Gebruik van de zoomregelaar
Verplaats de zoomregelaar naar
Q (groothoek) om uit te
zoomen. Verplaats de
zoomregelaar naar P (telefoto)
om in te zoomen.
Standaard functioneert de
zoomregelaar met een variabele
snelheid – druk zachtjes voor een
trage zoom; druk harder voor een
snellere zoom.
Gebruik van de zoomregelaars op het touchscreen
1 Roep de zoomregelaars op het touchscreen op.
[FUNC.]
• De zoomregelaars worden getoond aan de linkerzijde van het scherm.
2 Raak de zoomregelaars aan om de
zoom in te stellen.
Raak een plaats aan binnen het Q-
gebied om uit te zoomen of binnen het
P-gebied om in te zoomen. Raak een
plaats aan die dichter bij het midden ligt
als u langzaam wilt zoomen; raak een plaats aan die dichter bij de
pictogrammen e/d ligt als u sneller wilt zoomen.
3 Raak [a] aan als u de zoomregelaars wilt verbergen.
OPMERKINGEN
• Houd tot het onderwerp een afstand van ten minste 1 meter aan. Bij
maximale groothoek kunt u tot op niet minder dan 1 cm op een onderwerp
scherp stellen.
• Bij gebruik van tele-macro
telefotostand staat, kunt u tot op een afstand van 40 cm vanaf het
onderwerp scherp stellen.
8
[ZOOM Zoom]
(0 70)
Uitzoomen
als de camcorder in de maximale
De Smart AUTO-stand
Inzoomen
45