Onderhoud en beheer van de Storage Router
Met de volgende procedure verplaatst u SCSI-routering scsi3 naar
StorageRouterSys1. De opdrachten in deze procedure worden gegeven vanuit
een CLI-sessie vanaf Storage Router StorageRouterSys2:
1. enable: Schakel de beheerdersstand in.
2. show cluster or show scsirouter scsi3 stats: Controleer
3. failover scsirouter scsi3 to StorageRouterSys1:
Wanneer de failover is uitgevoerd, start u een Telnet-sessie naar StorageRouterSys1
en controleert u, met behulp van de opdracht show scsirouter , of routeringen
scsi1, scsi2 en scsi3 nu op die Storaga Router werken.
Opmerking:
StorageRouterSys1 totdat de routering expliciet wordt gestopt of in de failover-stand
wordt geplaatst, of totdat er een automatische failover plaatsvindt omdat een interface
niet beschikbaar is of er een software- of hardwareprobleem is opgetreden.
CDP beheren op de Storage Router
Cisco Discovery Protocol (CDP) wordt voornamelijk gebruikt om protocoladressen
van apparaten in de buurt te verkrijgen en het platform van die apparaten te
achterhalen. CDP is media- en protocol-onafhankelijk en werkt op alle door Cisco
gefabriceerde apparatuur, waaronder routers, bridges, toegangsservers en switches.
Elk apparaat dat is geconfigureerd voor CDP verzendt periodiek berichten,
zogenaamde 'advertenties', naar een multicast-adres. Elk apparaat adverteert ten
minste één adres waarop het SNMP-berichten kan ontvangen. De advertenties
kunnen ook informatie over time-to-live, of holdtime, bevatten, waarmee de tijdsduur
wordt aangegeven gedurende welke een ontvangend apparaat CDP-gegevens moet
vasthouden voordat deze worden verwijderd. Elk apparaat luistert ook naar de
periodieke CDP-berichten die door andere apparaten worden verzonden, om
informatie te krijgen over apparaten in de buurt en om te bepalen wanneer hun
interfaces naar de media actief of inactief zijn.
De Storage Router is standaard ingeschakeld voor het uitwisselen van
CDP-gegevens met andere CDP-apparaten in het netwerk. CDP kan worden in- en
uitgeschakeld voor afzonderlijke interfaces op de Storage Router, en de bewaartijd
en de frequentie van CDP-verzendingen vanaf de Storage Router kunnen worden
gewijzigd.
168
of de routering die moet worden verplaatst inderdaad werkt op Storage Router
StorageRouterSys2.
Plaats de gewenste SCSI-routering scsi3 in de failover-stand op
StorageRouterSys1.
Omdat scsi3 geen primaire instelling heeft, blijft deze werken op
hp StorageWorks iSCSI storage router 2122 - gebruikershandleiding