● Gebruik voor het aanbrengen van aandrijfelementen (koppeling, tandwiel, riemschijf etc.)
de schroefdraad aan het uiteinde van de as.
Indien mogelijk – verwarm de aandrijfelementen indien nodig.
● Gebruik voor het verwijderen geschikt gereedschap.
● Bij het aanbrengen of verwijderen met een hamer of vergelijkbaar gereedschap niet op de
te monteren/demonteren onderdelen slaan.
● Uitsluitend de volgens de catalogus toegestane radialen of axiale krachten via het
asuiteinde overbrengen op het machinelager.
5.2.3
Voetmontage
Opmerking
De aangeschroefde voetsteunen op de machinebehuizing mogen uitsluitend door
geautoriseerde partners worden verplaatst.
Neem na het monteren van de voetsteunen het volgende in acht om spanning op de machine
te voorkomen,
● Breng aansluitend de voetoppervlakken weer in één enkel vlak en parallel met de machine-
as.
● Werk hiertoe het opsteloppervlak bij of leg bijv. dunne platen neer.
● Beschadigde laklagen deskundig herstellen.
● Neem het hoofdstuk Uitlijnen en bevestigen in acht
5.3
Machine uitlijnen en bevestigen
Let bij het uitlijnen en de bevestiging op het volgende:
● Let bij het monteren van de voeten en flenzen op een gelijkmatige uitlijning.
● Bij wandmontage dient u de machine aan de onderzijde te stutten door bijvoorbeeld een
steunlijst, of u zet de machine met een pen- en gatverbinding vast.
● Richt de machine met koppeling nauwkeurig uit.
● Zorg voor schone bevestigingsoppervlakken.
● verwijder aanwezig corrosiewerend middel met witte spiritus.
● vermijd constructie-afhankelijke resonanties bij de draaifrequentie en de dubbele
netfrequentie.
● Let op ongewone geluiden bij het draaien van de rotor met de hand.
● Controle van de draairichting in ongekoppelde toestand.
● vermijd starre koppelingen.
● herstel beschadigingen van de lak onmiddellijk en deskundig.
Kraanmotoren 1PC134 / 1PC136 AH 132 ... 315
Bedieningshandleiding, 02/2019, A5E43212233A
5.3 Machine uitlijnen en bevestigen
Montage
47