8.2
Spuittechniek
▪
Het spuitresultaat hangt sterk af van de gladheid en de properheid van het te spuiten
oppervlak. Daarom moet dit oppervlak grondig voorbereid worden en stofvrij gehouden
worden.
▪
Dek alle oppervlakken af die niet mogen gespoten worden.
▪
Dek schroefdraad e.d. van het doelvoorwerp af.
▪
Correct (Fig. 7a): zorg ervoor dat u het spuitpistool op een stabiele afstand van ong. 10 –
30 cm van het doelvoorwerp houdt.
▪
Fout (Fig. 7b): zware ophoping van spuitmateriaal, ongelijkmatige oppervlaktekwaliteit.
▪
Een gelijkmatige beweging van het spuitpistool leidt tot een gelijkmatige
oppervlaktekwaliteit.
▪
Wanneer er zich verf ophoopt aan de spuitmond (A) en de luchtkap (B) (Fig. 8), reinig dan
beide onderdelen met oplosmiddel of water.
9 STOPPEN MET WERKEN EN REINIGEN
▪
Schakel de machine uit. Activeer de trekker zodat het spuitmateriaal terug in het reservoir
vloeit.
▪
Schroef het reservoir los. Giet alle overblijvende coatingmateriaal terug in het origineel
verfblik.
▪
Reinig het reservoir en het aanzuigbuisje voor met een borstel.
▪
Giet oplosmiddel of water in het reservoir. Schroef het reservoir terug op het pistool.
Gebruik alleen oplosmiddelen met een vlampunt van boven de 21 °C.
▪
Monteer het pistool opnieuw.
▪
Stop de stekker in het stopcontact, schakel het toestel in en spuit het oplosmiddel of water
in een reservoir of een vod.
▪
Herhaal bovenstaande procedure tot het water of oplosmiddel dat uit de spuitmond komt
helder is.
▪
Schakel het toestel uit en haal de stekker uit het stopcontact.
▪
Maak dan het reservoir volledig leeg. Hou de reservoirafdichting altijd vrij van verfresten
en controleer het op beschadiging.
▪
Duw de snelontgrendelknop (A) in en trek het voorste deel van het spuitpistool uit elkaar.
Reinig het grondig. Demonteer de onderdelen van de spuitmond en reinig elk onderdeel
afzonderlijk (Fig. 9).
▪
Reinig de buitenkant van het spuitpistool en het reservoir met een vod gedrenkt in
oplosmiddel of water.
▪
Monteer de spuitmond terug op het spuitpistool (Fig. 10).
Opgelet! Reinig de spuitmond of de luchtopeningen in het spuitpistool
nooit met scherpe metalen voorwerpen.
10 ONDERHOUD
10.1
Het luchtfilter vervangen (Fig. 11)
Vervang het luchtfilter (A) wanneer het vuil is. Maak de bevestiging van het deksel los van de
machine en plaats het luchtfilter in het deksel. Duw het deksel terug op de machine.
WAARSCHUWING! Gebruik de machine nooit zonder luchtfilter; er kan dan
vuil aangezogen worden, wat de werking van de machine negatief zal
beïnvloeden.
Copyright © 2021 VARO
POWX358
P a g i n a
| 8
NL
www.varo.com