Een patch bewerken
De bewerkte INST-instellingen opslaan
(VARIATION)
U kunt uw voorkeursinstellingen voor elk instrument opslaan als een
"VARIATION" (variant). Omdat een variant ook uit een andere patch
kan worden gebruikt, is het handig voor geluidsontwerp.
1.
Druk in het INST-scherm op de [1]-regelaar.
Het VARIATION-scherm verschijnt.
MEMO
Vanuit het INST-bewerkingsscherm kunt u ook het variantscherm
openen met behulp van de volgende methoden.
1.
Selecteer het "COMMON"-blok in het bewerkingsscherm.
2.
Gebruik de PAGE [J]-knoppen om naar de laatste pagina te gaan.
3.
Druk op de [5]-regelaar.
4.
Druk op de [2]-regelaar.
Het VARIATION WRITE-scherm verschijnt.
5.
Draai de [1]-regelaar om het nummer van de
opslaglocatie te selecteren.
6.
Gebruik de [3]–[6]-regelaars om de variantnaam op
te geven.
7.
Druk op de [WRITE]-knop.
De variant wordt opgeslagen.
Druk op de [4]-regelaar om deze procedure te annuleren.
14
Een opgeslagen INST-variant oproepen
1.
Druk in het INST-scherm op een van de [1] (INST1)-,
[3] (INST2)- of [5] (INST3)-regelaars.
Het VARIATION-scherm verschijnt.
2.
Draai de [6]-regelaar om een variant te selecteren.
U kunt ook het geluid beluisteren terwijl u een variant selecteert.
3.
Druk op de [5]-regelaar om de geselecteerde
variant op te roepen.