7.1 Beeld opslaan
-
1
Trigger
Het beeld wordt automatisch
opgeslagen.
Onafhankelijk van het ingestelde
beeldtype wordt altijd een
infraroodbeeld met aangehangen echt
beeld opgeslagen.
Indien een hogere resolutie wordt gewenst: In het menu onder
Configuratie SuperResolution
meetwaarden.
7.2 Meetfuncties instellen
- Submenu
1
Het menu met de meetfuncties gaat open:
∑
Pixelmarkering:
Eénpuntsmeting: Het temperatuurmeetpunt in het midden
o
van het beeld wordt gemarkeerd met een wit dradenkruis
en de waarde wordt getoond.
Coldspot, Hotspot: Het laagste resp. hoogste
o
temperatuurmeetpunt wordt gemarkeerd met een blauw
resp. rood dradenkruis en de waarde wordt getoond.
∑
Nieuw min/max
Min/Max
o
minimale, maximale en gemiddelde waarde weergegeven.
Coldspot, Hotspot: Het laagste resp. hoogste
o
temperatuurmeetpunt binnen de bereikmarkering wordt
gemarkeerd met een blauw resp. rood dradenkruis en de
waarde wordt weergegeven.
∑
Meetbereik: Selectie tussen twee temperatuurbereiken.
∑
Temperatuurverschil: Stelt het verschil tussen twee
temperaturen vast.
∑
Externe
Vermogen,
indrukken.
Meetfuncties
openen.
bereik:
bereik: voor een geselecteerd bereik wordt de
meetwaarden: Vochtigheid, Stroom, Voltage, Solar,
Geen
selecteren.
kiezen, voor viermaal meer
7 Meting uitvoeren
21