Montage-instructies
• Verpak het instrument zodanig, dat deze betrouwbaar is beschermd tegen stoten bij de opslag
(en het transport).
• De toegestane opslagtemperatuur is -40 tot +100 °C (-40 tot 212 °F).
3.2
Montagevoorwaarden
3.2.1 Afmetingen
Afmetingen in mm (in)
B
Afb. 2: Uitvoering met schroefklemmen
Pos. A: veerweg L
5 mm (niet voor US - M4 bevestigingsschroeven)
Pos. B: bevestigingselementen voor opsteekbare meetwaardedisplay
Pos. C: interface voor contact van meetwaardedisplay
Voor de uitvoering met veerklemmen gelden dezelfde afmetingen met
uitzondering van de behuizingshoogte H = 28,1 mm (1,11 in).
3.2.2 Montageplaats
• In de aansluitkop conform EN 50446 vorm B, directe montage op meetelement met
kabeldoorvoer, middengat 7 mm (0,28 in).
• In veldbehuizing, separaat van het proces.
• Met DIN-railclip op DIN-rail conform IEC 60715.
3.2.3 Belangrijke omgevingscondities
• Omgevingstemperatuur: -40 tot +85°C (-40 tot +185 °F).
• Condensatie conform IEC 60068-2-33 toegestaan; max. rel. vochtigheid: 95%
• Klimaatklasse conform IEC 60654-1, klasse C
• IP 00 beschermingsklasse, afhankelijk van de gebruikte aansluitkop of veldbehuizing
8
5 (0.2)
C
TMT85
A
A0007301
Endress+Hauser