Indien de demontagekop niet is vergrendeld of niet op een positie 2-3 mm hoger dan de velg
is geplaatst, moeten de verstelmoeren A en B aan het vooreinde van de zeskantige as worden
afgesteld.
Als de demontagekop niet 2-3 mm is vergrendeld of niet achterwaarts, moeten de afstelmoeren A
en B aan het voorste uiteinde van de kwartborstplaat worden afgesteld.
A
B
Fig 11-3
Fig 11-4
Als de demontagekolom te langzaam beweegt of kantelt, moet u werken volgens de volgende
stappen in Afb. 11-5.
Reinig de geluiddemper
:
Schakel vóór elke bewerking de luchttoevoer en de stroomtoevoer om.
Maak het zijpaneel op de machinekast los.
Stel de geluiddemper A en B in op de afstelklep.
Of gebruik de hogedruklucht om schoon te maken. Vervang de geluiddemper als deze is
beschadigd.
Fig 11-5
30