5.3 Meetprocedure
Raadpleeg afbeelding 6
1. Ga zitten in een stoel en plaats uw voeten vlak op de vloer.
2. Selecteer uw gebruikers-ID (A of B) en druk op START/STOP.
3. Strek uw arm naar voren op de tafel en blijf ontspannen, waarbij de palm van uw hand naar boven is
gedraaid. Zorg dat de arm de juiste positie heeft, om lichaamsbeweging te voorkomen. Blijf stil zitten
en praat of beweeg niet tijdens de meting.
Nadat de manchet op de juiste wijze op de arm is geplaatst en op de bloeddrukmeter is aangesloten, kan
de meting beginnen:
a) Druk op de START/STOP-toets. De pomp begint de manchet op te blazen. Op het scherm wordt
voortdurend de toenemende manchetdruk weergegeven.
b) Nadat automatisch een individuele druk is bereikt, stopt de pomp en daalt de druk langzaam. De
manchetdruk wordt tijdens de meting weergegeven.
c) Wanneer het apparaat uw polsdruk heeft gedetecteerd, zal het hartsymbool op het scherm knipperen.
d) Wanneer de meting is voltooid, worden de gemeten systolische en diastolische bloeddruk, alsmede
de polsdruk weergegeven.
e) De meetresultaten worden weergegeven totdat u het apparaat uitschakelt. Het apparaat schakelt
automatisch uit als er gedurende 60 seconden geen toets wordt ingedrukt.
f)
Symbool zelfcontrole manchet ( )
Het symbool manchet onjuist (
kunnen meten.
Afbeelding 5
) wordt weergegeven als de manchet te los zit om voldoende druk te
9