Werking
1. Koord
2. Clip
3. Motoruitschakelaar
DMU37051
Motorolie
1.
Zet de buitenboordmotor rechtop (niet
gekanteld). OPGELET: Wanneer de
motor niet waterpas staat, is het op de
peilstok aangegeven oliepeil mogelijk
niet accuraat.
2.
Verwijder de motorkap.
3.
Verwijder de oliepeilstok en veeg hem
schoon.
4.
Schroef de peilstok in de motor en verwij-
der hem vervolgens opnieuw. Zorg er-
voor dat u de peilstok volledig in de
peilstokgeleiding steekt, anders zal de
oliepeilmeting niet correct zijn.
5.
Controleer het oliepeil met de peilstok om
na te gaan of het peil tot ergens tussen de
bovenste peilmarkering en de onderste
peilmarkering
Yamaha-dealer wanneer het oliepeil bui-
ten het gespecificeerde bereik valt of
wanneer de olie er melkachtig of vuil uit-
ziet.
48
[DCM01790]
komt.
Raadpleeg
1. Oliepeilstok
1. Merkteken laagste peil
2. Oliepeilstok
3. Merkteken hoogste peil
DMU27152
Motor
Controleer de motor en ga na of hij goed
G
gemonteerd werd.
Controleer op losse of beschadigde beves-
G
tigingsmiddelen.
Controleer de propeller op beschadigingen.
G
uw
Controleer op motorolielekken.
G
DMU36490
Doorspoelplug
Ga na of het tuinslangkoppelstuk van de door-
spoelplug stevig op het hulpstuk op de onder-
kap is geschroefd. OPGELET: Wanneer de
doorspoelplug niet correct werd aangeslo-
ten, kan er koelwater weglopen waardoor
de motor oververhit kan raken tijdens het
varen.
[DCM01800]
1
ZMU05368