• Als u wilt filteren op de moeilijkheidsgraad voor het vinden
van de geocache, of de moeilijkheidsgraad van het terrein,
selecteert u een niveau van 1 tot 5.
3
Selecteer QUIT om de gefilterde geocache-lijst weer te
geven.
Een aangepast geocachefilter opslaan
U kunt uw eigen filters voor geocaches maken op basis van
specifieke factoren.
1
Selecteer de items die u wilt filteren.
2
Selecteer QUIT.
Standaard wordt het nieuwe filter automatisch opgeslagen
met de naam Filter gevolgd door een nummer. Bijvoorbeeld:
Filter 2. U kunt het geocachefilter bewerken door de naam te
wijzigen
(Uw eigen geocachefilters bewerken, pagina
Uw eigen geocachefilters bewerken
1
Selecteer in het app-overzicht Stel in > Geocaching > Filter
instellen.
2
Selecteer een filter.
3
Selecteer een item dat u wilt bewerken.
Geocache-details weergeven
1
Selecteer Geocaching.
2
Selecteer een geocache.
3
Selecteer MENU > Herziepunt.
De beschrijving en logboeken van de geocache worden
weergegeven.
Naar een geocache navigeren
1
Selecteer Geocaching.
2
Selecteer een geocache.
3
Selecteer Ga.
Hints en aanwijzingen gebruiken om een geocache te
vinden
U kunt hints of aanwijzingen gebruiken, zoals een beschrijving
of coördinaten, om een geocache te vinden.
1
Selecteer de naam van de geocache tijdens het navigeren
naar de geocache.
2
Selecteer een optie:
• Als u gegevens van de geocache wilt weergeven,
selecteert u Beschrijving.
• Als u een hint over de geocachelocatie wilt weergeven,
selecteert u Tip.
• Als u de lengte- en breedtecoördinaten van de geocache
wilt weergeven, selecteert u Coördinaten.
• Als u feedback over de geocache van vorige zoekers wilt
weergeven, selecteert u Leg vast.
• Als u chirp
zoeken wilt inschakelen, selecteert u chirp™.
™
De poging loggen
Nadat u hebt geprobeerd een geocache te vinden, kunt u de
resultaten loggen. U kunt sommige geocaches verifiëren op
www.geocaching.com.
1
Selecteer Geocaching > Leg vast.
2
Selecteer Gevonden, Niet gevonden, Reparatie vereist of
Niet geprobeerd.
3
Selecteer een optie:
• Als u wilt stoppen met loggen, selecteert u OK.
• Als u wilt navigeren naar de geocache die zich het dichtst
bij u in de buurt bevindt, selecteert u Zoek vlg. dichtstbij.
• Als u een opmerking wilt invoeren over het zoeken naar
de geocache of over de geocache zelf, selecteer dan
Wijzig opmerking, voer een opmerking in en selecteer
OK.
12
Als u bent aangemeld op www.geocaching.com, wordt het log
automatisch geüpload naar uw account bij
www.geocaching.com.
chirp
Een chirp is een klein Garmin accessoire dat wordt
geprogrammeerd en in een geocache wordt achtergelaten. U
kunt uw toestel gebruiken om een chirp te vinden in een
geocache. Raadpleeg voor meer informatie over de chirp de
chirp gebruikershandleiding op www.garmin.com.
Zoeken naar chirp inschakelen
1
Selecteer Stel in > Geocaching.
2
Selecteer chirp™ zoeken > Aan.
Een geocache met een chirp zoeken
12).
1
Schakel chirp zoeken in en navigeer naar een geocache.
Als u zich binnen een afstand van 10 m (33 ft.) van een
geocache met een chirp bevindt, worden details over de chirp
weergegeven.
2
Selecteer Toon details.
3
Selecteer indien nodig Ga om naar de volgende fase van de
geocache te navigeren.
Live geocachegegevens van het toestel verwijderen
U kunt live geocachegegevens verwijderen om alleen
geocaches te laten weergeven die via een computer handmatig
op het toestel zijn geladen.
Selecteer Stel in > Geocaching > Geocaching Live > Wis
Live gegevens.
Live geocachinggegevens worden verwijderd van het toestel
en niet langer weergegeven in de lijst met geocaches.
Toestelregistratie verwijderen van Geocaching.com
Als u het eigendom van uw toestel wilt overdragen, kunt u uw
toestelregistratie verwijderen van de geocachingwebsite.
Selecteer Stel in > Geocaching > Geocaching Live > Maak
toestelreg. ong..
Een nabijheidswaarschuwing instellen
Gevarenzones waarschuwen u als u zich binnen het opgegeven
bereik van een bepaalde locatie bevindt.
1
Selecteer Gevarenzones > Alarm maken.
2
Selecteer een categorie.
3
Selecteer een locatie.
4
Selecteer Gebruik.
5
Voer een radius in.
Wanneer u het gevarenzonegebied betreedt, klinkt er een
signaal.
Een gevarenzone bewerken of verwijderen
1
Selecteer Gevarenzones.
2
Selecteer een alarm.
3
Selecteer een optie:
• Als u de radius wilt wijzigen, selecteert u Wijzig radius.
• Selecteer Bekijk kaart om het alarm op een kaart weer te
geven.
• Selecteer Wis om het alarm te verwijderen.
Gegevens draadloos verzenden en
ontvangen
Voor het draadloos uitwisselen van gegevens moet uw toestel
zich bevinden binnen een afstand van 3 m (10 ft.) van een
compatibel toestel.
Uw toestel kan gegevens verzenden en ontvangen als het is
gekoppeld aan een compatibel toestel dat gebruikmaakt van
Hulpmiddelen in het hoofdmenu