ACHTERUITRIJCAMERA
1
Werking
Bij ingeschakelde achteruitversnelling geeft
de camera 1 op de achterklep of de klapdeur
(afhankelijk van de auto) een overzicht van
de omgeving achter de auto op de spiegel 2
of op het multimediadisplay 3 (afhankelijk
van de auto) samen met twee bewegende of
vaste geleidelijnen 4 en 5.
2.38
(1/2)
Opmerking: zorg ervoor dat de achteruitrij-
camera niet bedekt is (vuil, modder, sneeuw,
condensatie, enz.).
Deze functie is een extra hulpmiddel. De bestuurder moet altijd opletten en blijft
verantwoordelijk.
De bestuurder moet altijd op zijn hoede blijven voor plotselinge gebeurtenissen
tijdens het rijden: let dus altijd op of er zich bij het manoeuvreren geen kleine,
smalle obstakels (zoals een kind, dier, kinderwagen, fiets, steen, paaltje, enz.) in uw blinde
hoek bevinden.
2
Opmerking: afhankelijk van de auto kunt u
sommige parameters instellen via het mul-
timediadisplay 3. Raadpleeg het instructie-
boekje voor de uitrusting.
3