bedienen afzonderlijke wielremmen voor hulp bij het
maken van bochten, parkeren en voor betere wielgrip bij
dwars over een heuvel rijden. De koppelpen is voor
parkeren.
VOORZICHTIG
Bij schakelen van de as van HI (hoog) naar LO
(laag) moet de machine op vlakke grond staan
met de remmen bediend.
Parkeerremvergrendeling (Fig. 17)—Een knop links van
de console bedient de parkeerrem vergrendeling. Om de
parkeerrem vast te zetten, pedalen met koppelpen
koppelen, beide pedalen indrukken en de
parkeerremvergrendeling uittrekken. Om de parkeerrem
los te zetten, beide pedalen indrukken tot de
parkeerremvergrendeling terugschiet.
Stuurwielstelhendel (Fig. 17)—De hendel links van de
console is voor afstellen van het stuurwiel op het
comfort van de bestuurder.
Transportvergrendelingen (Fig. 18)—De maai- en
zij-eenheden worden met vier vergrendelingen voor
transport in de omhoogstand gehouden.
Claxon—Midden in het stuurwiel. Werkt alleen maar
wanneer contact op ON staat.
BEDIENINGSORGANEN
18
Figuur 17
1. Rempedalen
2. Parkeerrem vergrendeling
Figuur 18
1. Transportvergrendeling (4)
3. Stuurwiel stelhendel