8.4
Montage
1. Controleer alle meegeleverde materialen.
Draai bij slechte panlatten de haak naar boven voor
32
3. Stel de dakhaken af op
de dikte van de panlat
en dakpan.
montage op het dakbeschot.
5. Monteer de onderste
en bovenste dakhaken
en
stel
de
hoekprofi elen af voor
verticale of horizontale
plaatsing. Zie hoofdstuk
7.3 voor afmetingen.
zwarte
2. Bepaal de plaats van de
collector(en). Verwijder
de
dakpannen ter plaatse
waar
komen.
dakpannen
voor enige werkruimte.
Zie hoofdstuk 7.3 voor de maatvoeringen.
4. Slijp aan de onderzijde
van de bovenliggende
dakpan de nok weg voor
een goede aansluiting.
6. Bepaal
dakpan
gevoerd worden. Slijp
een
dakpan en maak deze
schoon
Je kan ook een speciale
ventilatiepan toepassen
(levering door derden).
bovenliggende
de
dakhaken
Schuif
omhoog
door
welke
de
leidingen
inkeping
in
de
en
droog.