Gebruikershandleiding – Color Tester
1.4.2.5. AUTOCAP
De autocap bevindt zich aan de onderkant van het magazijnen- en kleurstoffenvlak (zie 1.4.2. (13)).
Deze groep houdt het volume onder de doppen doorgaans
gesloten en vochtig om te voorkomen dat de doppen
kunnen uitdrogen.
De bevochtigingsspons (2) is aangebracht in een dop (1).
Door deze spons te verwijderen, kan het systeem
eenvoudiger worden onderhouden. Een ronde pakking
zorgt
voor
een
hermetische
afdichting
van
de
bevochtigingszone.
De groep wordt elektronisch aangestuurd en wordt een
aantal seconden voor de afgifte geopend. Onmiddellijk na
de afgifte wordt de groep weer gesloten.
De groep kan verschillende statussen aannemen die
overeenstemmen
met
twee
verschillende
standen:
GESLOTEN (bevochtiging) en OPEN (afgifte/onderhoud).
1.4.2.6. CARTESIAANS VLAK EN GRIJPER
Een systeem van cartesiaanse assen zorgt voor de verplaatsing van een passieve grijper onder het kleurstoffenvlak.
De grijper is een passieve groep die de te vullen
verfblikken
oppakt.
Op
de
grijper
is
een
"aanwezigheidssensor" aangebracht waarmee de machine
een alarm kan herkennen wanneer het verfblik niet wordt
opgepakt of niet in de juiste afgiftestand is geplaatst. De
grijper wordt geopend bij de aanraking met een vaste pen.
De grijper (1) wordt verplaatst door cartesiaanse assen
met de benamingen Y (2) en X (3).
Het programma voor de verplaatsing van de assen zorgt
ervoor dat het lege verfblik wordt opgepakt, onder de
afgiftegroep (doppencentrum) wordt geplaatst, onder het
afsluitstation door wordt gevoerd en dat, uiteindelijk, het
gevulde en afgesloten verfblik op de afvoergoot wordt
geplaatst.
De grijper beschikt over een gemotoriseerde hendel (4) die
het verfblijk tijdens de afgifte optilt. Dit systeem zorgt
ervoor dat er niet per ongeluk druppels van het product
buiten het blik terechtkomen.
NE
ALGEMENE EIGENSCHAPPEN
19