Draadloos netwerk instellen
9
Lees de gebruiksrechtovereenkomst en klik op Ga door.
10
Klik op Akkoord als u akkoord gaat met de
gebruiksrechtovereenkomst.
11
Selecteer Eenvoudige installatie en klik op Installeer.
Eenvoudige installatie wordt aanbevolen voor de meeste
gebruikers. Alle onderdelen die noodzakelijk zijn voor
apparaatbewerkingen worden geïnstalleerd.
Als u Aangepaste installatie selecteert, kunt u aangeven welke
afzonderlijke onderdelen u wilt installeren.
12
Klik op Draadloze verbindingen instellen en installeren.
13
De software zoekt naar draadloze netwerkapparaten.
Als het draadloze netwerk niet wordt gevonden, controleert u of de
USB-kabel tussen de computer en de printer goed is aangesloten en
volgt u de instructies in het venster.
14
Er verschijnt een lijst met de draadloze netwerken die het apparaat
heeft gevonden.
Als u de standaardinstelling voor ad-hocnetwerken van Dell wilt
gebruiken, selecteert u het laatste draadloze netwerk in de lijst met
de Netwerknaam (SSID). Deze is Dell_device en het Signaal is
Printernetwerk.
Klik daarna op Volgende.
Als u andere ad-hocinstellingen wilt gebruiken, kiest u een ander
draadloos netwerk in de lijst.
Als u ad-hocinstellingen wilt wijzigen, klikt u op de knop Geavanceerde
instelling.
•
Voer de naam van het draadloze netwerk in: Voer de SSID in (de
SSID is hoofdlettergevoelig).
•
Werkingsmodus: Selecteer Ad-hoc.
•
Kanaal: Selecteer het kanaal (Auto-inst. of 2412 MHz tot 2467
MHz).
•
Verificatie: selecteer een verificatietype.
Open syst.: er wordt geen verificatie gebruikt en codering wordt
gebruikt als gegevensbeveiliging vereist is.
Ged. Sleutel: verificatie wordt gebruikt. Een apparaat met de juiste
WEP-sleutel heeft toegang tot tot het netwerk.
•
Codering: Selecteer de codering (Geen, WEP64 of WEP128).
•
Netwerksleutel: geef de sleutelwaarde van de netwerkcodering in.
2. Een apparaat gebruiken dat verbonden is via het netwerk (alleen B1160w)
104