2.2.
Het LCD scherm
1. PROGRAM FOR: verschijnt tijdens programmatie van dag
(zo/ma/di/wo/do/vr/za) en periode van dag (voormiddag/dag/
avond/nacht).
2. DAY: huidige dag van de week
3. PERIOD: periode van de dag (voormiddag/dag/avond/nacht)
4. MODE: duidt aan in welke modus het systeem zich bevindt:
• ON (toestel staat aan ongeacht de omgevingstemperatuur)
• OFF (systeem is uitgeschakeld)
• THERMO (systeem werkt temperatuurgebonden)
• PROGRAM (systeem werkt volgens ingesteld
weekprogramma)
5. START AT: verschijnt tijdens de programmatie van het tijdstip van inschakeling van het toestel.
6. SET: geeft de gewenste ingestelde temperatuur weer.
7. F°/C°: temperatuur in graden Fahrenheit of Celsius.
8. TIME/TEMP: geeft de huidige kamertemperatuur weer. In ditzelfde venster komt ook de huidige tijd wanneer de
TIME/TIMER-toets ingedrukt werd.
9. LOW: verschijnt wanneer de batterijen moeten vervangen worden. Vanaf de verschijning van LOW moeten de
batterijen binnen de twee weken vervangen worden.
10. TIMER: verschijnt wanneer de countdown-timer in gebruik is.
11. OVERRIDE: verschijnt wanneer de vooraf ingestelde SET temperatuur overschreden wordt.
12. FLAME: geeft weer dat het toestel brandt, 1 vlam = kleinstand, 2 vlammen (HI) = grootstand.
13. CP: verschijnt wanneer het 'kinderslot' actief is. Het 'kinderslot' wordt geactiveerd door de toetsen UP en TIMER
tegelijkertijd in te drukken.
14. SWING: niet van toepassing, standaard ingesteld op 1°C.
15. FAN: geeft weer of de ventilator in grootstand (FAN HI) of kleinstand (FAN LO) staat.
16. TRANSMIT: verschijnt telkens er een signaal naar de zender wordt gestuurd.
6
1
4
9
5
13
8
15
10
2
3
12
16
11
7
6
14