De zoomfunctie gebruiken
Er zijn twee typen zoomfuncties. Optisch zoomen maakt gebruik van de lens om
kwalitatief goede foto's te maken. Digitaal zoomen maakt nog verder inzoomen
mogelijk maar hierbij wordt de kwaliteit van de foto wel minder. De camera is
uitgerust met een optische zoomlens die u een keuze geeft uit de opties Wide
Angle (groothoek, 38 mm) en TelePhoto (telefoto, 115 mm).
Digitaal zoomen
Digitaal zoomen stelt u in staat verder op een object in te zoomen dan mogelijk is
met de optische zoomlens. Bij digitaal inzoomen wordt een uitsnede van de
digitale foto gemaakt en wordt deze weer vergroot tot de geselecteerde resolutie
is bereikt. De zoeker kan een voorwerp waarop digitaal is ingezoomd niet goed
weergeven. Gebruik het LCD-scherm om de foto vooraf te bekijken.
Gebruik de Zoom-knop om de lens in te
stellen.
Schuif de knop naar rechts
(naar Telephoto) om op uw object in
te zoomen.
Schuif de knop naar links
(naar Wide angle) om uit te zoomen.
1
Druk op Display om het LCD-scherm in
te schakelen.
2
Schuif de zoomschakelaar helemaal naar
rechts (naar de T) en houd deze vast om
maximaal optisch inzoomen mogelijk te
maken.
3
Laat de zoomschakelaar los, schuif deze
opnieuw naar rechts en houd hem vast.
4
Bekijk het voorwerp op het LCD-scherm.
Het LCD-scherm toont een pictogram om
aan te geven dat u digitaal hebt
ingezoomd.
5
Druk op de sluiterknop om een foto te
maken.
Digitaal zoomen wordt uitgeschakeld als
u op Display drukt om het LCD-scherm
uit te schakelen.
2
3
25