5 Instellen van de camera
Optie
Omschrijving
Weergave van Config en
Kalibratie (als toegang niet
door de MSA FireService
Utility was uitgeschakeld)
Displayhelderheid Stelt de displayhelderheid in
of zet helderheid op
automatisch instellen.
COMPASS OFF en druk op SELECT om het
kompas ON (AAN) of OFF (UIT) te zetten.
2. Ga met SCROLL naar SET DISPLAY TYPE
TEXT en druk op SELECT om teksticonen te
selecteren (weergegeven als N, S, E, W, NW,
enz.).
3. Ga met SCROLL naar SET DISPLAY TYPE
ICON en druk op SELECT om een kompasicoon
te selecteren om de richting aan te geven.
4. Ga met SCROLL naar CALIBRATE en druk op
SELECT om het kompas te kalibreren.
Het is raadzaam om het kompas maandelijks te
kalibreren, vooral als de camera wordt
blootgesteld aan sterke magnetische velden.
5. Kies YES (JA) om verder te gaan met kalibreren
en NO (NEE) om kalibreren te verlaten.
6. Volg de instructies op het scherm.
7. Houd de camera voor u en richting het noorden.
8. Draai de camera in alle drie asrichtingen.
Wanneer ALL DONE (ALLES GEDAAN)
verschijnt, is het kompas met succes opnieuw
gekalibreerd.
Als "Calibration Failed" (Kalibratie mislukt)
verschijnt, sluit dan af en probeer het opnieuw.
9. Kies EXIT om het kalibratiemenu te verlaten.
De selectie wordt bevestigd en de camera gaat
naar het Config-hoofdmenu.
1. Ga met SCROLL naar Set Brightness Auto en
druk op SELECT om het automatisch instellen
van de helderheid te activeren.
a. Deze instelling stelt automatisch de
helderheid van het scherm in op drie
niveaus, afhankelijk van het
omgevingslicht.
b. De sensor voor omgevingslicht zit rechts
van de batterijstatusindicator.
2. Om de helderheid van het scherm op laag,
midden of hoog te zetten, gaat u met SCROLL
naar:
a. Set to Low
EVOLUTION 6000-warmtebeeldcamera
NL
30