A2-26
10.6 Riemspanning en riemtoestand controleren
3.
Vandiktetafel zodanig in de hoogte instellen, dat tussen plank en mescirkel
van de schaafas een afstand van 0,5 tot 1 mm bestaat.
Vandiktehoogte = Werkstukdikte minstens + 0,5 – 1 mm
4.
De poging om de plank weer uit de machine te trekken, wordt door de
terugslagbeveiligingen verhinderd.
De plank laat zich niet uit de machine trekken.
5.
De plank naar voren uit de machine schuiven.
●
De riemspanning is in de fabriek op de ideale waarde ingesteld.
●
De riemspanning wordt gespecificeerd als een oscillatiefrequentie in Hertz
(Hz).
●
De juiste riemspanning kan alleen worden gecontroleerd met een meetappa-
raat.
3
Afb. 55: Aandrijfriemen controleren
1
moeren en pasringen
2
Afdichtdeksel
3
Aandrijfriemen spanning 74 - 80 Hz
4
Aandrijfriemen
Gereedschap:
●
Inbus-schroevendraaier
1.
Schakel de machine uit en beveilig deze tegen opnieuw inschakelen.
2.
Machine van het stroomnet halen.
3.
Schroeven en ringen (13x) losdraaien en verwijderen
4.
Deksel verwijderen. ⮫ Hoofdstuk 10.4 „Voorbereiding - Onderhoudsafdek-
king verwijderen" op pagina 71
5.
Riemspanning en riemtoestand controleren.
6.
Indien barsten of zijdelingse scheurtjes worden vastgesteld, moet de riem
meteen worden vervangen.
7.
Deksel weer monteren. ⮫ Hoofdstuk 10.4 „Voorbereiding - Onderhoudsaf-
dekking verwijderen" op pagina 71
4
2
1
Onderhoud
73