3. Montage
Opmerking:
Het hoofdapparaat moet binnen ±5 graden ten opzichte
van het horizontale vlak in dwarsrichting en 30 graden
ten opzichte van het horizontale vlak in langsrichting
worden gemonteerd.
Minder dan 30°
aMonteren met Velcrostrips
1
Plaats de Velcrostrips.
Plaats twee Velcrostrips op het montagevlak met
de ruwe kant naar het navigatiesysteem toe.
2
Druk het navigatiesysteem op de
Velcrostrips.
Verwijder de rug van de kleefzijde van de
Velcrostrips. Druk het navigatiesysteem aan op
de bevestigingsplaats.
Ga naar 5 "Kabels enz. bevestigen."
Velcrostrips
aMontage op de hoedenplank
1
Bevestig de steunen 1 op het apparaat.
Bevestig de steunen aan weerszijden van het
apparaat met behulp van schroeven en dubbele
ringen (M5×8) 3.
3
Naargelang van
de plaats van de
bevestigingsschroefopeningen
kunnen de
bevestigingssteunen (links
en rechts) en weerszijden
worden gebruikt.
Vloer
1
(Onderkant)
3
2
Bevestig het apparaat op de hoedenplank
Bevestig het apparaat stevig met de
zeskantbouten (M6×50) 4, geflensde
zeskantmoeren (M6) 7, veerringen (M6) 6en
vleugelmoeren (M6) 8.
Ga naar 5 "Kabels enz. bevestigen."
(Onderkant)
a Montage op de vloer
1
Bevestig de steunen 1 op het apparaat.
Bevestig de steunen aan weerszijden van het
apparaat met behulp van schroeven en dubbele
ringen (M5×8) 3.
3
1
2
Bevestig het apparaat op de hoedenplank
Bevestig het apparaat stevig met de
zeskantbouten (M5×15) 5 en veerringen (M6)
6.
Waarschuwing: zorg ervoor dat er bij het boren
van gaten geen leidingen noch bedrading
worden beschadigd.
Ga naar 5 "Kabels enz. bevestigen."
4
7
6
8
Naargelang van de plaats van de
bevestigingsschroefopeningen
kunnen de bevestigingssteunen
(links en rechts) en weerszijden
worden gebruikt.
3
5
6
11