Invacare® XLT®
4 Opties
4.1 Lichaamsband
De rolstoel kan worden uitgerust met een lichaamsband.
Deze voorkomt dat de gebruiker omlaag schuift in de rolstoel
of uit de rolstoel valt. De lichaamsband is niet bedoeld als
hulpmiddel bij de positionering.
WAARSCHUWING!
Kans op ernstig letsel/verstikking
Wanneer de band loszit, zou de gebruiker omlaag
kunnen glijden en met de hals achter de band
bekneld kunnen raken.
– De lichaamsband moet door een gekwalificeerde
technicus worden gemonteerd en door de
verantwoordelijke medische adviseur verder
worden afgesteld.
– Zorg er altijd voor dat de lichaamsband stevig,
laag rond het bekken wordt aangebracht.
– Controleer elke keer of de lichaamsband goed is
aangebracht. Door aanpassing van de zit- en/of
rughoek, het kussen en zelfs uw kleding kan de
pasvorm van de lichaamsband veranderen.
WAARSCHUWING!
Kans op ernstig letsel tijdens transport
Een gebruiker die in zijn rolstoel met een voertuig
wordt vervoerd, moet worden vastgezet met
een veiligheidsgordel (3-punts gordel). Een
lichaamsband alleen is niet voldoende om
personen vast te zetten.
– Gebruik de lichaamsband als extra hulpmiddel
bij het vervoeren van de rolstoelgebruiker in
een voertuig, echter niet als vervanging voor de
3-punts veiligheidsgordel.
De lichaamsband sluiten en openen
Zorg ervoor dat u helemaal naar achteren in de zitting zit,
met het bekken zo recht en symmetrisch mogelijk.
16
1. Duw de vergrendeling A in de gesp B om de band te
sluiten.
2. Duw op de PRESS-knop C en trek de vergrendeling A
uit de gesp B om de band te openen.
De lengte aanpassen
De lichaamsband heeft de juiste lengte als er net
voldoende ruimte is voor een vlakke hand tussen het
lichaam en de band.
1. Maak desgewenst de lus D kleiner of groter.
2. Haal lus D door vergrendeling A en plastiek gesp E
zodat de lus plat wordt.
Als deze aanpassing onvoldoende blijkt te zijn, moet de
lichaamsband mogelijk bij de bevestigingen worden versteld.
De lichaamsband afstellen bij de bevestigingen
LET OP!
– Haal de lus door de plastiek gespen zodat de
band niet losraakt.
– Zorg dat beide kanten op dezelfde manier
worden aangepast, zodat de gesp in het midden
blijft zitten.
– Zorg ervoor dat de banden niet in de spaken
van een achterwiel vast komen te zitten.
1. Haal de lus F door de bevestiging op de stoel G en
vervolgens door BEIDE plastiek gespen H.
4.2 Eenhandige aandrijving
De eenhandige aandrijving met snelontkoppeling maakt het
mogelijk dat de gebruiker de rolstoel met één hand kan
voortbewegen. Er zijn twee hoepels op hetzelfde achterwiel
gemonteerd. Deze eenhandige achterwielaandrijving kan
ofwel links of rechts worden gemonteerd.
1512800-C