Back-ups maken van
gegevens
Het is raadzaam om de gegevens in het
apparaatgeheugen regelmatig naar de geheugenkaart
of een compatibele computer te kopiëren.
Als u een back-up van gegevens in het
apparaatgeheugen wilt maken op een geheugenkaart,
selecteert u
Menu
Opties
> Reservekopie.
Als u gegevens van de geheugenkaart wilt terugzetten
naar het apparaatgeheugen, selecteert u
Instrumenten
>
vanaf
kaart.
U kunt het apparaat ook aansluiten op een compatibele
computer en met Nokia PC Suite een back-up maken
van de gegevens.
Externe configuratie
Selecteer
Menu
>
Met Apparaatbeheer kunt u instellingen, gegevens en
software op uw apparaat extern beheren.
U kunt een verbinding met een server maken om
configuratie-instellingen voor uw apparaat te
ontvangen. U kunt ook serverprofielen en andere
configuratie-instellingen ontvangen van uw
serviceproviders of de afdeling informatiebeheer van
uw bedrijf. Onder configuratie-instellingen vallen
130
bijvoorbeeld ook instellingen van de verbinding die
Instrumenten
Geheugen
>
>
Menu
Geheugen
Opties
>
>
Instrumenten
> App.beh..
door andere toepassingen in het apparaat worden
gebruikt. De beschikbare opties kunnen verschillen.
De server start meestal de externe
configuratieverbinding als de instellingen van het
apparaat moeten worden bijgewerkt.
Als u een nieuw serverprofiel wilt maken, selecteert u
Opties
Nieuw
>
Deze instellingen kunt u van uw serviceprovider in een
configuratiebericht ontvangen. Zo niet, definieer dan
het volgende:
>
Servernaam
•
configuratieserver in.
Server-ID
•
>
configuratieserver in.
Herst.
Serverwachtwoord
•
waarmee uw apparaat door de server wordt
herkend.
Sessiemodus
•
uw voorkeur.
Toegangspunt
•
u wilt gebruiken voor de verbinding of maak een
nieuw toegangspunt. U kunt ook aangeven dat u
wordt gevraagd welk toegangspunt u wilt
gebruiken telkens wanneer u verbinding maakt.
Deze instelling is alleen beschikbaar als u
hebt geselecteerd als dragertype.
Hostadres
•
configuratieserver in.
Poort
— Voer het poortnummer van de server in.
•
Gebruikersnaam
•
configuratieserver in.
Wachtwoord
•
configuratieserver in.
serverprofiel.
— Voer een naam voor de
— Voer de unieke ID van de
— Voer het wachtwoord in
— Selecteer het verbindingstype van
— Selecteer het toegangspunt dat
— Voer het webadres van de
— Voer uw gebruikers-ID voor de
— Voer uw wachtwoord voor de
Internet