Het scherm instellen
Het geluid instellen
U kunt instellen wanneer de kaartplotter hoorbare signalen afgeeft.
1. Selecteer in het startscherm
2. Voer een actie uit:
•
Selecteer
Alleen alarmen
geactiveerd (standaardinstelling).
Aan (aanr. en alarmen)
•
Selecteer
aangeraakt en wanneer de alarmen worden geactiveerd.
De taal instellen
U kunt kiezen welke taal wordt weergegeven op de kaartplotter.
1. Selecteer in het startscherm
2. Selecteer een taal.
Navigatievoorkeuren
Route-instellingen
Een labeltype selecteren voor een route
U kunt selecteren welk type labels wordt weergegeven voor koerswijzigingen op de kaart.
1. Selecteer in het startscherm
2. Voer een actie uit:
•
Selecteer
Naam weergeven
•
Selecteer
Cijfer weergeven
Koerswijziging 1 en Koerswijziging 2.
Koerswijzigingovergangen instellen
U kunt instellen hoe ver of hoe lang vóór een koerswijziging in een route u overgaat op het volgende
routedeel. Door deze waarde te verhogen, kunt u de nauwkeurigheid van de autopilot bij het navigeren
van een route of het volgen van een automatische begeleidingslijn vergroten bij veel wendingen en
bij hoge snelheden. Voor rechtere routes en lagere snelheden kan het verlagen van deze waarde de
nauwkeurigheid van de autopilot vergroten.
1. Selecteer in het startscherm
2. Voer een actie uit:
•
Selecteer
Tijd
> Koerswijzigingstijd. Voer de tijd in.
•
Selecteer
Afstand
3. Selecteer Gereed.
GPSMAP
700-serie - gebruikershandleiding
®
Configureer
>
Systeem
om de kaartplotter alleen te laten piepen wanneer de alarmen worden
om de kaartplotter te laten piepen wanneer het scherm wordt
Configureer
Systeem
>
Configureer
>
Navigatie
om koerswijzigingen aan te duiden aan de hand van waypointnamen.
om koerswijzigingen aan te duiden aan de hand van getallen, zoals
Configureer
>
Navigatie
>
Afstand tot
koerswijziging. Voer de afstand in.
>
Pieper/scherm
> Pieper.
> Taal.
> Routelabels.
>
Koerswijziging
activeren.
Het toestel instellen