Download Inhoudsopgave Inhoud Print deze pagina

Naam Functie - Schmersal Protect Select Bedieningshandleiding

Multifunctionele veiligheidsmodule
Inhoudsopgave
Bedieningshandleiding
Multifunctionele veiligheidsmodule
Additioneel kunnen de ingangen I16 en I17 gemeenschappelijk
met de standaardinsttelling "noodstopbedienorgaan" als individuele
sensor veranderd worden. Deze sensorevaluatie aan de
ingangen I16 en I17 werkt bovengeschikt en wordt door de functie
"bedrijfsmoduskeuzeschakelaar+toestemschakelaar"nietoverbrugd.
Via de ingangen I00 en I01 wordt een bedrijfsmoduskeuzeschakelaar
geëvalueerd.
De keuze voor de bedrijfsmodusschakelaar ziet er als volgt uit:
- Automatisch:
I00 = HIGH en
- Manueel:
I00 = LOW
Als de bedrijfsmoduskeuzeschakelaar op "manueel" ingesteld is,
kunnen via een toestemschakelaar aan de ingangen I02 en I03 de
sensoren via de ingangen I04 tot I11 in hun veiligheidsbewaking
overbrugd worden.
De voorwaarde START/RESET via de ingang I15 is vast toegewezen
aandeingangenI16+I17enI04totI11.
De aangesloten sensoren I04 tot I11 schakelen de uitgangen Q0/Q0N,
Q2 en Q3, QR1 en QR2 uit.
Digitale ingangen I12, I13, I15
• Ingang I12 (veiligheidsvergrendeling ontgrendelen:
"aanvraag deur openen"):
Verzoek tot het ontgrendelen van de veiligheidsvergrendeling, zodat
het veiligheidsveld betreden kan worden.
• Ingang I13 (terugkoppeling):
terugkoppeling van de actuatoren (bijv. contactoren, aandrijfregelaar,
omvormer, ventieleilanden, enz.) wordt als extra voorwaarde op de
individuele functiemacro's gezet.
• Ingang I15 (RESET voor het noodstopbedienorgaan en voor de
sensoren I04 tot I11):
- Herstartvoorwaarde na het bedienen van het noodstopbedienorgaan.
- Herstartvoorwaarde voor de veiligheidssensoren, aangesloten op de
ingangen I02 tot I11.
- Verzoek tot het vergrendelen van de veiligheidsvergrendeling
na het verlaten van het veiligheidsveld en het sluiten van de
beschermvoorziening.
Signaaluitgangen Y3
• Signaaluitgang Y3:
voor het doorsturen van informatie, dat een fout met een foutmelding
of waarschuwing met een waarschuwingsmelding op de display actief
is. Deze signaaluitgang kan ook gebruikt worden om een bijbehorende
fout-/waarschuwingslamp aan te sturen.
Ook wordt via de signaaluitgang Y3 de melding "manueel actief"
overgedragen en op de display weergegeven.
Signaaluitgang Y3, foutmeldingen / statusmeldingen:
Manueel:
knipperen aan 2Hz
Waarschuwingen: knipperen aan 1Hz
Foutmeldingen:
brandt
Veilige halfgeleideruitgangen Q0/Q0N
• Stop 0 of Stop 1:
alle halfgeleideruitgangen zijn op een veilige timer aangesloten
(Timer Off Delay).
Stop 0: Timer = 0 seconden (standaardwaarde)
Stop 1: Timer moet actief met meer dan 0 seconden ingesteld worden
• Additionele functie, keuze voor een eventueel aangesloten
veiligheidsvergrendeling: arbeidsstroom Ja/Neen
I01 = LOW
en
I01 = HIGH
Veilige halfgeleideruitgangen Q2, Q3
• Stop 0 of Stop 1:
alle halfgeleideruitgangen zijn op een veilige timer aangesloten
(Timer Off Delay).
Stop 0: Timer = 0 seconden (standaardwaarde)
Stop 1: Timer moet actief met meer dan 0 seconden ingesteld worden
Veilige relaisuitgangen QR1, QR2
• Stop 0 of Stop 1:
alle relaisuitgangen zijn op een veilige timer aangesloten
(Timer Off Delay).
Stop 0: Timer = 0 seconden (standaardwaarde)
Stop 1: Timer moet actief met meer dan 0 seconden ingesteld worden
Gebruikte timers

Naam Functie

TOF 0 Uitschakelvertragingstijd voor Q0/Q0N
TOF 2 Uitschakelvertragingstijd voor Q2
TOF 3 Uitschakelvertragingstijd voor Q3
TOF 4 Uitschakelvertragingstijd voor QR1
TOF 5 Uitschakelvertragingstijd voor QR2
Bewakingstijd voor MSP 1 (noodstop)
Bewakingstijd voor MSP 2
Bewakingstijd voor MSP 3
Bewakingstijd voor MSP 4
Bewakingstijd voor MSP 5
Bewakingstijd voor MSP 6
Stabilisatietijd voor MSP 1 (noodstop)
KStabilisatietijd voor MSP 2
KStabilisatietijd voor MSP 3
KStabilisatietijd voor MSP 4
KStabilisatietijd voor MSP 5
KStabilisatietijd voor MSP 6
Stabilisatietijd voor MSP 7
(Analog noodstop)
Bij gebruik van dit programma moeten de hoofdstukken 9.2.3,
9.2.4, 9.2.6.3 en 10.9 van EN 60204-1:2006 in acht genomen
worden. Speciale eisen uit deze hoofdstukken moeten door
een hogergelegen besturing gerealiseerd worden.
Bij een verandering van de bedrijfsmodus voeren de
uitgangen een Stop 0 of Stop 1 uit.
Aan de ingangen I04 tot I11 (1ste ... 4de sensor) mogen
geen noodstopbedienorganen aangesloten worden.
Noodstopbedienorganen mogen alleen aan de ingangen
I16/I17 aangesloten worden.
Na Power ON en na een verandering van bedrijfsmodus is
een START/RESET vereist.
De toestemschakelaar moet als veiligheidsschakelaar
(potentiaalvrij) met contacten met autostart geconfigureerd
worden.
Voorbeeld: MSP-Code = 0 9 2 of 0 B 2
NL
PROTECT SELECT
PROTECT SELECT OEM
Timer
Tijd [s]
T00
T02
T03
T04
T05
T07
T08
T09
T10
T11
T12
T13
T14
T15
T16
T17
T18
T19
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
10,00
10,00
10,00
10,00
10,00
10,00
0,10
0,10
0,10
0,10
0,10
0,10
1,00
13
Inhoudsopgave
loading

Deze handleiding is ook geschikt voor:

Protect select oem

Inhoudsopgave