alarm moet worden weergegeven, worden alarmen met de laagste prioriteit als
beeldenreeks verplaatst naar de onderste rij van het venster Alarmbeeld. Met de
bedieningselementen links van de alarmrij kunt u van het ene alarm in de reeks naar het
andere schakelen.
Met de knoppen in het venster Monitoren op de Operator Client van het werkstation kunt
u schakelen tussen de alarmen in de alarmreeksen op monitorgroepen. Monitoren met
alarmstatus worden aangegeven door rode pictogrammen met knipperende 'LED-lampjes'.
U kunt naar keuze de titel, tijd en datum van het alarm laten weergeven op alle monitoren
of alleen op de eerste monitor in de alarmrij.
Voor alarmen met gelijke prioriteit kan de beheerder de gedragsvolgorde configureren:
–
Last-in-First-out-modus (LIFO-modus): in deze configuratie worden nieuwe alarmen
ingevoegd boven oudere alarmen met dezelfde prioriteit.
–
First-in-First-out-modus (FIFO-modus); in deze configuratie worden nieuwe alarmen
ingevoegd onder oudere alarmen met dezelfde prioriteit.
Een rij alarmbeelden voor een alarm kan op een van de twee volgende manieren
verschijnen in het venster Alarmbeeld:
–
Wanneer het alarm wordt gegenereerd (auto pop-up). Dit vindt plaats wanneer de
prioriteit van het alarm hoger is dan de prioriteit van de weergave.
–
Wanneer het alarm wordt geaccepteerd. Dit vindt plaats wanneer de prioriteit van
het alarm lager is dan de prioriteit van de weergave.
Bedieningshandleiding
BVMS
Bosch Security Systems B.V.