Hoofdstuk 9 Optionele instellinge
Instelling 3: TELEFOON/FAX ACTIVERINGSCODE
Hiermede wordt het 1 cijferig nummer voor het activeren van de faxontvangst
vanaf een neventoestel ingesteld. Voer een willekeurig cijfer van "0" tot "9" in.
•
Fabrieksinstelling: ,,5"
Instelling 4: ACTIVERINGS MODE
Deze instelling zet de herkenning van de code voor het activeren van
faxontvangst vanaf een neventoestel aan of uit. Toets "1" om de herkenning
aan of, "2" om de herkenning uit te zetten..
•
Fabrieksinstelling: ,,1"
Instelling 5: TRANSAKTIE LIJST
Deze instelling regelt de voorwaarden voor het printen van een
transaktieverslag. Voer een nummer van ,,1" tot ,,5" in als volgt:
"1" (ALTIJD PRINTEN): Print een verslag na iedere overdracht of fout.
"2" (FOUT/TIMER/GEH):Er zal een stranaktieverslag geprint worden na een
"3" (ALLEEN ZENDEN): Print alleen een verslag na het verzenden van een
"4" (FOUT ALLEEN):
"5" (NOOIT PRINTEN): Print nooit verslagen.
Opmerking: In Duitsland, is de keuze "5" niet beschikbaar.
•
Fabrieksinstelling: ,,4"
Instelling 6: KIESMODE
Hiermede wordt de kiesmode ingesteld. Toets "1" wanneer u op een toon
kieslijn bent aangesloten of "2" wanneer u op een impuls kieslijn bent
aangesloten.
•
Fabrieksinstelling: ,,1"
Opmerking: Deze instelling is in sommige landen niet beschikbaar.
70
fout, na een timer bewerking of een
geheugenbewerking.
document.
Print alleen een verslag wanneer er een fout
optreedt.