Bedieningshandleiding
Veiligheidsschakelaar
Kabel
De kabelinvoer gebeurt via een metrische wartel M 20 x 1,5. Deze moet
door de gebruiker passend voor de gebruikte kabel gedimensioneerd
worden. De gebruikte kabelwartels moeten over een trekontlasting en
een geschikte IP beschermgraad beschikken.
40
De maximale lengte van de aan te sluiten kabel bedraagt 200 m
(voor ST 2 M12 stekker ongeveer 20 m afhankelijk van de gebruikte
kabeldoorsnede bij een bedrijfsstroom van 0,5 A). De maximum
aansluitdoorsnede bedraagt 1,5 mm
het aansluiten moet de kabel 40+5 mm gestript en 5 mm uitgedreven
worden. De gemonteerde brug -24V, X1, X2 is inbegrepen in de
levering van ...-1P2P en ...-SD2P.
5. Werkprincipes en diagnosefuncties
5.1 Werkingsprincipe van de veiligheidsuitgangen:
Het openen van de beschermvoorziening veroorzaakt de uitschakeling
van de veiligheidsuitgangen binnen de risicotijd.
5.2 Diagnose-LED's
De veiligheidsschakelaar geeft zijn bedrijfstoestand en storingen weer
via een driekleurige LED aan de voorkant van het toestel.
groen (Power) Voedingsspanning aanwezig
geel (Status) bedrijfstoestanden
rood (Fault)
Fout (zie tabel 2)
Tabel 1: De diagnostische functie van de veiligheidsschakelcomponent
Toestand van het systeem
deur open
Deur gesloten,
bediensleutel niet ingevoerd
Deur gesloten,
bediensleutel ingevoerd
Foutwaarschuwing
1)
, Bediensleutel
ingestoken, Nakende uitschakeling
Fout
1)
na 30 min: uitschakeling o.w.v. fout
Zie impulscode
2)
Tabel 2: Foutmeldingen / Impulscodes rode diagnose-LED
Impulscodes
Benaming
1 impuls
Fout(waarschuwing) aan uitgang Y1
2 impulsen
Fout(waarschuwing) aan uitgang Y2
3 impulsen
Fout(waarschuwing) dwarssluiting
4 impulsen
Fout(waarschuwing) temperatuur te hoog
5 impulsen
Fout Bediensleutel
6 impulsen
Foutieve bediensleutel
continu rood signaal
Interne fout
4
5
²
, inclusief adereindhulzen. Voor
LED
groen
rood
geel
aan
uit
uit
aan
uit
uit
aan
uit
aan
aan
knippert
2)
aan
aan
knippert
uit
5.3 Werking van de diagnose-uitgang
De kortsluitvaste diagnose-uitgang kan voor centrale visualisatie- of
besturingstaken gebruikt worden, bijvoorbeeld in een PLC. Als de deur
gesloten is en de bediensleutel ingevoerd is, wordt dit weergegeven via
een 24V signaal.
De diagnose-uitgang is geen veiligheidsrelevante uitgang!
Fout
Fouten, waardoor de werking van een veiligheidsschakelaar niet
langer gewaarborgd is (interne fouten), leiden tot het uitschakelen van
de veiligheidsuitgangen. Een storing die de veilige werking van een
veiligheidsschakelaar niet onmiddellijk in gevaar brengt, leidt tot een
vertraagde uitschakeling (zie tabel 2).
Na het opheffen van de fout (fout aan uitgang Y1 of Y2,
temperatuurfout) wordt de foutmelding gereset door de bijbehorende
veiligheidsdeur te openen en weer te sluiten. De veiligheidsuitgangen
worden ingeschakeld en geven de installatie opnieuw vrij.
Wordt meer dan een fout aan de veiligheidsuitgangen of een
dwarssluiting tussen Y1 en Y2 gedetecteerd, dan vergrendelt
de veiligheidsvergrendeling automatisch elektronisch..
Fouten kunnen dan niet meer op een normale manier worden
gereset. Om deze vergrendeling te resetten, moet het toestel
na het opheffen van de fout-oorzaken eenmaal van de
voedingsspanning gescheiden worden.
Veiligheidsuitgangen
Y1, Y2
0 V
0 V
24 V
(als X1 = X2 = 24 V)
24 V
(als X1 = X2 = 24 V)
0 V
autonome
Foutoorzaak
uitschakeling na
30 min
Fout in uitgangstest of spanning aan uitgang Y1,
hoewel de uitgang uitgeschakeld is
30 min
Fout in uitgangstest of spanning aan uitgang Y2,
hoewel de uitgang uitgeschakeld is
30 min
Dwarssluiting tussen de uitgangskabels of fout aan de
beide uitgangen
30 min
De temperatuurmeting toont een te hoge interne
temperatuur
0 min
Foutieve of defecte bediensleutel
0 min
Er werd een ongeldige combinatie van bediensleutels
gedetecteerd (vergrendelpen gedetecteerd of poging tot
manipulatie/frauderen).
0 min
Toestel defect
NL
AZ 200
Diagnose-uitgang
-1P2P
OUT
0 V
0 V
24 V
0 V
0 V