Statusindicators
1.
/
:
Geeft aan hoe sterk het ontvangen
signaal is/dat het netwerk buiten bereik
is.
2.
:
Verschijnt wanneer uw telefoon in de
modus voor GPRS-communicatie staat
en binnen bereik is.
Knippert tijdens GPRS-transmissie.
3.
/
/
: Verschijnt wanneer er een nieuwe SMS-,
MMS- of WAP-melding is gearriveerd.
4.
:
Verschijnt wanneer de geheugenkaart
(p. 16) is geplaatst.
5.
/
:
Verschijnt wanneer de toepassing
uitgevoerd (kleurrijk) of onderbroken
(sepia) wordt.
6. (Geen display)/
/
Geeft de status van de telefoon aan
(Normaal/Actief/Auto/Headset/Stil).
7.
:
Verschijnt wanneer de T9-
tekstinvoermodus geactiveerd is.
20
Beginnen
/
/
:
8.
/
/
/
Geeft de tekstinvoermodus aan (alleen
eerste letter een hoofdletter/alle letters
hoofdletters/alle letters kleine letters/
numerieke modus).
9.
:
Verschijnt wanneer "Doorschakelen"
(p. 168) ingesteld is op "Alle oproepen".
10.
/
:
Verschijnt tijdens weergave van een
beveiligde WAP-pagina.
11.
:
Verschijnt bij een inkomend gesprek.
12.
:
Verschijnt tijdens een gesprek.
13.
/
:
Verschijnt wanneer de WAP- of MMS-
communicatie in de CSD- of GPRS-
modus staat.
14.
:
Geeft de batterijstatus aan.
15.
:
Verschijnt wanneer uw telefoon buiten
uw netwerk aan het "roamen" is.
16.
:
Verschijnt wanneer "Volume
belsignaal" (p. 139) ingesteld is op
"Stil".
: