5. Met
kunt u een telefoonnummer kiezen en een oproep beantwoorden. Vanuit de standby-
modus kunt u met deze toets het laatstgekozen nummer weergeven.
6. Met
beëindigt u een actief gesprek. Hiermee sluit u elke functie af.
7.
-
gebruikt u voor het invoeren van cijfers en letters.
en
worden voor verschillende bewerkingen in verschillende functies gebruikt.
1. Aansluiting voor de lader
TM
2. Pop-Port
-aansluiting, bijvoorbeeld voor hoofdtelefoon
en gegevenskabel.
3. Infraroodpoort (IR)
■
Standby-modus
Wanneer de telefoon gereed is voor gebruik en geen tekens zijn ingevoerd, bevindt de telefoon zich in
de standby-modus.
1. Geeft aan welk cellulair netwerk op dit moment wordt gebruikt.
2. Toont de signaalsterkte van het cellulaire netwerk op uw huidige
positie. Hoe hoger de balk, des te sterker het signaal.
3. Toont de capaciteit van de batterij. Hoe hoger de balk, des te groter de
capaciteit van de batterij.
4. De linkerselectietoets in de standby-modus is Menu.
5. De rechterselectietoets in de standby-modus is Namen.
Zie ook Belangrijke indicatoren in de standby-modus op pagina 21.
Copyright © 2002 Nokia. All rights reserved.
20