4
Configureer instellingen voor netwerkverificatie en
gegevenscodering en selecteer Voltooien of Volgende,
afhankelijk van het verificatietype.
Als u Volgende hebt geselecteerd, gaat u verder met de
volgende stap.
5
Stel de IEEE 802.1x-toegangsoptie en het EAP-type
(Extensible Authentication Protocol) in (indien nodig) en
selecteer Voltooien.
Het nieuwe WLAN-netwerk wordt weergegeven op het
scherm.
›
De WLAN-instellingen aanpassen
1
Selecteer in het startmenu
→
Wi-Fi.
2
Menu
Configuratie.
Selecteer
→
3
Pas de volgende instellingen aan:
Optie
Beschikbare
netwerk- melding
inschakelen
Instellingen
→
Verbindingen
Functie
Instellen dat u een melding
ontvangt voor beschikbare
WLAN's.
Optie
Wi-Fi uit indien niet
verbonden in
IP-instellingen :
DHCP
Voorkeursnetwerken
ook weergeven als
Wi-Fi uit is.
Energiespaarstand
4
Wanneer u klaar bent, selecteert u
Functie
Instellen dat de WLAN-functie
na een opgegeven tijdsduur
automatisch wordt uitgeschakeld.
De IP-adressen van uw apparaat
configureren.
Instellen dat WLAN's die u
vaak gebruikt ook worden
weergegeven als de WLAN-
functie is uitgeschakeld.
De spaarstand inschakelen.
Wanneer de WLAN-functie niet
wordt gebruikt, wordt deze
uitgeschakeld om de batterij te
sparen.
OK.
Connectiviteit
77