180
7-1. Bediening telefoon (handsfree-systeem voor mobiele telefoon)
■
Microfoon
De microfoon wordt gebruikt om via
de telefoon te praten.
●
De stem van de gesprekspartner is te
horen via de luidsprekers voor. Het
geluid van het audio/informatiesysteem
wordt uitgeschakeld tijdens telefoonge-
sprekken of wanneer spraakcom-
mando's voor het handsfree-systeem
worden gebruikt.
●
Wacht met praten tot de gesprekspart-
ner is uitgepraat. Als beide partijen tege-
lijkertijd praten, hoort de
gesprekspartner mogelijk niet wat er
wordt gezegd. (Dit wijst niet op een sto-
ring.)
●
Stel het geluidsvolume van de oproep
niet te hoog af. Anders is de stem van
de gesprekspartner mogelijk buiten de
auto hoorbaar of kan er echo ontstaan.
Spreek altijd duidelijk in de richting van
de microfoon.
●
In de volgende gevallen hoort de
gesprekspartner u mogelijk niet goed:
• Er wordt op een onverharde weg gere-
den. (Waardoor de auto overmatig
lawaai maakt.)
• Er wordt met hoge snelheid gereden.
• Het dak of de ruiten zijn geopend.
• De uitstroomopeningen van de aircondi-
tioning zijn op de microfoon gericht.
• Als de ventilator van de airconditioning
te veel geluid maakt.
• De geluidskwaliteit wordt negatief beïn-
vloed als gevolg van de telefoon en/of
het netwerk dat wordt gebruikt.
OPMERKING
●
Raak de microfoon niet aan en steek
er geen scherpe objecten in. Anders
kunnen er storingen optreden.
Spraakcommandosysteem
Druk op de spraaktoets om het spraak-
commandosysteem te bedienen.
Het spraakcommandosysteem en
de lijst met commando's kunnen
worden gebruikt. (BLZ.160)
Over de contacten in de lijst
met contacten
Van elke geregistreerde telefoon
worden de volgende gegevens
opgeslagen. Wanneer een andere
telefoon is aangesloten, kunnen
de volgende geregistreerde gege-
vens niet worden gelezen:
• Contactgegevens
• Gegevens oproepgeschiedenis
• Gegevens favorieten
• Gegevens afbeelding
• Alle telefooninstellingen
• Berichtinstellingen
●
Als u de registratie van de telefoon wist,
worden de bovenstaande gegevens ook
gewist.