Voorzichtig
De inrijperiode van de nieuwe auto
moet worden voltooid voordat de
inremprocedure wordt uitgevoerd,
omdat anders schade aan de
aandrijflijn/motor kan ontstaan. Zie
Inrijden nieuwe auto 0 199.
Voorzichtig
Tijdens een inremprocedure voor
circuits kunnen de remmen gaan
faden waardoor de slag en de kracht
van het rempedaal toenemen. Dit
kan een langere remweg betekenen,
totdat de remmen volledig
ingeremd zijn.
Als deze procedure volgens de instruc-
ties wordt uitgevoerd, zullen de
remmen niet beschadigd raken. De
remblokken zullen rook en geur
afgeven. De remkracht en de
pedaalweg kunnen toenemen. Na de
procedure kunnen de remblokken wit
zijn op de plaatsen waar ze contact
maken met de remschijf.
Voer deze procedure alleen op een
droge ondergrond uit. Doe dit op
veilige wijze, in overeenstemming met
de lokale en nationale voorschriften/
wetgeving met betrekking tot het
gebruik van motorvoertuigen.
Inremprocedure (alleen V-serie
en Y4Q)
1. Activeer de remmen 25 keer, te
beginnen bij 100 km/h (60 mph)
naar 50 km/h (30 mph) terwijl u
afremt met 0,4 g. Dit is middel-
matig remmen. Rijd minimaal 1
km (0,6 mi) tussen het activeren
van de remmen. Deze eerste stap
kunt u overslaan als er meer dan
320 km (200 mi) met de
remblokken gereden is.
2. Activeer herhaaldelijk de remmen
van 100 km/h (60 mph) naar 25
km/h (15 mph) terwijl u afremt
met 0,8 g. Dit is hard remmen,
zonder dat het antiblokkeersys-
teem (ABS) wordt geactiveerd.
Rijd minimaal 1 km (0,6 mi)
tussen de stops. Herhaal dit tot
RIJDEN EN BEDIENEN
de slag van het rempedaal gaat
toenemen. Afhankelijk van de
omstandigheden hoeft u hiervoor
als het goed is niet meer dan 25
keer te remmen.
3. Afkoelen: Rijd ca. 15 km (10 mi)
100 km/h (60 mph) zonder de
remmen te gebruiken.
4. Activeer de remmen 25 keer van
100 km/h (60 mph) naar
50 km/h (30 mph) terwijl u
afremt met 0,4 g. Dit is middel-
matig remmen. Rijd minimaal 1
km (0,6 mi) tussen het activeren
van de remmen.
Asvloeistof
Assen moeten 885 km (500 mi)
hebben afgelegd alvorens ze te
gebruiken voor wedstrijdrijden.
De vloeistoftemperaturen van de
vooras en, indien uitgerust met AWD,
achteras, kunnen hoger zijn dan
tijdens het rijden onder zware omstan-
digheden. Tap af en vul nieuwe vloei-
stof bij na de eerste race of rit op het
racecircuit en vervolgens weer na
189