RUITENWISSER, RUITENSPROEIER VOOR
Contact aan, verplaats de schakelaar 1
– A uit.
– B wissen met intervallen.
De wissers vegen met tussenpozen
van enkele seconden. De duur van het
interval is te regelen door de ring 2 te
verdraaien;
– C langzaam continu wissen.
– D snel continu wissen.
(1/2)
1
1
A
B
C
D
Bijzonderheid
Tijdens het rijden gaat de wisser langza-
mer werken als de auto stopt. Van snel con-
tinu wissen gaat u naar langzaam continu
wissen.
Zodra de auto weer gaat rijden, beginnen
de wissers weer met de oorspronkelijk inge-
stelde snelheid te werken.
Als u de schakelaar 1 in een andere stand
zet, schakelt u daarmee dit automatisme uit.
Controleer bij werkzaamheden onder de motorkap, of de schakelaar van de ruiten-
wisser in stand A (uit) staat.
Risico van verwonding.
2
E
F
Auto's met functie automatisch
wissen
Bij draaiende motor: verplaats de schake-
laar 1.
– A uit.
– B automatisch wissen
In deze stand signaleert het systeem
water op de voorruit en schakelt het
wissen in met een aangepaste wis-
snelheid. De inschakeldrempel van het
wissen en de duur van het interval is
te regelen door de ring 2 te verdraaien:
– E: minimumgevoeligheid
– F: maximumgevoeligheid
NB: bij mist of sneeuwval, werkt de rui-
tenwisser niet altijd automatisch en blijft
deze onder controle van de bestuurder.
– C langzaam continu wissen.
– D snel continu wissen.
1.73