Spaarstand
De camera is uitgerust met een spaarstand. In de volgende
gevallen wordt de camera uitgeschakeld. Druk op de Aan/Uit-knop
om de camera weer in te schakelen.
Opnamemodus
Weergavemodus
Aangesloten op een
*2
printer
*1
Deze tijdsduur kan worden gewijzigd.
*2
Bij het aansluiten van de camera op een printer met de meegeleverde
interfacekabel.
De spaarstand kan niet worden gebruikt onder de volgende
omstandigheden.
- Tijdens het automatisch afspelen van diapresentaties.
- Wanneer een draadloze verbinding actief is
(Weergavemodus).
- Bij het aansluiten van de camera op een computer met
de meegeleverde interfacekabel.
U kunt de instellingen voor de spaarstand wijzigen
Ongeveer drie minuten nadat er voor het laatst
een camerafunctie is gebruikt, wordt de camera
uitgeschakeld. Eén minuut
laatst een camerafunctie is gebruikt, wordt het
LCD-scherm automatisch uitgeschakeld, zelfs als
[Automatisch uit] is ingesteld op [Uit]. Druk op een
andere knop dan de Aan/Uit-knop of wijzig de
stand van de camera om het LCD-scherm weer in
te schakelen.
Ongeveer vijf minuten nadat er voor het laatst
een camerafunctie is gebruikt, wordt de camera
uitgeschakeld.
*1
nadat er voor het
(p.
35).
27