Nadat het printerstuurprogramma is geïnstalleerd, moet u de seriële parameters instellen voor de COM-poort
die is toegewezen aan het printerstuurprogramma.
De seriële parameters van de COM-poort moeten exact overeenkomen met de seriële parameters die zijn
ingesteld op de printer.
a
Open Apparaatbeheer.
1
Klik op
of klik op Start en dan op Uitvoeren.
2
Typ in het vakje van Start zoeken of Uitvoeren devmgmt.msc.
3
Druk op Enter of klik op OK.
Apparaatbeheer gaat open.
b
Klik op + om de lijst met beschikbare poorten uit te vouwen.
c
Selecteer de communicatiepoorten waarop u de seriële kabel op uw computer wilt aansluiten (bijvoorbeeld:
COM1).
d
Klik op Eigenschappen.
e
Stel in het tabblad Poortinstellingen de seriële parameters in op de parameters die u ook hebt ingesteld op
de printer.
Kijk voor de printerinstellingen bij de seriële parameters op de pagina met menu-instellingen die u eerder
hebt afgedrukt.
f
Klik op OK en sluit alle vensters.
g
Druk een testpagina af om de printerinstallatie te controleren. Wanneer de testpagina goed wordt afgedrukt,
is de printerconfiguratie voltooid.
Extra printer instellen
53